Pagina uit een officieel ambtelijk verslag of een brief van een wethouder aan een gemeentelijke adviescommissie.
Origineel
Pagina uit een officieel ambtelijk verslag of een brief van een wethouder aan een gemeentelijke adviescommissie. -7-
Allereerst zou de bijstand voor korten of langen tyd noodzakelyk kunnen zyn om gezondheidsredenen. Een geneeskundig onderzoek, ingesteld door den Gemeentelyken Geneeskundigen en Gezondheidsdienst geeft hier aan, of en over welk tydvak bijstand dient te worden verleend.
Onder de 54 standplaatshouders, die zich thans laten bijstaan, (waaronder 34 zonder daartoe vergunning te hebben), zullen zich mogelyk personen bevinden, die dezen bijstand om gezondheidsredenen nodig hebben. Ik stel my voor, naar deze gevallen een onderzoek te doen instellen en na advies van den Gemeentelyken Genneskundigen en Gezondheidsdienst aan de desbetreffende personen onder bepaalde voorwaarden zoo nodig bijstand te doen verleenen,
Ten einde echter zooveel doenlyk aan bezwaren van zuiver praktischen aard tegemoet te komen, overweeg ik voorts, aan standplaatshouders, wier artikelen op bepaalde drukke dagen en uren onmogelyk snel genoeg gereed of afgeleverd kunnen worden, een vergunning voor bijstand onder bepaalde voorwaarden te verstrekken.
Ik denk hier aan artikelen als haring en zuurwaren op Zaterdagmiddag en -avond, aangezien de houders van deze soort standplaatsen zich blykens een door U ingesteld onderzoek het veelvuldigst laten bijstaan.
De hiertoe te verleenen vergunningen waren speciaal voor daarin met name te noemen drukke dagen en uren te beperken.
Ik zal het op prys stellen, indien U dit schryven ter bespreking in de vergadering van de Permanente Commissie van advies in zake ventvergunningen zoudt willen brengen, terwyl ik door die vergadering in het byzonder zou wenschen te worden ingelicht, op welke dag of dagen en uren bijstand desgevraagd zou kunnen worden toegestaan.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen,
w.g. F. van Meurs.
De Voorzitter wyst erop, dat uiteindelyk is gebleken, dat van de ± 700 standplaatshouders zich slechts 54 laten bijstaan (waarvan * Beleidsvoorstel: Wethouder Van Meurs stelt voor om het informeel laten helpen op de markt te formaliseren via vergunningen. Dit kan op twee gronden: medisch (na keuring door de GGD) of logistiek (tijdens piekmomenten).
* Handhaving: De tekst onthult een aanzienlijke mate van informele arbeid: van de 54 handelaren die hulp gebruiken, doet ruim 60% (34 personen) dit zonder de vereiste papieren.
* Specifieke handel: Haring- en zuurwarenverkopers worden expliciet genoemd als groep die veel hulp nodig heeft, met name op de zaterdag.
* Besluitvorming: De wethouder legt de kwestie voor aan de "Permanente Commissie van advies in zake ventvergunningen" om specifieke kaders (dagen en uren) vast te stellen. * Tijdsgeest: De spelling (zoals tydvak, blykens, schryven) en de specifieke portefeuille van de wethouder (Levensmiddelen, Badinrichtingen) passen in de Nederlandse bureaucratie van de jaren 1930. F. van Meurs was in die periode een bekende wethouder in Rotterdam.
* Marktwezen: Het document illustreert de overgang van een meer informele markthandel naar een strikt gereguleerd systeem. De genoemde aantallen (circa 700 standplaatshouders) duiden op een grote, actieve straathandel in de betreffende gemeente (zeer waarschijnlijk Rotterdam).
* Sociaal-medisch: Het feit dat de GGD wordt ingeschakeld om te bepalen of iemand fysiek in staat is zijn kraam alleen te bedienen, toont de vroege bemoeienis van de overheid met de arbeidsomstandigheden en gezondheid van kleine zelfstandigen.