Getypte notule of verslag van een vergadering, inclusief een geciteerde brief.
Origineel
Getypte notule of verslag van een vergadering, inclusief een geciteerde brief. Het document bevat een brief van 20 maart 1939. De vergadering zelf vond waarschijnlijk kort daarna plaats. -6-
de Prins Hendrikkade plachten uit te oefenen. In de vol-
gende vergadering zal dan opnieuw over de onderhavige aan-
gelegenheid worden geoordeeld, op grond van de feiten,
die dan bekend zyn geworden.
Vervolgens stelt de Voorzitter punt 4 der agenda aan de
orde:
Bespreking brief Wethouder voor de Levensmiddelen d.d. 20
Maart jl. no. 68/101 L.M.1938 inzake bystand van stand-
plaatshouders.
Deze brief is den leden in afschrift gezonden; hy luidt
als volgt:
GEMEENTE AMSTERDAM.
Afd. L.M. 1938 AMSTERDAM, 20 Maart 1939.
No. 68/101
Aan den Directeur van het
Marktwezen,
A m s t e r d a m.
Naar aanleiding van Uw schryven van 30 Januari jl.
No. 18/6/1 M, deel ik U mede, dat ik het bystand van
standplaatshouders in principe ongewenscht acht.
In dit verband denk ik in het byzonder aan de con-
currentie, die de winkeliers uiteraard van standplaats-
houders ondervinden en ben van oordeel, dat het karakter
van een winkelnering op straat - welk karakter een stand-
plaats, gehouden met bystand van derden, spoedig ver-
krygt, - moet vermeden worden.
Het kan niet worden ontkend, dat het verleenen van
allerlei faciliteiten door het Gemeentebestuur aan den
straathandel, den winkelstand, - die hooge lasten aan
huur, precario, grondlasten e.d. moet opbrengen, - te
zware concurrentie aandoet.
De gedragslyn, die ten aanzien van de venters in
zake het bystand wordt gevolgd, acht ik dan ook in het
algemeen voor de standplaatshouders het meest gewenscht.
Er kunnen zich echter in de praktyk omstandigheden
voordoen, die een afwyking van deze gedragslyn noodzake-
lyk maken. * Kernboodschap: De Wethouder voor de Levensmiddelen spreekt zich uit tegen het toestaan van personeel of hulp ("bystand") voor standplaatshouders op de openbare weg.
* Argumentatie: Het hoofdarkument is economisch van aard. De wethouder wil voorkomen dat een kraampje op straat uitgroeit tot een volwaardige winkel ("winkelnering"). Dit wordt als oneerlijke concurrentie gezien voor gevestigde winkeliers, omdat zij veel hogere lasten dragen (huur, grondlasten en precariobelasting).
* Beleidslijn: De wethouder stelt voor om de strenge regels die voor venters (ambulante handel) gelden, ook op standplaatshouders toe te passen: zij moeten de handel in principe alleen drijven. Slechts in uitzonderlijke gevallen mag hiervan worden afgeweken.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare spelling (bijv. "bystand", "zyn", "ongewenscht"). Het taalgebruik is formeel en bestuurlijk. Dit document stamt uit maart 1939, een periode van economische herstel maar ook van grote spanningen vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was de straathandel een essentieel onderdeel van het stadsbeeld en de economie, zeker voor de armere bevolking. De discussie over de 'bescherming van de winkelstand' tegenover de straathandel was een slepende kwestie in het Amsterdamse gemeentebestuur.
De term precario (precariobelasting) is interessant: dit is een vergoeding die aan de gemeente betaald moet worden voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven gemeentegrond (zoals luifels, terrassen of in dit geval uitstallingen). De wethouder gebruikt dit als bewijs dat de vaste winkeliers financieel zwaarder belast worden dan de ambulante handelaren, wat de roep om regulering van die laatsten rechtvaardigt.