Ambtsbrief/adviesnota (doorslag of kopie).
Origineel
Ambtsbrief/adviesnota (doorslag of kopie). 3 februari 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). VP/HG.
20/1/3 M.
1
Verzonden 3/2 - '40.
3 Februari 1940.
Aanvraag vergunning tot het bakken van patates-frites en oliebollen op de markt Westerstraat ten name van I.M. Polak.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 16 Januari jl. om advies ontvangen stuk no. 57/1 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat adressant is houder van een vergunning (no.110/24 L.M.1939) krachtens welke het hem is toegestaan patates-frites te bakken op de markten Mosplein en Waterlooplein. Thans blijkt het, blijkens nadere toelichting zijnerzijds, zijn bedoeling te zijn, om vergunning te krijgen voor het bakken zoowel van patates frites als van oliebollen op de markt Westerstraat. De ervaring heeft geleerd, dat het bedoelde bakken op een markt, waar de kramen aaneengesloten staan, voor de omstaande kooplieden hinderlijk is. Inwilliging van het onderhavige verzoek zou dan ook op de markt Westerstraat ongetwijfeld bezwaren opleveren.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging den adressant te doen berichten, dat aan zijn verzoek niet kan worden voldaan.
De Directeur, Het document is een formeel ambtelijk advies aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De kern van de zaak is een uitbreidingsverzoek van een marktkoopman, I.M. Polak.
- Huidige status: Polak beschikt reeds over vergunningen voor het bakken van patates-frites op het Mosplein (Amsterdam-Noord) en het Waterlooplein (Centrum).
- Nieuw verzoek: Hij wil nu ook patates-frites én oliebollen bakken op de markt in de Westerstraat (Jordaan).
- Argumentatie voor afwijzing: De directeur adviseert negatief. De voornaamste reden is de aard van de Westerstraatmarkt: de kramen staan daar dicht op elkaar ("aaneengesloten"). Het bakken (met de bijbehorende vetdampen, geur en brandgevaar) zou te veel overlast veroorzaken voor de omliggende kooplieden.
- Toon: De brief is geschreven in de typische formele, afstandelijke ambtelijke stijl van de vroege 20e eeuw ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien beleefd in overweging"). Dit document stamt uit februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. De administratie van de stad Amsterdam functioneerde op dat moment nog volgens de normale Nederlandse procedures.
De naam van de aanvrager, I.M. Polak, duidt zeer waarschijnlijk op een Joodse achtergrond. In de jaren '30 en begin 1940 was het Waterlooplein een centrum van Joodse handel. Hoewel de afwijzing hier op strikt praktische gronden (hinder voor medekooplieden) lijkt te zijn gebaseerd, is het een tijdsdocument van een ondernemer die probeerde zijn brood te verdienen in een periode van toenemende spanning. De Westerstraatmarkt was (en is) een van de drukst bezette markten van de stad, waar de ruimte voor "hete" handel inderdaad beperkt was.