Ambtsbericht/Memorandum op een voorgedrukt formulier (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Ambtsbericht/Memorandum op een voorgedrukt formulier (Algemene Zaken Model No. 14). Januari 1940. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/2/1 1940
DOORGEZONDEN: 9/1 - '40
[Rechtsboven]
896
Lahnstein [met pijl]
[Hoofdtekst]
Tegen inwilliging van het verzoek
van J. Lakmstein, om ook op de markten
Uilenburg, Ten katestraat en Waterloo-
plein frianda's te mogen bakken, be-
staat m. i. geen bezwaar.
[Ondertekening rechts]
11-1-'40
[Handtekening, mogelijk ‘de Haan’]
[Aantekeningen linksonder]
17/1- Retour raadhuis
17/1-'40 v geen bezwaar.
[Initialen]
15/1-40 exp.
[Initialen, mogelijk ‘WS’]
[Voetnoot]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijk advies met betrekking tot een marktvergunning in Amsterdam. De kern van de tekst is een positief advies ("geen bezwaar") op een verzoek van een zekere J. Lakmstein.
De aanvrager wenst "frianda's" te bakken op drie specifieke Amsterdamse markten:
1. Uilenburg: Gelegen in de toenmalige Jodenbuurt.
2. Ten Katestraat: Een bekende markt in Amsterdam-West.
3. Waterlooplein: De beroemde markt in het centrum, destijds eveneens in het hart van de Joodse wijk.
De term "frianda's" (meervoud van friande) verwijst naar een klein amandelgebakje. Het feit dat er toestemming wordt gevraagd om te "bakken" op de markt zelf, duidt op de verkoop van verse, ter plekke bereide waren, wat destijds aan specifieke regels gebonden was.
Administratief gezien doorliep het stuk verschillende stadia tussen 9 en 17 januari 1940, waarbij het werd verzonden ("exp." voor expeditie) en uiteindelijk geretourneerd naar het raadhuis. Dit document dateert van januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De genoemde locaties, met name Uilenburg en het Waterlooplein, waren centrale plekken in het sociaal-economische leven van de Joodse gemeenschap in Amsterdam.
De naam Lakmstein (mogelijk ook gelezen als Lahnstein, zoals in de marge genoteerd) is typerend voor de Joodse bevolking van die tijd. Vergunningsaanvragen zoals deze geven een waardevol inkijkje in het dagelijks leven en de kleinschalige handel vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, een periode waarin dergelijke economische activiteiten voor veel gezinnen de belangrijkste bron van inkomsten vormden.
Samenvatting
Het document is een ambtelijk advies met betrekking tot een marktvergunning in Amsterdam. De kern van de tekst is een positief advies ("geen bezwaar") op een verzoek van een zekere J. Lakmstein.
De aanvrager wenst "frianda's" te bakken op drie specifieke Amsterdamse markten:
1. Uilenburg: Gelegen in de toenmalige Jodenbuurt.
2. Ten Katestraat: Een bekende markt in Amsterdam-West.
3. Waterlooplein: De beroemde markt in het centrum, destijds eveneens in het hart van de Joodse wijk.
De term "frianda's" (meervoud van friande) verwijst naar een klein amandelgebakje. Het feit dat er toestemming wordt gevraagd om te "bakken" op de markt zelf, duidt op de verkoop van verse, ter plekke bereide waren, wat destijds aan specifieke regels gebonden was.
Administratief gezien doorliep het stuk verschillende stadia tussen 9 en 17 januari 1940, waarbij het werd verzonden ("exp." voor expeditie) en uiteindelijk geretourneerd naar het raadhuis.
Historische Context
Dit document dateert van januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De genoemde locaties, met name Uilenburg en het Waterlooplein, waren centrale plekken in het sociaal-economische leven van de Joodse gemeenschap in Amsterdam.
De naam Lakmstein (mogelijk ook gelezen als Lahnstein, zoals in de marge genoteerd) is typerend voor de Joodse bevolking van die tijd. Vergunningsaanvragen zoals deze geven een waardevol inkijkje in het dagelijks leven en de kleinschalige handel vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, een periode waarin dergelijke economische activiteiten voor veel gezinnen de belangrijkste bron van inkomsten vormden.