Ambtelijke notitie / Dossierstuk.
Origineel
Ambtelijke notitie / Dossierstuk. [Linkerbovenhoek, stempel:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/3/2 1940
DOORGEZONDEN: 5/3-'40
[Linkermarge, handgeschreven:]
"Men verricht als zoodanig een openbare dienst."
Duplicaat brief S.K. naar Insp. om spoed-advies. 14/3-'40 [gevolgd door paraaf]
[Hoofdtekst, handgeschreven:]
M.W. is geen ~~dienst~~ bedrijf, de Reiniging ook niet.
M.W. heeft geen kapitaal om uitgaven reiniging te betalen;
M.W. is uitvoerder van de Overheidstaak om kooplieden op
markten hun brood te laten verdienen; M.W. is dus uitvoerder
van een sociale taak. Die wordt onmogelijk als men de
marktkoopluiden laat betalen voor de reiniging van de straat.
Zoomin als winkeliers en publieke huizenbewoners apart
betalen moeten de marktkoopluiden betalen.
Zou men hen tevens belasten voor de bestrating en de Politie
dan eerst recht zou blijken, dat men hun bestaan ~~vrij~~
onmogelijk zou maken.
Zou omgekeerd de Reiniging als een bedrijf moeten betalen
rente en afschrijving van haar millioenenkapitaal en ook
weer apart betalen voor bestrating, - politie enz.
dan zou de Reiniging ook jaarlijksche groote verliezen boeken.
Terecht is noch de Reiniging, noch de M.W. een bedrijf,
maar een dienst, die diensten verricht.
De retributie die M.W. heft, mag niet uitgaan boven
zekere bedragen. (?). Als Reiniging dus vergoeding wil
hebben van de marktkooplieden, moet ze dat zelf maar
vragen en innen, zegt de Weth.
[Linkeronderhoek:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Kern van het betoog: De schrijver betoogt dat zowel het Marktwezen (M.W.) als de Reinigingsdienst geen commerciële bedrijven zijn, maar publieke diensten die een overheidstaak uitvoeren.
* Rechtvaardiging: De marktkooplieden mogen niet extra belast worden voor straatreiniging, omdat gewone winkeliers en bewoners daar ook niet apart voor aangeslagen worden. De schrijver trekt een vergelijking: als men marktkooplieden ook zou laten betalen voor bestrating en politie (publieke voorzieningen), zou hun broodwinning onmogelijk worden.
* Financieel argument: Er wordt gewezen op het feit dat als de Reinigingsdienst als een echt bedrijf zou opereren (inclusief rente en afschrijving op het enorme kapitaal), deze dienst nooit winstgevend zou zijn.
* Conclusie: Het Marktwezen dient geen kosten van de Reiniging te dekken uit haar eigen retributies. Als de Reiniging geld wil zien van de kooplui, moeten zij dit volgens de wethouder ("de Weth.") zelf maar regelen. Dit document stamt uit maart 1940, vlak voor de Duitse inval in Nederland. Het weerspiegelt de interne gemeentelijke discussies (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de vormgeving van de "Algemene Zaken" formulieren) over de financiering van openbare diensten. In deze periode was er vaak spanning tussen het streven naar een sluitende gemeentebegroting en de noodzaak om sociale voorzieningen en de lokale economie (zoals de markten) te ondersteunen. De "S.K." in de kantlijn verwijst mogelijk naar de Secretarie-Kanselarij of een specifieke functionaris die om advies vraagt aan de Inspectie.