Archief 745
Inventaris 745-312
Pagina 313
Dossier 22
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

12 maart 1940.

Origineel

12 maart 1940. [Stempel paars:] $N^{\underline{o}}$ 20/3/6 M. 1940 $\frac{13}{3}$

DIRECTIE DER MARKTEN EN BEURZEN TE ROTTERDAM

[Doorgestreept:] ~~Bureau: STADHUIS~~
[Doorgestreept:] ~~Telefoon No. 25300~~

LEUVEHAVEN 181
Telefoon No. 57620

Rotterdam, 12 Maart 1940

No.: $269^{3a}$
Bijlagen:

[Handgeschreven aantekening rechtsboven:] m i s e e

Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 6 dezer No. 20/3/3 M. betreffende de reiniging der straten, waar markten worden gehouden, heb ik de eer U te berichten;

Het schoonhouden der diverse marktterreinen geschiedt door den dienst der Gemeente-reiniging, die daarvoor aan het einde van elke maand een nota bij mijn dienst inlevert. Hierop bestond geen contrôle en bleek mij, toen ik aan het einde van het jaar 1931 aan het hoofd van den dienst der Markten en Beurzen werd geplaatst, dat deze nota's, vooral wat de dagelijksche groentemarkt betrof, steeds hoogere bedragen vermeldden.

Voorts bleek mij, dat de reinigingsdienst er belang bij had, dat lieden, die niets met de markt hadden uit te staan, hun afval en vuil ter markt deponeerden. Deze dienst behoefde dan niet het verspreide afval te verzamelen, doch kon dit van een centraal punt, de markt, met scheepsladingen en wagenvrachten weghalen, terwijl bovendien mijn / $^{dienst}$ de kosten daaraan verbonden betaalde. Vooral de dagelijksche groentemarkt was een verzamelplaats van afbraak en huisvuil, terwijl de door de Gemeente Reiniging geplaatste buitengewoon groote open bakken op de markt een ieder uitnoodigden daar te storten.

[Rechtsonder:] Nadat

Den Heer Directeur van
het Marktwezen te
AMSTERDAM.

E. D. 40 2000 4-'38 [Linksonder]
[Rechtsonder handgeschreven:] 20 Deze brief vormt een ambtelijke correspondentie tussen de marktmeesters van de twee grootste Nederlandse steden. De essentie van het schrijven is een klacht over een gebrek aan financiële controle en de 'oneigenlijke' kosten die de Rotterdamse Marktdienst moest dragen.

De kernpunten zijn:
1. Gebrek aan toezicht: Tot 1931 werden de nota's van de Gemeentereiniging klakkeloos betaald zonder controle op de werkelijk gemaakte kosten.
2. Oneigenlijk gebruik van faciliteiten: De reinigingsdienst faciliteerde indirect dat burgers hun huisvuil en sloopafval ("afbraak") op de markt dumpten door enorme open bakken te plaatsen.
3. Budgetverschuiving: De reinigingsdienst bespaarde hiermee kosten (centrale inzameling per schip of wagen in plaats van huis-aan-huis), terwijl de rekening volledig werd neergelegd bij de Marktdienst, die enkel verantwoordelijk zou moeten zijn voor specifiek marktafval. De brief is gedateerd op 12 maart 1940, slechts twee maanden voor het bombardement op Rotterdam. De genoemde locatie, de Leuvehaven, vormde het hart van de Rotterdamse handel, maar zou kort na deze brief grotendeels verwoest worden.

In deze periode was de professionalisering van de gemeentelijke diensten in volle gang. De overgang van een meer informele stadhuisaansturing naar een strakkere zakelijke bedrijfsvoering (onder de nieuwe directeur sinds 1931) is hier duidelijk zichtbaar. Het document geeft een inkijkje in de alledaagse stedelijke problematiek van die tijd: afvalbeheer, de interactie tussen verschillende gemeentelijke diensten en de pogingen om de stijgende kosten van de openbare reiniging te beheersen. De term "scheepsladingen" herinnert aan een tijd waarin veel afval uit de binnenstad van Rotterdam nog via de grachten en havens werd afgevoerd.

Samenvatting

Deze brief vormt een ambtelijke correspondentie tussen de marktmeesters van de twee grootste Nederlandse steden. De essentie van het schrijven is een klacht over een gebrek aan financiële controle en de 'oneigenlijke' kosten die de Rotterdamse Marktdienst moest dragen.

De kernpunten zijn:
1. Gebrek aan toezicht: Tot 1931 werden de nota's van de Gemeentereiniging klakkeloos betaald zonder controle op de werkelijk gemaakte kosten.
2. Oneigenlijk gebruik van faciliteiten: De reinigingsdienst faciliteerde indirect dat burgers hun huisvuil en sloopafval ("afbraak") op de markt dumpten door enorme open bakken te plaatsen.
3. Budgetverschuiving: De reinigingsdienst bespaarde hiermee kosten (centrale inzameling per schip of wagen in plaats van huis-aan-huis), terwijl de rekening volledig werd neergelegd bij de Marktdienst, die enkel verantwoordelijk zou moeten zijn voor specifiek marktafval.

Historische Context

De brief is gedateerd op 12 maart 1940, slechts twee maanden voor het bombardement op Rotterdam. De genoemde locatie, de Leuvehaven, vormde het hart van de Rotterdamse handel, maar zou kort na deze brief grotendeels verwoest worden.

In deze periode was de professionalisering van de gemeentelijke diensten in volle gang. De overgang van een meer informele stadhuisaansturing naar een strakkere zakelijke bedrijfsvoering (onder de nieuwe directeur sinds 1931) is hier duidelijk zichtbaar. Het document geeft een inkijkje in de alledaagse stedelijke problematiek van die tijd: afvalbeheer, de interactie tussen verschillende gemeentelijke diensten en de pogingen om de stijgende kosten van de openbare reiniging te beheersen. De term "scheepsladingen" herinnert aan een tijd waarin veel afval uit de binnenstad van Rotterdam nog via de grachten en havens werd afgevoerd.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Meyer Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaf-fing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaffing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A Boumeester Waterlooplein
A. Bouwmeester Uilenburg bezet thans reeds sedert 9 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel
A. Bouwmeester meerdere Bezet thans reeds sedert 9 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Hagenaar Waterlooplein
Aron Vogel meerdere Reeds voorgesteld d.d. 4-9-1939 no. 17/2/5 M. Rapport Dir. M.S. d.d. 2 October 1939 advies: plaats aanhouden; Vogel gaat bij eenige opleving weder staan; is echter nimmer verschenen.
Aron Vogel Waterlooplein 21/1 39
Abraham Prins Waterlooplein 27/2 39
B.F. Reinen Waterlooplein Idem. Advies: 4 maanden gevangenis; komt daarna weer op de markt; is echter niet verschenen.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
B.J. van Straten meerdere Bezet thans reeds sedert 10 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel is 66 jaar en ziek.
B.J. van Straten meerdere bezet thans reeds sedert 10 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel; is 66 jaar en ziek.
B. Kloos Uilenburg heeft geen kans thans op de markten zijn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
Benjamin Schelvis Waterlooplein 15/1 40
C Bleekrode-Kinsbergen Waterlooplein
C. Prins Waterlooplein 18/1 40
M.C.A. Renes meerdere Is 68 jaar; wil in steun blyven.
C. Renes meerdere is 69 jaar; wil in steun blijven.
C.E. Molenaars Waterlooplein 21/12 39 sg
C. van Bambergen Waterlooplein
D.A. Overmars Waterlooplein 23/12 39
D.M. de Groot Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2