Archiefdocument
Origineel
12 maart 1940. [Stempel paars:] $N^{\underline{o}}$ 20/3/6 M. 1940 $\frac{13}{3}$
DIRECTIE DER MARKTEN EN BEURZEN TE ROTTERDAM
[Doorgestreept:] ~~Bureau: STADHUIS~~
[Doorgestreept:] ~~Telefoon No. 25300~~
LEUVEHAVEN 181
Telefoon No. 57620
Rotterdam, 12 Maart 1940
No.: $269^{3a}$
Bijlagen:
[Handgeschreven aantekening rechtsboven:] m i s e e
Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 6 dezer No. 20/3/3 M. betreffende de reiniging der straten, waar markten worden gehouden, heb ik de eer U te berichten;
Het schoonhouden der diverse marktterreinen geschiedt door den dienst der Gemeente-reiniging, die daarvoor aan het einde van elke maand een nota bij mijn dienst inlevert. Hierop bestond geen contrôle en bleek mij, toen ik aan het einde van het jaar 1931 aan het hoofd van den dienst der Markten en Beurzen werd geplaatst, dat deze nota's, vooral wat de dagelijksche groentemarkt betrof, steeds hoogere bedragen vermeldden.
Voorts bleek mij, dat de reinigingsdienst er belang bij had, dat lieden, die niets met de markt hadden uit te staan, hun afval en vuil ter markt deponeerden. Deze dienst behoefde dan niet het verspreide afval te verzamelen, doch kon dit van een centraal punt, de markt, met scheepsladingen en wagenvrachten weghalen, terwijl bovendien mijn / $^{dienst}$ de kosten daaraan verbonden betaalde. Vooral de dagelijksche groentemarkt was een verzamelplaats van afbraak en huisvuil, terwijl de door de Gemeente Reiniging geplaatste buitengewoon groote open bakken op de markt een ieder uitnoodigden daar te storten.
[Rechtsonder:] Nadat
Den Heer Directeur van
het Marktwezen te
AMSTERDAM.
E. D. 40 2000 4-'38 [Linksonder]
[Rechtsonder handgeschreven:] 20 Deze brief vormt een ambtelijke correspondentie tussen de marktmeesters van de twee grootste Nederlandse steden. De essentie van het schrijven is een klacht over een gebrek aan financiële controle en de 'oneigenlijke' kosten die de Rotterdamse Marktdienst moest dragen.
De kernpunten zijn:
1. Gebrek aan toezicht: Tot 1931 werden de nota's van de Gemeentereiniging klakkeloos betaald zonder controle op de werkelijk gemaakte kosten.
2. Oneigenlijk gebruik van faciliteiten: De reinigingsdienst faciliteerde indirect dat burgers hun huisvuil en sloopafval ("afbraak") op de markt dumpten door enorme open bakken te plaatsen.
3. Budgetverschuiving: De reinigingsdienst bespaarde hiermee kosten (centrale inzameling per schip of wagen in plaats van huis-aan-huis), terwijl de rekening volledig werd neergelegd bij de Marktdienst, die enkel verantwoordelijk zou moeten zijn voor specifiek marktafval. De brief is gedateerd op 12 maart 1940, slechts twee maanden voor het bombardement op Rotterdam. De genoemde locatie, de Leuvehaven, vormde het hart van de Rotterdamse handel, maar zou kort na deze brief grotendeels verwoest worden.
In deze periode was de professionalisering van de gemeentelijke diensten in volle gang. De overgang van een meer informele stadhuisaansturing naar een strakkere zakelijke bedrijfsvoering (onder de nieuwe directeur sinds 1931) is hier duidelijk zichtbaar. Het document geeft een inkijkje in de alledaagse stedelijke problematiek van die tijd: afvalbeheer, de interactie tussen verschillende gemeentelijke diensten en de pogingen om de stijgende kosten van de openbare reiniging te beheersen. De term "scheepsladingen" herinnert aan een tijd waarin veel afval uit de binnenstad van Rotterdam nog via de grachten en havens werd afgevoerd.