Archief 745
Inventaris 745-312
Pagina 321
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte ambtelijke nota of brief (doorslag).

26 Maart [19]40 (gezien de notatie "x 40").

Origineel

Getypte ambtelijke nota of brief (doorslag). 26 Maart [19]40 (gezien de notatie "x 40"). 1                                   26 Maart              x 40
20/3/7                        den Heer Wethouder voor de
Alhier.                        levensmiddelen,

             Wat het feit betreft, dat de Stadsreiniging hier
ter stede kosteloos haar werk op de markten verricht, ter-
wijl - zooals mij bij informatie is bevestigd - in Den Haag
en Rotterdam door het Marktwezen voor het reinigen der
markten wordt betaald, merk ik op, dat het voor de Gemeente
mijns inziens eenvoudig een vraag is van boekhoudkundigen
aard of deze kosten door den eenen, dan wel door den anderen
dienst zullen worden gedragen, dat wil zeggen of zij onder
volgnummer 834 ("kosten van markten, beurzen en hallen") der
Gemeenterekening zullen worden geboekt, dan wel dat zij onder
een ander volgnummer van die rekening, waar zij thans staan,
zullen blijven.

             Het feit, dat te Rotterdam en Den Haag een andere
regeling bestaat dan hier ter stede, toont reeds, dat ten
deze verschil van opvatting mogelijk is. Ter verdediging van
de hier van ouds bestaande regeling, dat de Reiniging haar
eigen kosten draagt, merk ik op, dat de verschillende dien-
sten der Gemeente elk hun eigen taak hebben uit te voeren,
zonder dat zij over een afgezonderd vermogen beschikken. Zoo
is de Reiniging onder andere belast met het schoonhouden der
stad en het Marktwezen met het innen van marktgelden en het
toezicht op den straathandel. Voor zoo ver de markten ver-
ontreinigd zijn, behoort het schoonhouden tot de taak der
Reiniging, zooals het onderhoud der bestrating, ook in
marktstraten, voor rekening van den dienst der Publieke
Werken geschiedt en ook de Politie geen vergoeding krijgt
voor de hulp, die zij bij het toezien op den straathandel
verleent.

             Zou men alle kosten, die deze dienst veroorzaakt,
ten laste van het Marktwezen gaan boeken, dan zou verhooging
van marktgeld daarvan mijns inziens het noodzakelijke gevolg
zijn. Speciaal in de huidige tijdsomstandigheden kan ik een
belangrijke verhooging niet verdedigen voor de vele kleine
neringdoenden, die op de markten hun bestaan moeten vinden. * Kernvraag: Moet de Stadsreiniging de markten 'gratis' schoonmaken als onderdeel van hun algemene taak, of moet de dienst Marktwezen hiervoor betalen?
* Vergelijking: De auteur erkent dat in Rotterdam en Den Haag het Marktwezen wel betaalt voor reiniging, maar noemt dit een puur boekhoudkundige verschuiving binnen de gemeentebegroting.
* Argumentatie: De auteur beargumenteert dat elke dienst zijn eigen kerntaak heeft. Omdat de Stadsreiniging de stad schoonhoudt, vallen de markten daar logischerwijs onder, net zoals Publieke Werken de straten onderhoudt zonder factuur aan het Marktwezen.
* Sociaal-economisch aspect: De belangrijkste reden om de kosten niet naar het Marktwezen te verschuiven, is om een verhoging van de staangelden (marktgeld) te voorkomen. De auteur wil de "kleine neringdoenden" (marktkooplui) ontzien. Dit document stamt uit maart 1940, een periode van grote politieke en economische spanning in Nederland, vlak voor de Duitse inval in mei 1940. De term "huidige tijdsomstandigheden" verwijst naar de economische druk en de mobilisatieperiode. De focus op het beschermen van de "kleine neringdoenden" wijst op een sociaal bewuste houding van het gemeentebestuur (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de terminologie en structuur) om de koopkracht en het levensonderhoud van marktkooplieden niet verder onder druk te zetten door administratieve herindelingen van kosten. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een cruciale functie voor de voedselvoorziening en marktregulering. Marktwezen Politie Publieke Werken

Samenvatting

  • Kernvraag: Moet de Stadsreiniging de markten 'gratis' schoonmaken als onderdeel van hun algemene taak, of moet de dienst Marktwezen hiervoor betalen?
  • Vergelijking: De auteur erkent dat in Rotterdam en Den Haag het Marktwezen wel betaalt voor reiniging, maar noemt dit een puur boekhoudkundige verschuiving binnen de gemeentebegroting.
  • Argumentatie: De auteur beargumenteert dat elke dienst zijn eigen kerntaak heeft. Omdat de Stadsreiniging de stad schoonhoudt, vallen de markten daar logischerwijs onder, net zoals Publieke Werken de straten onderhoudt zonder factuur aan het Marktwezen.
  • Sociaal-economisch aspect: De belangrijkste reden om de kosten niet naar het Marktwezen te verschuiven, is om een verhoging van de staangelden (marktgeld) te voorkomen. De auteur wil de "kleine neringdoenden" (marktkooplui) ontzien.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1940, een periode van grote politieke en economische spanning in Nederland, vlak voor de Duitse inval in mei 1940. De term "huidige tijdsomstandigheden" verwijst naar de economische druk en de mobilisatieperiode. De focus op het beschermen van de "kleine neringdoenden" wijst op een sociaal bewuste houding van het gemeentebestuur (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de terminologie en structuur) om de koopkracht en het levensonderhoud van marktkooplieden niet verder onder druk te zetten door administratieve herindelingen van kosten. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een cruciale functie voor de voedselvoorziening en marktregulering.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Politie Publieke Werken

Kooplieden in dit dossier 100

A. Meyer Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaf-fing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaffing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A Boumeester Waterlooplein
A. Bouwmeester Uilenburg bezet thans reeds sedert 9 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel
A. Bouwmeester meerdere Bezet thans reeds sedert 9 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Hagenaar Waterlooplein
Aron Vogel meerdere Reeds voorgesteld d.d. 4-9-1939 no. 17/2/5 M. Rapport Dir. M.S. d.d. 2 October 1939 advies: plaats aanhouden; Vogel gaat bij eenige opleving weder staan; is echter nimmer verschenen.
Aron Vogel Waterlooplein 21/1 39
Abraham Prins Waterlooplein 27/2 39
B.F. Reinen Waterlooplein Idem. Advies: 4 maanden gevangenis; komt daarna weer op de markt; is echter niet verschenen.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
B.J. van Straten meerdere Bezet thans reeds sedert 10 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel is 66 jaar en ziek.
B.J. van Straten meerdere bezet thans reeds sedert 10 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel; is 66 jaar en ziek.
B. Kloos Uilenburg heeft geen kans thans op de markten zijn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
Benjamin Schelvis Waterlooplein 15/1 40
C Bleekrode-Kinsbergen Waterlooplein
C. Prins Waterlooplein 18/1 40
M.C.A. Renes meerdere Is 68 jaar; wil in steun blyven.
C. Renes meerdere is 69 jaar; wil in steun blijven.
C.E. Molenaars Waterlooplein 21/12 39 sg
C. van Bambergen Waterlooplein
D.A. Overmars Waterlooplein 23/12 39
D.M. de Groot Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2