Archief 745
Inventaris 745-312
Pagina 324
Dossier 4
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven concept (klad) van een ambtelijke nota of brief.

Origineel

Handgeschreven concept (klad) van een ambtelijke nota of brief. [De tekst bevat diverse doorhalingen, hier weergegeven tussen teksthaken of weggelaten voor de leesbaarheid van de kern.]

m. i. eenvoudig een vraag is van boek-
houdkundigen aard of deze kosten door den
eenen, dan wel door den anderen dienst
zullen worden gedragen, d.w.z. of zij onder
volgnummer 834 ("kosten van markten, beurzen en hallen")
der Gemeente-begrooting zullen worden geboekt, dan wel dat zij op die rekening zullen blijven.

[Doorgehaalde passage over een 'complex' voorstel]

Het feit, dat te Rotterdam en Den Haag een andere regeling
bestaat dan hier ter stede, toont reeds, dat te
dezen verschil van opvatting mogelijk is. Ter
verdediging van de hier bestaande regeling dat
de Reiniging haar eigen kosten draagt, merk ik
op, dat de verschillende diensten der Gemeente
elk hun eigen taak hebben uit te voeren,
zonder dat zij over een afgezonderd vermogen
beschikken. Zoo is de Reiniging o.a. belast met het
schoonhouden der stad en het Marktwezen
met het innen van marktgeld en het toezicht
op den straathandel. Voorzoover de markten
verontreinigd zijn, behoort het schoonhouden
tot de taak der Reiniging, zooals het onderhoud
der bestrating, ook in marktstraten, voor rekening
van den dienst der Publieke Werken geschiedt en
ook de Politie geen vergoeding krijgt voor
de hulp, die zij bij het toezicht op den
straathandel verleent.
Z.O.Z.

[Kantlijntekst, verticaal geschreven]:
...dat de gemeente ... handel voor vele kleine neringdoenden ... dat de markten... De schrijver van dit document zet uiteen waarom de kosten voor het schoonmaken van de markten bij de Dienst der Reiniging moeten blijven liggen, in plaats van te worden verhaald op de begroting van het Marktwezen.

De kernargumenten zijn:
1. Functionele scheiding: Elke gemeentedienst heeft een specifieke taak. Reiniging is verantwoordelijk voor alle schoonmaak in de stad, ongeacht of dit een gewone straat of een markt betreft.
2. Consistentie: Er wordt een vergelijking getrokken met de Dienst der Publieke Werken (die de straten onderhoudt zonder extra kosten in rekening te brengen bij het Marktwezen) en de Politie (die toezicht houdt zonder vergoeding).
3. Geen eigen vermogen: De diensten worden gezien als onderdelen van één geheel (de Gemeente) en beschikken niet over een eigen afgezonderd kapitaal waarmee ze onderling zouden moeten afrekenen.

De tekst toont een ambtelijke discussie over efficiëntie en rechtvaardigheid in de gemeentelijke begroting. De verwijzing naar Rotterdam en Den Haag suggereert dat men elders voor een andere boekhoudkundige methode heeft gekozen (waarschijnlijk het doorbelasten van kosten aan de specifieke opbrengst-genererende dienst). In de late 19e en vroege 20e eeuw professionaliseerden Nederlandse gemeenten hun apparaat in hoog tempo. Er ontstonden gespecialiseerde diensten zoals de Reinigingsdienst (vaak als opvolger van de private 'modder- en vuilnisophaal'). Dit document illustreert de groeipijnen van deze bureaucratisering: hoe verdeel je de kosten als taken van verschillende diensten elkaar overlappen?

De markten waren in die tijd cruciaal voor de voedselvoorziening en boden werk aan vele "kleine neringdoenden". De discussie over de kosten was dus niet alleen boekhoudkundig, maar had ook sociale gevolgen: hogere toegerekende kosten voor het Marktwezen zouden immers kunnen leiden tot hogere standgelden voor de kooplui.

Samenvatting

De schrijver van dit document zet uiteen waarom de kosten voor het schoonmaken van de markten bij de Dienst der Reiniging moeten blijven liggen, in plaats van te worden verhaald op de begroting van het Marktwezen.

De kernargumenten zijn:
1. Functionele scheiding: Elke gemeentedienst heeft een specifieke taak. Reiniging is verantwoordelijk voor alle schoonmaak in de stad, ongeacht of dit een gewone straat of een markt betreft.
2. Consistentie: Er wordt een vergelijking getrokken met de Dienst der Publieke Werken (die de straten onderhoudt zonder extra kosten in rekening te brengen bij het Marktwezen) en de Politie (die toezicht houdt zonder vergoeding).
3. Geen eigen vermogen: De diensten worden gezien als onderdelen van één geheel (de Gemeente) en beschikken niet over een eigen afgezonderd kapitaal waarmee ze onderling zouden moeten afrekenen.

De tekst toont een ambtelijke discussie over efficiëntie en rechtvaardigheid in de gemeentelijke begroting. De verwijzing naar Rotterdam en Den Haag suggereert dat men elders voor een andere boekhoudkundige methode heeft gekozen (waarschijnlijk het doorbelasten van kosten aan de specifieke opbrengst-genererende dienst).

Historische Context

In de late 19e en vroege 20e eeuw professionaliseerden Nederlandse gemeenten hun apparaat in hoog tempo. Er ontstonden gespecialiseerde diensten zoals de Reinigingsdienst (vaak als opvolger van de private 'modder- en vuilnisophaal'). Dit document illustreert de groeipijnen van deze bureaucratisering: hoe verdeel je de kosten als taken van verschillende diensten elkaar overlappen?

De markten waren in die tijd cruciaal voor de voedselvoorziening en boden werk aan vele "kleine neringdoenden". De discussie over de kosten was dus niet alleen boekhoudkundig, maar had ook sociale gevolgen: hogere toegerekende kosten voor het Marktwezen zouden immers kunnen leiden tot hogere standgelden voor de kooplui.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Meyer Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaf-fing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaffing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A Boumeester Waterlooplein
A. Bouwmeester Uilenburg bezet thans reeds sedert 9 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel
A. Bouwmeester meerdere Bezet thans reeds sedert 9 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Hagenaar Waterlooplein
Aron Vogel meerdere Reeds voorgesteld d.d. 4-9-1939 no. 17/2/5 M. Rapport Dir. M.S. d.d. 2 October 1939 advies: plaats aanhouden; Vogel gaat bij eenige opleving weder staan; is echter nimmer verschenen.
Aron Vogel Waterlooplein 21/1 39
Abraham Prins Waterlooplein 27/2 39
B.F. Reinen Waterlooplein Idem. Advies: 4 maanden gevangenis; komt daarna weer op de markt; is echter niet verschenen.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
B.J. van Straten meerdere Bezet thans reeds sedert 10 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel is 66 jaar en ziek.
B.J. van Straten meerdere bezet thans reeds sedert 10 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel; is 66 jaar en ziek.
B. Kloos Uilenburg heeft geen kans thans op de markten zijn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
Benjamin Schelvis Waterlooplein 15/1 40
C Bleekrode-Kinsbergen Waterlooplein
C. Prins Waterlooplein 18/1 40
M.C.A. Renes meerdere Is 68 jaar; wil in steun blyven.
C. Renes meerdere is 69 jaar; wil in steun blijven.
C.E. Molenaars Waterlooplein 21/12 39 sg
C. van Bambergen Waterlooplein
D.A. Overmars Waterlooplein 23/12 39
D.M. de Groot Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2