Archief 745
Inventaris 745-312
Pagina 323
Dossier 25
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven conceptbrief (minuut).

26 maart 1940.

Origineel

Handgeschreven conceptbrief (minuut). 26 maart 1940. [Linksboven:]
Concept
MNo 20/3/7 M.
Reiniging markten 20/3/40 [onleesbare paraaf]

[Margenoot links boven:]
Het navolgende te berichten

[Rechtsboven:]
A’dam 26 Maart 1940.
W.C.M.

[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 4 dezer om advies ~~ontvangen~~ stukken No 238 C II/1940 heb ik de eer U met betrekking tot het met potlood aangehaalde in het rapport van mijn Ambtsgenoot der Stadsreiniging d.d. 22 Februari 1940 (No. 633 S.R. Doss. No. 9 bl. 59).

~~Het is Zijn~~
Het is zeer wel mogelijk, dat de medewerking van verschillende marktkopieën tijdens de afgelopen vorstperiode niet groot is geweest. Per slot ~~De kooplui~~ die ~~bij ongunstig~~ weer, als de zaken slecht gaan, soms zeer lastig zijn, doch daartegenover staat, dat anderen ~~tenminste~~ wel degelijk behoorlijk aan de reiniging hebben meegewerkt en dat dit ook voor sommige kraamverhuurders, met name voor die van de Lindengracht en de Westerstraat, geldt, die enkele malen de markt zoveel mogelijk van sneeuw hebben gereinigd.

Toen, in het begin van de vorstperiode was gebleken, dat in de buurt van de standpijpen op de vischmarkten Lindengracht, Waterlooplein en Dapperstraat, ijsvorming op straat ontstond, zijn de bedoelde pijpen op een dezerzijds gedaan verzoek door de Gemeentewaterleiding afgesloten. Van andere markten dan de hierboven genoemde hebben mij dienaangaande geen klachten bereikt, anders zou ook daar de waterleiding zijn afgesloten.

[Margenoot links onder:]
7 - zoals mij bij informatie is bevestigd -

Wat het feit betreft, dat de Stadsreiniging hier ter stede kosteloos haar werk op de markten verricht, terwijl ~~het Marktwezen (wordt betaald)~~ in Den Haag en Rotterdam door het Marktwezen wordt betaald voor reiniging der markten merk ik op, dat ~~voor de Gemeente~~ het voor de Gemeente Dit document is een ambtelijk concept (een kladversie) voor een brief of rapportage. Het bevat talrijke doorstrepingen en correcties, wat inzicht geeft in het formuleringproces van de ambtenaar (W.C.M.).

De kern van het stuk is een reactie op een rapport van de Stadsreiniging over de winterperiode van 1940. Er worden drie hoofdpunten behandeld:
1. De inzet van marktkooplieden: De schrijver nuanceert de kritiek dat kooplui niet hielpen bij het sneeuwruimen. Hij erkent dat sommigen "lastig" zijn bij slecht weer, maar prijst specifiek de kraamverhuurders van de Lindengracht en de Westerstraat.
2. Bevriezingsgevaar: Er wordt uitgelegd waarom standpijpen (waterpunten) op de vismarkten (Lindengracht, Waterlooplein, Dapperstraat) werden afgesloten: om gevaarlijke ijsvorming op de grond te voorkomen.
3. Financiële structuur: Er wordt een vergelijking gemaakt met Den Haag en Rotterdam, waar het 'Marktwezen' blijkbaar betaalt voor de schoonmaak, terwijl dit in Amsterdam door de Stadsreiniging "kosteloos" (waarschijnlijk uit de algemene middelen) wordt gedaan. De datum, 26 maart 1940, is historisch saillant. Het is slechts anderhalve maand voor de Duitse inval in Nederland. De winter van 1939-1940 was bovendien een van de strengste winters van de 20e eeuw, wat de uitgebreide correspondentie over sneeuwruimen en bevroren waterleidingen verklaart.

De genoemde locaties — Lindengracht, Westerstraat, Waterlooplein en Dapperstraat — zijn tot op de dag van vandaag iconische Amsterdamse marktlocaties. Met name de vermelding van het Waterlooplein (destijds het hart van de Joodse buurt) geeft het document een specifieke historische lading gezien de gebeurtenissen die kort daarna zouden volgen. Het document illustreert de dagelijkse beslommeringen van het stadsbestuur (marktbeheer, gladheidbestrijding en interstedelijke vergelijkingen) in een tijd van grote internationale spanning.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk concept (een kladversie) voor een brief of rapportage. Het bevat talrijke doorstrepingen en correcties, wat inzicht geeft in het formuleringproces van de ambtenaar (W.C.M.).

De kern van het stuk is een reactie op een rapport van de Stadsreiniging over de winterperiode van 1940. Er worden drie hoofdpunten behandeld:
1. De inzet van marktkooplieden: De schrijver nuanceert de kritiek dat kooplui niet hielpen bij het sneeuwruimen. Hij erkent dat sommigen "lastig" zijn bij slecht weer, maar prijst specifiek de kraamverhuurders van de Lindengracht en de Westerstraat.
2. Bevriezingsgevaar: Er wordt uitgelegd waarom standpijpen (waterpunten) op de vismarkten (Lindengracht, Waterlooplein, Dapperstraat) werden afgesloten: om gevaarlijke ijsvorming op de grond te voorkomen.
3. Financiële structuur: Er wordt een vergelijking gemaakt met Den Haag en Rotterdam, waar het 'Marktwezen' blijkbaar betaalt voor de schoonmaak, terwijl dit in Amsterdam door de Stadsreiniging "kosteloos" (waarschijnlijk uit de algemene middelen) wordt gedaan.

Historische Context

De datum, 26 maart 1940, is historisch saillant. Het is slechts anderhalve maand voor de Duitse inval in Nederland. De winter van 1939-1940 was bovendien een van de strengste winters van de 20e eeuw, wat de uitgebreide correspondentie over sneeuwruimen en bevroren waterleidingen verklaart.

De genoemde locaties — Lindengracht, Westerstraat, Waterlooplein en Dapperstraat — zijn tot op de dag van vandaag iconische Amsterdamse marktlocaties. Met name de vermelding van het Waterlooplein (destijds het hart van de Joodse buurt) geeft het document een specifieke historische lading gezien de gebeurtenissen die kort daarna zouden volgen. Het document illustreert de dagelijkse beslommeringen van het stadsbestuur (marktbeheer, gladheidbestrijding en interstedelijke vergelijkingen) in een tijd van grote internationale spanning.

Locaties

Amsterdam (A’dam).

Kooplieden in dit dossier 100

A. Meyer Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaf-fing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaffing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A Boumeester Waterlooplein
A. Bouwmeester Uilenburg bezet thans reeds sedert 9 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel
A. Bouwmeester meerdere Bezet thans reeds sedert 9 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Hagenaar Waterlooplein
Aron Vogel meerdere Reeds voorgesteld d.d. 4-9-1939 no. 17/2/5 M. Rapport Dir. M.S. d.d. 2 October 1939 advies: plaats aanhouden; Vogel gaat bij eenige opleving weder staan; is echter nimmer verschenen.
Aron Vogel Waterlooplein 21/1 39
Abraham Prins Waterlooplein 27/2 39
B.F. Reinen Waterlooplein Idem. Advies: 4 maanden gevangenis; komt daarna weer op de markt; is echter niet verschenen.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
B.J. van Straten meerdere Bezet thans reeds sedert 10 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel is 66 jaar en ziek.
B.J. van Straten meerdere bezet thans reeds sedert 10 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel; is 66 jaar en ziek.
B. Kloos Uilenburg heeft geen kans thans op de markten zijn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
Benjamin Schelvis Waterlooplein 15/1 40
C Bleekrode-Kinsbergen Waterlooplein
C. Prins Waterlooplein 18/1 40
M.C.A. Renes meerdere Is 68 jaar; wil in steun blyven.
C. Renes meerdere is 69 jaar; wil in steun blijven.
C.E. Molenaars Waterlooplein 21/12 39 sg
C. van Bambergen Waterlooplein
D.A. Overmars Waterlooplein 23/12 39
D.M. de Groot Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2