Handgeschreven conceptbrief (minuut).
Origineel
Handgeschreven conceptbrief (minuut). 26 maart 1940. [Linksboven:]
Concept
MNo 20/3/7 M.
Reiniging markten 20/3/40 [onleesbare paraaf]
[Margenoot links boven:]
Het navolgende te berichten
[Rechtsboven:]
A’dam 26 Maart 1940.
W.C.M.
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 4 dezer om advies ~~ontvangen~~ stukken No 238 C II/1940 heb ik de eer U met betrekking tot het met potlood aangehaalde in het rapport van mijn Ambtsgenoot der Stadsreiniging d.d. 22 Februari 1940 (No. 633 S.R. Doss. No. 9 bl. 59).
~~Het is Zijn~~
Het is zeer wel mogelijk, dat de medewerking van verschillende marktkopieën tijdens de afgelopen vorstperiode niet groot is geweest. Per slot ~~De kooplui~~ die ~~bij ongunstig~~ weer, als de zaken slecht gaan, soms zeer lastig zijn, doch daartegenover staat, dat anderen ~~tenminste~~ wel degelijk behoorlijk aan de reiniging hebben meegewerkt en dat dit ook voor sommige kraamverhuurders, met name voor die van de Lindengracht en de Westerstraat, geldt, die enkele malen de markt zoveel mogelijk van sneeuw hebben gereinigd.
Toen, in het begin van de vorstperiode was gebleken, dat in de buurt van de standpijpen op de vischmarkten Lindengracht, Waterlooplein en Dapperstraat, ijsvorming op straat ontstond, zijn de bedoelde pijpen op een dezerzijds gedaan verzoek door de Gemeentewaterleiding afgesloten. Van andere markten dan de hierboven genoemde hebben mij dienaangaande geen klachten bereikt, anders zou ook daar de waterleiding zijn afgesloten.
[Margenoot links onder:]
7 - zoals mij bij informatie is bevestigd -
Wat het feit betreft, dat de Stadsreiniging hier ter stede kosteloos haar werk op de markten verricht, terwijl ~~het Marktwezen (wordt betaald)~~ in Den Haag en Rotterdam door het Marktwezen wordt betaald voor reiniging der markten merk ik op, dat ~~voor de Gemeente~~ het voor de Gemeente Dit document is een ambtelijk concept (een kladversie) voor een brief of rapportage. Het bevat talrijke doorstrepingen en correcties, wat inzicht geeft in het formuleringproces van de ambtenaar (W.C.M.).
De kern van het stuk is een reactie op een rapport van de Stadsreiniging over de winterperiode van 1940. Er worden drie hoofdpunten behandeld:
1. De inzet van marktkooplieden: De schrijver nuanceert de kritiek dat kooplui niet hielpen bij het sneeuwruimen. Hij erkent dat sommigen "lastig" zijn bij slecht weer, maar prijst specifiek de kraamverhuurders van de Lindengracht en de Westerstraat.
2. Bevriezingsgevaar: Er wordt uitgelegd waarom standpijpen (waterpunten) op de vismarkten (Lindengracht, Waterlooplein, Dapperstraat) werden afgesloten: om gevaarlijke ijsvorming op de grond te voorkomen.
3. Financiële structuur: Er wordt een vergelijking gemaakt met Den Haag en Rotterdam, waar het 'Marktwezen' blijkbaar betaalt voor de schoonmaak, terwijl dit in Amsterdam door de Stadsreiniging "kosteloos" (waarschijnlijk uit de algemene middelen) wordt gedaan. De datum, 26 maart 1940, is historisch saillant. Het is slechts anderhalve maand voor de Duitse inval in Nederland. De winter van 1939-1940 was bovendien een van de strengste winters van de 20e eeuw, wat de uitgebreide correspondentie over sneeuwruimen en bevroren waterleidingen verklaart.
De genoemde locaties — Lindengracht, Westerstraat, Waterlooplein en Dapperstraat — zijn tot op de dag van vandaag iconische Amsterdamse marktlocaties. Met name de vermelding van het Waterlooplein (destijds het hart van de Joodse buurt) geeft het document een specifieke historische lading gezien de gebeurtenissen die kort daarna zouden volgen. Het document illustreert de dagelijkse beslommeringen van het stadsbestuur (marktbeheer, gladheidbestrijding en interstedelijke vergelijkingen) in een tijd van grote internationale spanning.