Dienstbrief / Rapportage
Origineel
Dienstbrief / Rapportage 12 februari 1940 Onleesbaar (vermoedelijk een inspecteur of opzichter van het Marktwezen) Den Heer Directeur van het Marktwezen N° 20/0/1 M.1940 12/2
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen.
Naar aanleiding van de door U gestelde vragen inzake het schoonhouden der marktplaatsen door de kooplieden, heb ik de eer U het volgende te rapporteeren.
In verband met de slechte weersgesteldheid in het najaar - veel regen en wind - heeft het schoonhouden der plaatsen door de kooplieden op de markten Alb. Cuypstraat en Ten Katestraat wel eens te wenschen overgelaten.
Rekening houdend met de slechte weersgesteldheid, was het voor de ambtenaren belast met het toezicht dikwijls zeer moeilijk om streng op te treden terwijl eveneens door de slechte weersgesteldheid de medewerking van de zijde der kooplieden, in vele gevallen onvoldoende was.
Een andere moeilijkheid is, dat de regeling inzake het schoonhouden der plaatsen niet voor alle markten geldt. Kooplieden van de markten Alb. Cuypstraat en Ten Katestraat, die ook op andere markten plaatsen innemen, beroepen zich, ingeval zij een aanmerking krijgen, op deze ongelijke toepassing.
Een en ander geeft dikwijls moeilijkheden bij de uitvoering der voorschriften.
Het is m.i. dan ook dringend gewenscht, dat zoo mogelijk spoedig, de bepalingen inzake het schoonhouden der plaatsen, ook op de andere markten worden toegepast.
Met de desbetreffende Ambtenaren der Reiniging, is door mij afgesproken, om deze zaak spoedig, doch niet eerder dan na de vorstperiode, te bespreken.
Voor mij staat echter reeds vast, dat de animo om aan deze zaak uitbreiding te geven, bij de Reiniging niet groot is.
Inmiddels heb ik de Ambtenaren van de markten Alb. Cuypstraat en Ten Katestraat opgedragen, om direct na beëindiging der vorstperiode, de zaak weer flink aan te pakken en daarbij vooral toe te zien, dat iedere koopman een behoorlijke kist of bak achter zijn stal heeft voor berging van papier en afval.
Amsterdam, 12 feb. 40
(Handtekening onleesbaar)
--- In dit rapport wordt verslag uitgebracht over de naleving van de schoonmaakvoorschriften op de Amsterdamse markten, specifiek de Albert Cuypmarkt en de Ten Katemarkt. De rapporteur voert drie hoofdoorzaken aan voor de matige resultaten:
1. Extreme weersomstandigheden: Het natte najaar en de strenge vorst maakten het werk voor zowel kooplieden als toezichthouders lastig.
2. Rechtsongelijkheid: Kooplieden klagen dat de regels alleen op bepaalde markten gelden, wat de handhaving ondermijnt.
3. Ambtelijke tegenwerking: Er lijkt frictie te bestaan tussen de marktdienst en de Reinigingsdienst, waarbij die laatste weinig enthousiast is over uitbreiding van de regels.
De conclusie is pragmatisch: zodra het weer het toelaat (na de vorst), zal er strenger worden opgetreden en wordt de aanwezigheid van afvalbakken bij de kramen verplicht gesteld.
--- Het document dateert van februari 1940, een cruciaal moment in de Nederlandse geschiedenis. Hoewel de Tweede Wereldoorlog al in Europa woedde, was Nederland op dat moment nog neutraal en ging het ambtelijke leven in Amsterdam zijn gewone gang. De brief getuigt van de typische "ordelijkheid" van het vooroorlogse Amsterdamse stadsbestuur.
Interessant is de verwijzing naar de "vorstperiode". De winter van 1939-1940 was een van de strengste winters van de 20e eeuw, wat verklaart waarom de rapporteur de besprekingen en de handhaving over de vorstperiode heen tilde. De Albert Cuypmarkt en de Ten Katemarkt waren (en zijn) iconische locaties waar de interactie tussen de burger (koopman) en de overheid (marktkantoren) dagelijks zichtbaar was.