Ambtelijke brief/adviesnota.
Origineel
Ambtelijke brief/adviesnota. 7 maart 1940 (verzonden op 8 maart 1940). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven, rechtsboven:] In de Leuer [?]
[Middenboven:] VP/HG.
[Handgeschreven:] Verzonden 8/3
[Linkermarge:]
20/11/2 M.
1
[Rechtsboven:] 7 Maart 1940.
Verzoek van E.Rosies om vergunning voor bakken op markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 21 Februari jl. om advies ontvangen stuk no.57/6 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat den adressant dezerzijds is meegedeeld, dat bereids op de markt Dapperstraat aan een koopman vergunning is verleend tot het bakken van pinda's. Adressant heeft er daarom de voorkeur aan gegeven, in plaats van voor de Dapperstraat vergunning te vragen voor de markt Mosplein. Hij heeft derhalve zijn verzoek in dien zin gewijzigd, dat hij thans vergunning vraagt voor de markten Uilenburg en Mosplein.
Aangezien het bakken van amandelen en pinda's inderdaad geen bijzonderen hinder oplevert voor de omgeving, bestaat dezerzijds tegen inwilliging van het onderhavige verzoek geen bezwaar. Ik geef U echter beleefd in overweging terzake ook het advies te vragen van Uw Ambtgenoot voor de Brandweer.
De Directeur, * Kern van de zaak: Het document betreft een administratieve afhandeling van een vergunningsaanvraag. E. Rosies wilde oorspronkelijk pinda's branden op de Dappermarkt, maar omdat daar al iemand stond met die vergunning (om concurrentie of overdaad te voorkomen), heeft hij zijn aanvraag gewijzigd naar de markten op het Mosplein (Amsterdam-Noord) en Uilenburg (centrum).
* Procedure: De Directeur adviseert positief aan de Wethouder. Hij stelt dat de activiteit (het bakken van noten) geen overlast veroorzaakt voor de omgeving (denk aan geur of rook).
* Veiligheid: Er wordt een expliciet voorbehoud gemaakt wat betreft de brandveiligheid. Omdat er bij het bakken van noten waarschijnlijk gebruik wordt gemaakt van open vuur of ovens, moet de brandweer ook advies uitbrengen voordat de vergunning definitief wordt verleend.
* Vorm: De taal is uiterst formeel en hoffelijk, typerend voor de vooroorlogse ambtelijke correspondentie in Nederland. * Tijdsgeest: De brief is gedateerd op 7 maart 1940. Dit is slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het document toont aan dat het dagelijks leven en de gemeentelijke bureaucratie op dat moment nog op de normale voet verder gingen.
* Locatie: De genoemde markten zijn iconische Amsterdamse plekken. De Dapperstraat (Oost), het Mosplein (Noord) en de markt op de Uilenburg (de oude Joodse buurt). Vooral de vermelding van Uilenburg is historisch beladen, gezien de grote Joodse gemeenschap die daar destijds woonde en werkte, en die kort na deze brief door de bezetter zou worden weggevoerd.
* Economische bedrijvigheid: Het bakken van pinda's en amandelen was een veelvoorkomende vorm van kleine straathandel in Amsterdam. Het feit dat de gemeente reguleert hoeveel bakkers er op één markt mogen staan, duidt op een strak gereguleerd marktsysteem.