Archief 745
Inventaris 745-323
Pagina 68
Dossier 4
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief/advies.

14 januari 1938. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een verwante gemeentelijke dienst).

Origineel

Ambtelijke brief/advies. 14 januari 1938. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een verwante gemeentelijke dienst). extra

VP/G.

30/5/1 M.
1

14 Januari 1938.

Onderhoud marktkantoortje
Waterlooplein.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 20 November jl. om advies ontvangen stuk no.787 L.M.1937 heb ik de eer U te berichten, dat blykens opgaaf van den dienst der Publieke Werken voor het verven en "opknappen" van het marktkantoortje Waterlooplein een uitgave van ± ƒ 160,- vereischt zal zyn. Op de begrooting 1938 is voor het gewone onderhoud van dit marktkantoor een bedrag van ƒ 100,- uitgetrokken. Het lykt my gewenscht om de bovengenoemde werkzaamheden voorloopig nog niet te doen uitvoeren. Ik overweeg hierby, dat met ingang van 1 Juni a.s. de gewyzigde heffing van het ventgeld zal worden ingevoerd. Vanaf dien datum zal het ventgeld niet meer op het Waterlooplein worden geïnd en kan worden overwogen, of het huisje, waarin thans het marktkantoortje gevestigd is, kan verdwynen en het marktkantoor ondergebracht kan worden in het gebouwtje van de afdeeling Onderwys, waar thans de gelegenheid voor betaling van het ventgeld gevestigd is. Tot hieromtrent zal zyn beslist, lykt het my voorbarig, om onkosten voor het bestaande marktkantoortje te maken.

De Directeur,

Accoord met door Directeur
geparafeerde minute.
De Secretaris: * Kernboodschap: De directeur adviseert de wethouder om het geplande onderhoud (schilderwerk en opknappen) aan het marktkantoortje op het Waterlooplein uit te stellen.
* Financiële argumentatie: De kosten worden geschat op 160 gulden, terwijl er slechts 100 gulden is begroot. Er is dus een tekort van 60 gulden.
* Beleidsmatige argumentatie: Per 1 juni 1938 verandert de wijze waarop het 'ventgeld' (marktgeld) wordt geïnd. Omdat dit niet langer fysiek op het Waterlooplein zal gebeuren, is het huidige gebouwtje mogelijk overbodig. Het kantoor kan eventueel verhuizen naar een gebouw van de afdeling Onderwijs.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele spelling (bijv. "zyn", "gewyzigde", "Onderwys", "begrooting") en ambtelijke formuleringen ("heb ik de eer U te berichten"). Dit document stamt uit januari 1938, een periode waarin de gemeente Amsterdam (gezien de referentie naar het Waterlooplein) kritisch keek naar de kosten van marktbeheer. Het Waterlooplein was destijds een zeer drukke en centrale marktplek, vooral bekend als de Joodse markt. De reorganisatie van de inning van het ventgeld wijst op een centralisatie of administratieve modernisering van de marktheffingen. De brief illustreert een pragmatische bestuurscultuur: men weigert te investeren in vastgoed dat binnen enkele maanden mogelijk zijn functie verliest of gesloopt wordt. Tevens is de handgeschreven notitie "extra" en de goedkeuring van de secretaris onderaan typerend voor de bureaucratische gang van zaken in die tijd.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De directeur adviseert de wethouder om het geplande onderhoud (schilderwerk en opknappen) aan het marktkantoortje op het Waterlooplein uit te stellen.
  • Financiële argumentatie: De kosten worden geschat op 160 gulden, terwijl er slechts 100 gulden is begroot. Er is dus een tekort van 60 gulden.
  • Beleidsmatige argumentatie: Per 1 juni 1938 verandert de wijze waarop het 'ventgeld' (marktgeld) wordt geïnd. Omdat dit niet langer fysiek op het Waterlooplein zal gebeuren, is het huidige gebouwtje mogelijk overbodig. Het kantoor kan eventueel verhuizen naar een gebouw van de afdeling Onderwijs.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele spelling (bijv. "zyn", "gewyzigde", "Onderwys", "begrooting") en ambtelijke formuleringen ("heb ik de eer U te berichten").

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1938, een periode waarin de gemeente Amsterdam (gezien de referentie naar het Waterlooplein) kritisch keek naar de kosten van marktbeheer. Het Waterlooplein was destijds een zeer drukke en centrale marktplek, vooral bekend als de Joodse markt. De reorganisatie van de inning van het ventgeld wijst op een centralisatie of administratieve modernisering van de marktheffingen. De brief illustreert een pragmatische bestuurscultuur: men weigert te investeren in vastgoed dat binnen enkele maanden mogelijk zijn functie verliest of gesloopt wordt. Tevens is de handgeschreven notitie "extra" en de goedkeuring van de secretaris onderaan typerend voor de bureaucratische gang van zaken in die tijd.

Kooplieden in dit dossier 35

A. Klein Uilenburg
A. Koper Uilenburg
A. Lister Uilenburg (34)
A. Lopes Dias Uilenburg (35)
V. Kolm Uilenburg
B. Kloots Uilenburg
B.L. de Leeuw Uilenburg
C. de Leeuw Uilenburg
E. de Leeuw Uilenburg
F. Kramer Uilenburg
V. Leeuwen Uilenburg
G. Krijt Uilenburg
H. Kloot Uilenburg
H. Knoop Uilenburg
H. Last Uilenburg
H. Lerner Uilenburg
H. Letgever Uilenburg (1)
J. de Leeuw Uilenburg
G. Kolm Uilenburg
J. de Leeuwe Uilenburg
J. Krak Uilenburg
J. Lam Uilenburg
J. Leutken Uilenburg (32)
C. van Kleef Uilenburg 8
L. Knoop Uilenburg
B. Schuffeleers. Uilenburg (32)
M. Koster Uilenburg
G. de Klijn Uilenburg
O. Lang Uilenburg
Alle 35 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3