Ambtelijke correspondentie / interne notitie.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / interne notitie. 10 juli 1939 (geschreven), verzonden 18 juli 1939. [In rood:] 30/28/5 [In zwart potlood:] ((Uw schr. 29.87 / Doss. W.W. 753))
Naar aanl. v. Uw brief d.d. 7 dezer
bericht ik U, dat bij mijnen dienst
bekend is, dat ik het [doorgehaald: gebouw]
Zwanenburgerstr. 25-27 ongeschikt
acht om er het [doorgehaald: marktkantoortje]
Waterlooplein te vestigen. Op 3 Juni j.l.
[doorgehaald: was] verstrekte U mij (onder
No. 5427/Doss 23938 B/Bs) kostenopgave
voor het verplaatsen van het bestaande
kantoortje naar een ander punt van het
Waterlooplein of [ingevoegd: voor] het maken van een
nieuw gebouwtje. Het laatste heb ik
den heer Wethouder voor de Levensmiddelen
voorgesteld. Zodra een beslissing
zal zijn genomen, kom ik op deze aangelegenheid
terug.
[Linksonder:] 10/7-'39
[Daaronder:] 18/7 '39 [paraaf] De kern van dit document is een besluitvormingsproces rondom de huisvesting van een facilitair gebouwtje (vermoedelijk een marktkantoortje) op het Waterlooplein in Amsterdam. De auteur van de brief (waarschijnlijk een diensthoofd) verwerpt het idee om een bestaand pand aan de nabijgelegen Zwanenburgerstraat 25-27 te gebruiken, omdat hij dit ongeschikt acht.
Er worden twee alternatieven genoemd die al eerder (op 3 juni 1939) financieel in kaart waren gebracht:
1. Het bestaande kantoortje verplaatsen naar een andere plek op het plein.
2. De constructie van een geheel nieuw gebouwtje.
De schrijver geeft expliciet de voorkeur aan de tweede optie (nieuwbouw) en heeft dit voorstel geëscaleerd naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen". De brief dient als statusupdate in afwachting van de politieke beslissing. De doorhalingen in de tekst duiden op een concept dat direct als definitieve versie is gebruikt of een zeer zorgvuldige formulering van de ambtenaar. Dit document biedt een inkijkje in de Amsterdamse stadsplanning aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was in 1939 het kloppende hart van de Joodse buurt en de centrale marktplaats van de stad.
De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is historisch interessant. In de jaren '30, getekend door de economische crisis en de toenemende oorlogsdreiging, was de distributie en controle van levensmiddelen een cruciale overheidstaak. Het marktkantoortje speelde hierin waarschijnlijk een toezichthoudende rol.
De genoemde Zwanenburgerstraat is in de decennia na de oorlog grotendeels verdwenen of ingrijpend gewijzigd door de sanering van de Joodse buurt en de uiteindelijke bouw van de Stopera (stadhuis en opera). Dit document vormt dus een klein puzzelstukje in de administratieve geschiedenis van een inmiddels onherkenbaar veranderd stukje Amsterdam. M. No Stadhuis