Officiële kennisgeving van een disciplinaire maatregel (brief).
Origineel
Officiële kennisgeving van een disciplinaire maatregel (brief). 13 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer L. Boas, Valkenburgerstraat 146, Amsterdam-Centrum. extra
den Heer L.Boas,
Valkenburgerstraat 146,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
30/70/5 M 13 December 1940.
My is gerapporteerd, dat U op Vrydag 29 November jl. de markt aan het Waterlooplein niet op het voorgeschreven tydstip met Uw goederen had verlaten.
In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op Markten, voorwaardelyk heb gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tyd van een dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen een jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.
De Directeur, Dit document is een officiële waarschuwing aan een marktkoopman, de heer L. Boas. De overtreding betreft het niet tijdig verlaten van de markt op het Waterlooplein op 29 november 1940. De opgelegde straf is een ontzegging van de markttoegang voor de duur van één dag, maar deze straf is voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. De spelling wijkt af van de huidige standaard (bijv. "vrydag", "tydstip", "den tyd") conform de toenmalige spellingvoorschriften. De toon is zakelijk en bureaucratisch, verwijzend naar specifieke artikelen uit het marktreglement. De datum van de brief, 13 december 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het adres (Valkenburgerstraat) en de locatie van de markt (Waterlooplein) liggen in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel de brief een schijnbaar triviale bureaucratische kwestie behandelt, is het aannemelijk dat de heer Boas van Joodse afkomst was.
In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten en de collaborerende Amsterdamse overheid de bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden van Joodse burgers steeds verder in te perken. Het strikt handhaven van marktreglementen was een van de middelen om controle uit te oefenen op de Joodse bevolking, die voor een groot deel afhankelijk was van de handel op markten zoals het Waterlooplein. Documenten als deze illustreren hoe het dagelijks leven onder de bezetting werd gereguleerd door een verstikkende administratieve machinerie. L. Boas