Archiefdocument
Origineel
[Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 30/71/1/ 1940
DOORGEZONDEN: 6/12 '40
[Rechtsboven:]
78
[Midden boven:]
H. Rozelaar
pl. 207 Waterlooplein
" 131 Prinsengracht
[Midden links, in potlood:]
Ook Dresden
[Hoofdtekst:]
Aan Mevr. Roselaar kan m.i.
worden bericht, dat de plaatsen van haar
echtgenoot, op de markten Waterlooplein en Prinsengracht, gedurende den tijd dat
hij is ingesloten, voor hem beschik-
baar blijven en dat hij gedurende
dien tijd geen marktgeld behoeft te
betalen. Vragen uitsluiting van kosten.
[onleesbare doorhaling]
[Rechtsonder:]
15-12-40
de Rooy [handtekening]
[Onderzijde, in rood en blauw potlood:]
30/71/2 6 18/12/40
[paraaf]
[Voetnoot:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 De kern van dit document is een besluit over de marktplaatsen van de heer H. Rozelaar in Amsterdam. Omdat de heer Rozelaar "ingesloten" is (een term die duidt op hechtenis of gevangenschap), wordt er ambtelijk vastgelegd dat zijn vaste standplaatsen op het Waterlooplein en de Prinsengracht voor hem gereserveerd blijven. Bovendien wordt bepaald dat hij gedurende deze periode geen marktgeld hoeft te betalen ("uitsluiting van kosten"). De notitie is gericht aan zijn echtgenote om haar gerust te stellen over de zakelijke continuïteit van hun nering. De informele krabbel "Ook Dresden" wijst erop dat er voor een andere marktkoopman (Dresden) waarschijnlijk een identieke regeling gold. Dit document stamt uit december 1940, het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De context is beladen: de naam Rozelaar is een bekende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, en het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt en markt. In deze periode begonnen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter toe te nemen, en arrestaties ("insluiting") kwamen steeds vaker voor.
Het document illustreert hoe de Amsterdamse bureaucratie in de vroege oorlogsjaren nog probeerde om volgens reguliere regels om te gaan met de gevolgen van arrestaties. De beslissing om de marktplaatsen te behouden en de kosten kwijt te schelden, kan gezien worden als een vorm van ambtelijke coulance of simpelweg het volgen van procedures bij overmacht, nog voordat de grootschalige onteigening en uitsluiting van Joodse ondernemers later in de oorlog volledig werd doorgevoerd. H. Rozelaar M. No Gemeente Amsterdam
Samenvatting
De kern van dit document is een besluit over de marktplaatsen van de heer H. Rozelaar in Amsterdam. Omdat de heer Rozelaar "ingesloten" is (een term die duidt op hechtenis of gevangenschap), wordt er ambtelijk vastgelegd dat zijn vaste standplaatsen op het Waterlooplein en de Prinsengracht voor hem gereserveerd blijven. Bovendien wordt bepaald dat hij gedurende deze periode geen marktgeld hoeft te betalen ("uitsluiting van kosten"). De notitie is gericht aan zijn echtgenote om haar gerust te stellen over de zakelijke continuïteit van hun nering. De informele krabbel "Ook Dresden" wijst erop dat er voor een andere marktkoopman (Dresden) waarschijnlijk een identieke regeling gold.
Historische Context
Dit document stamt uit december 1940, het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De context is beladen: de naam Rozelaar is een bekende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, en het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt en markt. In deze periode begonnen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter toe te nemen, en arrestaties ("insluiting") kwamen steeds vaker voor.
Het document illustreert hoe de Amsterdamse bureaucratie in de vroege oorlogsjaren nog probeerde om volgens reguliere regels om te gaan met de gevolgen van arrestaties. De beslissing om de marktplaatsen te behouden en de kosten kwijt te schelden, kan gezien worden als een vorm van ambtelijke coulance of simpelweg het volgen van procedures bij overmacht, nog voordat de grootschalige onteigening en uitsluiting van Joodse ondernemers later in de oorlog volledig werd doorgevoerd.