Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven). 24 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie in Amsterdam). De Secretaris van de Kooplieden- en Marktkramersbond "Mercurius", Nwe. Achtergracht 101, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven: A.M. v.d. Laar]
[Links: C]
D/HG.
den Heer Secretaris van de Kooplieden-
en Marktkramersbond "Mercurius",
Nwe. Achtergracht 101,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
30/73/2 H. 24 December 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 December jl. bericht
ik U, dat de plaats van A. Dresden op het Waterlooplein gedurende
den duur zijner insluiting voor hem beschikbaar blijft; gedurende
dien tijd behoeft geen marktgeld betaald te worden.
De Directeur, * Administratieve procedure: De brief is een antwoord op een verzoek van de bond "Mercurius". De marktmeester of directeur van de marktdienst bevestigt een coulanceregeling: de marktplaats van een specifieke koopman wordt vastgehouden zonder dat daarvoor staangeld (marktgeld) betaald hoeft te worden gedurende zijn afwezigheid.
* Terminologie: De term "insluiting" duidt op detentie (gevangenisstraf of voorarrest). Het feit dat de plaats beschikbaar blijft, suggereert dat men in december 1940 nog uitging van een tijdelijke afwezigheid en een terugkeer van de betrokkene.
* Locatie: "Wijk 10" en "Waterlooplein" plaatsen dit document direct in het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam. Het Waterlooplein was een centrale marktplaats, grotendeels bemand door Joodse marktkooplieden. Dit document dateert van december 1940, zeven maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de grootschalige deportaties op dat moment nog niet waren begonnen, namen de beperkende maatregelen tegen de Joodse bevolking toe.
A. Dresden verwijst zeer waarschijnlijk naar Abraham Dresden. Gezien de locatie (Waterlooplein) en de datum, is het aannemelijk dat Dresden van Joodse afkomst was. In deze periode werden Joden vaker opgepakt voor kleine overtredingen of "politieke" redenen. De bond "Mercurius" trad hier op als belangenbehartiger voor haar leden om te voorkomen dat zij hun bron van inkomsten (de marktvergunning) definitief zouden verliezen door hun afwezigheid.
Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van persoonlijke tragedies in oorlogstijd: een formele bevestiging van het aanhouden van een marktplek, terwijl de wereld van de betrokkene op het punt stond definitief te veranderen.