Archief 745
Inventaris 745-323
Pagina 230
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie).

1 maart 1940. Van: De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst der Markten, Gemeente Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie). 1 maart 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst der Markten, Gemeente Amsterdam). [Handgeschreven in de rechterbovenhoek:]
2 ex. [onleesbaar, mogelijk: Kr. d. Man.]

[Linksboven:]
VP/HG.

31/12/2 M.

[Handgeschreven centraal boven:]
Verzonden 1/3-'40.

[Rechtsboven de tekst:]
1 Maart 1940.

den Heer E. de Vries,
Zandstraat 8 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 12 Februari jl. bericht ik U, dat U voortaan Uw plaats op de markt Uilenburg wederom regelmatig, dat wil zeggen ten minste 3 maal per 4 weken, moet bezetten, daar de bedoelde plaats anders zal worden ingetrokken, op grond van de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten. Tevens dient U het door U verschuldigde achterstallige marktgeld per omgaande aan te zuiveren.

De Directeur, De brief is een officiële administratieve mededeling van de gemeente Amsterdam aan een marktkoopman. Uit de tekst blijkt dat de heer De Vries eerder had geschreven (op 12 februari 1940), waarschijnlijk om een afwezigheid te verklaren of uitstel van betaling te vragen.

De autoriteit (de directeur) wijst hem echter strikt op de regels van het 'Reglement op de Markten': een marktplaats moet minimaal drie keer per vier weken bezet worden om de vergunning te behouden. Daarnaast is er sprake van een schuld aan de gemeente ("achterstallige marktgeld") die direct ("per omgaande") voldaan moet worden. De toon is zakelijk en dreigend wat betreft het voortbestaan van de handelsplek. De datum van de brief, 1 maart 1940, is historisch relevant: het is slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De markt op Uilenburg bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. De geadresseerde, de heer E. de Vries, woonde in de nabijgelegen Zandstraat. Gezien de locatie en de achternaam is het zeer waarschijnlijk dat de heer De Vries een Joodse marktkoopman was.

In deze periode was er al sprake van economische malaise en grote onzekerheid. Het feit dat hij achterliep met zijn marktgeld en zijn kraam niet regelmatig bezette, suggereert dat hij in financiële of persoonlijke problemen verkeerde. Na de inval in mei 1940 en het begin van de bezetting zouden de regels voor Joodse marktkooplieden steeds strenger worden, wat uiteindelijk leidde tot de uitsluiting van Joden van de reguliere markten en hun deportatie. Dit document toont de bureaucratische realiteit vlak vóór die omslag.

Samenvatting

De brief is een officiële administratieve mededeling van de gemeente Amsterdam aan een marktkoopman. Uit de tekst blijkt dat de heer De Vries eerder had geschreven (op 12 februari 1940), waarschijnlijk om een afwezigheid te verklaren of uitstel van betaling te vragen.

De autoriteit (de directeur) wijst hem echter strikt op de regels van het 'Reglement op de Markten': een marktplaats moet minimaal drie keer per vier weken bezet worden om de vergunning te behouden. Daarnaast is er sprake van een schuld aan de gemeente ("achterstallige marktgeld") die direct ("per omgaande") voldaan moet worden. De toon is zakelijk en dreigend wat betreft het voortbestaan van de handelsplek.

Historische Context

De datum van de brief, 1 maart 1940, is historisch relevant: het is slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De markt op Uilenburg bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. De geadresseerde, de heer E. de Vries, woonde in de nabijgelegen Zandstraat. Gezien de locatie en de achternaam is het zeer waarschijnlijk dat de heer De Vries een Joodse marktkoopman was.

In deze periode was er al sprake van economische malaise en grote onzekerheid. Het feit dat hij achterliep met zijn marktgeld en zijn kraam niet regelmatig bezette, suggereert dat hij in financiële of persoonlijke problemen verkeerde. Na de inval in mei 1940 en het begin van de bezetting zouden de regels voor Joodse marktkooplieden steeds strenger worden, wat uiteindelijk leidde tot de uitsluiting van Joden van de reguliere markten en hun deportatie. Dit document toont de bureaucratische realiteit vlak vóór die omslag.

Kooplieden in dit dossier 35

A. Klein Uilenburg
A. Koper Uilenburg
A. Lister Uilenburg (34)
A. Lopes Dias Uilenburg (35)
V. Kolm Uilenburg
B. Kloots Uilenburg
B.L. de Leeuw Uilenburg
C. de Leeuw Uilenburg
E. de Leeuw Uilenburg
F. Kramer Uilenburg
V. Leeuwen Uilenburg
G. Krijt Uilenburg
H. Kloot Uilenburg
H. Knoop Uilenburg
H. Last Uilenburg
H. Lerner Uilenburg
H. Letgever Uilenburg (1)
J. de Leeuw Uilenburg
G. Kolm Uilenburg
J. de Leeuwe Uilenburg
J. Krak Uilenburg
J. Lam Uilenburg
J. Leutken Uilenburg (32)
C. van Kleef Uilenburg 8
L. Knoop Uilenburg
B. Schuffeleers. Uilenburg (32)
M. Koster Uilenburg
G. de Klijn Uilenburg
O. Lang Uilenburg
Alle 35 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3