Archiefdocument
Origineel
[Rechtsboven, mogelijk een paraaf of afkorting:] vrijw.
Amsterdam 11-4-40
Wel Edele Heer Inspecteur
Daar ik tot heden nog geen
bescheid heb ontvangen, breng ik nogmaals
beleefd onder Uwe aandacht mijn
verzoek voor eene vaste plaats
zaterdags op 't Mosplein en
zondags Wittenburg
Daar ik deze maand 22 April
14 jaar ben ingeschreven in den
Burgerlijken stand in Holland
wil ik Wel Edele Heer Inspecteur
dit nog eens verduidelijken
[Paars stempel onderaan:]
№ 31/15/2 M. 1940 12/4
[Rechtsonder in potlood:]
90/31 * Inhoud: De briefschrijver herhaalt een eerder ingediend verzoek voor het verkrijgen van vaste marktplaatsen op twee specifieke locaties in Amsterdam: het Mosplein (een bekende markt in Amsterdam-Noord) op zaterdag en Wittenburg op zondag.
* Argumentatie: De schrijver voert aan dat hij op 22 april 1940 precies 14 jaar ingeschreven staat in de burgerlijke stand in Nederland. Het expliciet noemen van "in Holland" en de nadruk op de duur van de inschrijving suggereert dat de schrijver mogelijk van buitenlandse komaf is en zijn legale status en verblijfsduur wil gebruiken als bewijs van integriteit en recht op een vergunning.
* Administratieve verwerking: Het paarse stempel ("M. 1940") geeft aan dat de brief is behandeld door de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De datum op de stempel (12/4) laat zien dat de brief de dag na verzending al werd verwerkt. * Tijdsgewricht: De brief is geschreven in de laatste weken van de mobilisatieperiode, precies één maand voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Ondanks de dreigende oorlogssituatie liep de gemeentelijke bureaucreatie en de regulering van de handel op de markten nog op normale wijze door.
* Marktcultuur: In de jaren '40 waren marktplaatsen essentieel voor de voedselvoorziening en de economie van de stad. Vaste standplaatsen boden zekerheid aan handelaren. De markt op het Mosplein was een belangrijk handelsknooppunt voor de bewoners van de Tuindorpen in Noord.
* Zondagsmarkten: Hoewel de zondagsrust in die tijd streng werd gehandhaafd, waren er op bepaalde plekken (zoals de Joodse markten of specifieke locaties zoals Wittenburg) uitzonderingen of specifieke vergunningen mogelijk. Daar ik (Inspecteur) Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De briefschrijver herhaalt een eerder ingediend verzoek voor het verkrijgen van vaste marktplaatsen op twee specifieke locaties in Amsterdam: het Mosplein (een bekende markt in Amsterdam-Noord) op zaterdag en Wittenburg op zondag.
- Argumentatie: De schrijver voert aan dat hij op 22 april 1940 precies 14 jaar ingeschreven staat in de burgerlijke stand in Nederland. Het expliciet noemen van "in Holland" en de nadruk op de duur van de inschrijving suggereert dat de schrijver mogelijk van buitenlandse komaf is en zijn legale status en verblijfsduur wil gebruiken als bewijs van integriteit en recht op een vergunning.
- Administratieve verwerking: Het paarse stempel ("M. 1940") geeft aan dat de brief is behandeld door de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De datum op de stempel (12/4) laat zien dat de brief de dag na verzending al werd verwerkt.
Historische Context
- Tijdsgewricht: De brief is geschreven in de laatste weken van de mobilisatieperiode, precies één maand voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Ondanks de dreigende oorlogssituatie liep de gemeentelijke bureaucreatie en de regulering van de handel op de markten nog op normale wijze door.
- Marktcultuur: In de jaren '40 waren marktplaatsen essentieel voor de voedselvoorziening en de economie van de stad. Vaste standplaatsen boden zekerheid aan handelaren. De markt op het Mosplein was een belangrijk handelsknooppunt voor de bewoners van de Tuindorpen in Noord.
- Zondagsmarkten: Hoewel de zondagsrust in die tijd streng werd gehandhaafd, waren er op bepaalde plekken (zoals de Joodse markten of specifieke locaties zoals Wittenburg) uitzonderingen of specifieke vergunningen mogelijk.