Doorslag van een ambtelijke brief (kennisgeving).
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief (kennisgeving). 6 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Markthallen of de betreffende gemeentelijke afdeling in Amsterdam). 31/15/3 M.
6 Augustus 1940.
den Heer R.L. Cornelissen,
Recht Boomssloot 86,
Amsterdam-Centrum.
Naar aanleiding van een door U ingediend desbetreffend
verzoek bericht ik U, dat voor het verkrijgen van een vaste
plaats op een der markten hier ter stede, krachtens Reglement,
de Nederlandsche nationaliteit wordt vereischt. Op dit voor-
schrift kunnen thans geen uitzonderingen worden gemaakt. Aan-
gezien U niet aan het bovenbedoelde vereischte voldoet, moet
Uw verzoek van de hand worden gewezen.
De Directeur, Deze brief is een formele afwijzing van een aanvraag voor een vaste staanplaats op een van de Amsterdamse markten. De grond voor de afwijzing is strikt juridisch-administratief: volgens het vigerende reglement is de Nederlandse nationaliteit een vereiste voor het verkrijgen van een dergelijke plaats. Omdat de aanvrager, de heer R.L. Cornelissen, blijkbaar niet over de Nederlandse nationaliteit beschikt, wordt zijn verzoek afgewezen. Opvallend is de expliciete vermelding dat er "thans geen uitzonderingen" meer worden gemaakt. De datum van de brief, 6 augustus 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (die begon in mei 1940). Hoewel de brief verwijst naar een algemeen reglement betreffende nationaliteit, moet dit worden gezien in het licht van de toenemende restricties en uitsluitingsmechanismen die tijdens de bezetting werden aangescherpt.
Het adres van de ontvanger, Recht Boomssloot 86, bevond zich in de oude Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel de achternaam Cornelissen niet direct als Joods herkenbaar is, werden in deze periode veel buitenlandse (vaak Joodse) vluchtelingen of ingezetenen zonder de Nederlandse nationaliteit via dit soort regelingen systematisch uitgesloten van economische activiteiten. De strikte handhaving van nationaliteitsvereisten was een effectief middel voor de bezetter en de meewerkende bureaucratie om bepaalde groepen uit het openbare en commerciële leven te weren. R.L. Cornelissen
Samenvatting
Deze brief is een formele afwijzing van een aanvraag voor een vaste staanplaats op een van de Amsterdamse markten. De grond voor de afwijzing is strikt juridisch-administratief: volgens het vigerende reglement is de Nederlandse nationaliteit een vereiste voor het verkrijgen van een dergelijke plaats. Omdat de aanvrager, de heer R.L. Cornelissen, blijkbaar niet over de Nederlandse nationaliteit beschikt, wordt zijn verzoek afgewezen. Opvallend is de expliciete vermelding dat er "thans geen uitzonderingen" meer worden gemaakt.
Historische Context
De datum van de brief, 6 augustus 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (die begon in mei 1940). Hoewel de brief verwijst naar een algemeen reglement betreffende nationaliteit, moet dit worden gezien in het licht van de toenemende restricties en uitsluitingsmechanismen die tijdens de bezetting werden aangescherpt.
Het adres van de ontvanger, Recht Boomssloot 86, bevond zich in de oude Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel de achternaam Cornelissen niet direct als Joods herkenbaar is, werden in deze periode veel buitenlandse (vaak Joodse) vluchtelingen of ingezetenen zonder de Nederlandse nationaliteit via dit soort regelingen systematisch uitgesloten van economische activiteiten. De strikte handhaving van nationaliteitsvereisten was een effectief middel voor de bezetter en de meewerkende bureaucratie om bepaalde groepen uit het openbare en commerciële leven te weren.