Handgeschreven brief
Origineel
Handgeschreven brief 19 Maart 1940 E. (Esther) Matteman-Polak Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke instantie of marktmeester) [Linksboven:] Nº 31/17/3
[Middenboven:] M. 1940 21/3
[Rechtsboven:] 19 Maart 1940
Mijnheer
Aangezien ik van de brief die 14 dagen geleden naar U toe
gestuurd is niets van heb gehoord schrijf ik maar weer opnieuw
mijn verzoek tot U
Mijn man is sinds begin December 1939 niet meer thuis
door dat hij moedwillig mij en mijn kind heb verlaten. Ik
moet zoo doende zelf mijn brood verdienen. Nu heb ik
die 4 maanden op zijn plaats gestaan want hij is niet
komen opdagen daar hij in Haarlem woont. Die plaats
is op Zondag Uilenburgerstraat. Ik ben volgens ~~advoc~~
advocaat over 4 weken gescheiden. Hopende
dat U zoo goedwillig wilt zijn en mij dezen plaats
te laten houden zoo dat mijn man daar geen recht op
heeft aangezien Ik dezen plaats 4 maanden betaald
heeft en hij mij geen geld geeft voor onderhoud laat
staan voor deze markt plaats. Hopende dat ik deze
keer spoediger bericht krijg als de vorige aangezien
mijn man al Zondag op een andere plaats op Uilen-
burg gestaan heeft en er met andere over gesproken heeft
dat hij eerstdaags deze plaats weer in neemt vraag
ik U beleefd doch dringend spoedig antwoord
Hoogachtend
(Esther) E. Matteman Polak
Uilenburgerstraat 48 II
centrum
Ik verkoop
zijden doekjes
waar namen ingeschreven
worden In deze brief verzoekt Esther Matteman-Polak om de officiële toewijzing van een marktplaats op de Uilenburgerstraat in Amsterdam. Haar echtgenoot heeft haar en hun kind in december 1939 verlaten en is naar Haarlem verhuisd. Sindsdien heeft Esther de marktplaats zelfstandig bemand en de bijbehorende lasten betaald om in haar levensonderhoud te voorzien.
Zij uit haar bezorgdheid dat haar man, van wie zij bijna gescheiden is, zal proberen de plek weer op te eisen. Ze benadrukt dat hij geen alimentatie betaalt en dat zij de afgelopen vier maanden de marktgelden heeft voldaan. Als bijzonderheid vermeldt ze haar handel: het verkopen van zijden doekjes waarop namen worden geborduurd of geschreven. De brief is geschreven in maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locatie, de Uilenburgerstraat, vormde het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam. De zondagmarkt aldaar was een bekende plek voor de sociaal-economisch zwakkere bewoners van de buurt om wat bij te verdienen.
De achternaam 'Polak' en de locatie wijzen op een Joodse achtergrond. Voor veel Joodse Amsterdammers in deze periode was de marktkoop een cruciale bron van inkomsten, zeker in een tijd van toenemende economische spanning en de dreiging van oorlog. De brief geeft een indringend beeld van de precaire rechtspositie van vrouwen in die tijd, die na een echtscheiding of verlating hard moesten vechten voor hun zelfstandige economische voortbestaan. E. Matteman Puls