Archiefkaart van de Amsterdamse politie of vreemdelingendienst.
Origineel
Archiefkaart van de Amsterdamse politie of vreemdelingendienst. [Linksboven, in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 31/25/I 1940
DOORGEZONDEN: 10/4-'40
[Rechtsboven:]
200
6/8-'40 31/25/2 Buitenlander.
[Hoofdtekst:]
Amstellaan 82 III
Josef Goldstein, geb. 30 Sept. 1891.
Geb. in Weenen.
reeds 10 jaar in Holland gevestigd.
Nam reeds in 1934 vaste plaats op
Uilenburg.
Is reeds 10 jaar lid van standwerkersbond
insp. bij Hr. Frenkel.
Gehuwd met Duitsche vrouw. geen kinderen.
Standwerker
Uilenburg en Amstelveld.
[Rechtsmidden:]
Oproepen
12 - 4 - 40
dellaer
[Rechtsonder, bij de regel over de bond:]
O 15/4
[Linksonder:]
S/ Het document betreft een administratieve registratie van Josef Goldstein, een Oostenrijkse Jood die in Wenen is geboren. Hij woonde ten tijde van de registratie aan de Amstellaan 82-III in Amsterdam (de huidige Vrijheidslaan).
Uit de aantekeningen blijkt dat Goldstein een standwerker was: een marktkoopman die met een demonstratie of een praatje zijn waren aanprees. Hij was actief op de markten van de Uilenburg (een van de oudste Joodse buurten in Amsterdam) en het Amstelveld. Hij was al tien jaar gevestigd in Nederland en eveneens tien jaar lid van de standwerkersbond. Hij was getrouwd met een Duitse vrouw en had geen kinderen.
Opvallend is de vermelding "Oproepen 12-4-40", wat wijst op een formele oproep door de autoriteiten (mogelijk de vreemdelingenpolitie) vlak voor de Duitse inval in mei 1940. Dit document biedt een inkijkje in het leven van een Joodse migrant in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.
- Vreemdelingenregistratie: Als Oostenrijker (sinds de Anschluss van 1938 formeel staatsburger van het Duitse Rijk) werd Goldstein door de Nederlandse autoriteiten nauwlettend geregistreerd onder de noemer "Buitenlander".
- Uilenburg: De Uilenburg was een iconische plek in de Amsterdamse Jodenbuurt waar van oudsher veel handel werd gedreven. Dat Goldstein daar al sinds 1934 een vaste plaats had, wijst op een stabiele integratie in de lokale markteconomie.
- Tijdsgeest: De datum van doorzending (10 april 1940) is precies één maand voor de Duitse inval in Nederland. De latere aantekening "6/8-'40" bewijst dat de administratieve opvolging van Goldstein doorging tijdens de eerste maanden van de bezetting. Veel van dit soort politiearchieven werden door de Duitse bezetter gebruikt om de Joodse bevolking in kaart te brengen voor latere deportaties. M. No Politie
Samenvatting
Het document betreft een administratieve registratie van Josef Goldstein, een Oostenrijkse Jood die in Wenen is geboren. Hij woonde ten tijde van de registratie aan de Amstellaan 82-III in Amsterdam (de huidige Vrijheidslaan).
Uit de aantekeningen blijkt dat Goldstein een standwerker was: een marktkoopman die met een demonstratie of een praatje zijn waren aanprees. Hij was actief op de markten van de Uilenburg (een van de oudste Joodse buurten in Amsterdam) en het Amstelveld. Hij was al tien jaar gevestigd in Nederland en eveneens tien jaar lid van de standwerkersbond. Hij was getrouwd met een Duitse vrouw en had geen kinderen.
Opvallend is de vermelding "Oproepen 12-4-40", wat wijst op een formele oproep door de autoriteiten (mogelijk de vreemdelingenpolitie) vlak voor de Duitse inval in mei 1940.
Historische Context
Dit document biedt een inkijkje in het leven van een Joodse migrant in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.
- Vreemdelingenregistratie: Als Oostenrijker (sinds de Anschluss van 1938 formeel staatsburger van het Duitse Rijk) werd Goldstein door de Nederlandse autoriteiten nauwlettend geregistreerd onder de noemer "Buitenlander".
- Uilenburg: De Uilenburg was een iconische plek in de Amsterdamse Jodenbuurt waar van oudsher veel handel werd gedreven. Dat Goldstein daar al sinds 1934 een vaste plaats had, wijst op een stabiele integratie in de lokale markteconomie.
- Tijdsgeest: De datum van doorzending (10 april 1940) is precies één maand voor de Duitse inval in Nederland. De latere aantekening "6/8-'40" bewijst dat de administratieve opvolging van Goldstein doorging tijdens de eerste maanden van de bezetting. Veel van dit soort politiearchieven werden door de Duitse bezetter gebruikt om de Joodse bevolking in kaart te brengen voor latere deportaties.