Doorslag van een officiële kennisgeving/besluitbrief.
Origineel
Doorslag van een officiële kennisgeving/besluitbrief. 6 augustus 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). (Handgeschreven rechtsboven:)
M. de Leeuw
(Handgeschreven middenboven:)
verzonden 6/8
6 Augustus 1940.
Naar aanleiding van een door U ingediend desbetreffend verzoek bericht ik U, dat voor het verkrijgen van een vaste plaats op een der markten hier ter stede, krachtens Reglement, de Nederlandsche nationaliteit wordt vereischt. Op dit voorschrift kunnen thans geen uitzonderingen worden gemaakt. Aangezien U niet aan het bovenbedoelde vereischte voldoet, moet Uw verzoek van de hand worden gewezen.
De Directeur,
Gezonden aan:
No.31/25/2 M J.Goldstein Postbus 597
No.31/15/3 M R.L.Cornelissen Recht Boomssloot 86
No.30/37/2 M S.Pakter Jr. Nieuwe Keizersgracht 66 hs
No.30/35/3 M B.Neumann Nieuwe Keizersgracht 69 hs
No.28/19/2 M A.H.Harf Holendrechtstraat 41 III
No.25/119/2 M A.Arian Rapenburgerstraat 91 II
No.25/97/2 M H.Frank Eemsstraat 50 I
No.25/47/2 M P.Heymann Albert Cuypstraat 225 hs
No.25/43/2 M E.Sussenwein Holendrechtstraat 17
No.25/37/2 M I.Cohen Nieuwe Achtergracht 55 III
No.25/32/2 M Mevr.Weserman Stadionweg 249
No.20/26/2 M J.H.Pakter Pl.Doklaan 6
No.20/25/2 M J.Bresler Manegestraat 6
No.20/14/2 M K.Stein Vechtstraat 53
No.20/10/2 M A.Levy Burcht 2 ZAANDAM
No.20/10/2 M J.Levy Beethovenstraat 3 Dit document is een collectieve afwijzingsbrief gericht aan zestien personen die een vaste staanplaats op een Amsterdamse markt hadden aangevraagd. De reden voor afwijzing is strikt bureaucratisch geformuleerd: de aanvragers bezitten niet de "Nederlandsche nationaliteit", wat volgens het marktreglement een vereiste is.
Opvallend is de timing (augustus 1940), slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting. Hoewel de brief verwijst naar een bestaand reglement, duidt de expliciete vermelding dat er "thans geen uitzonderingen" meer worden gemaakt op een verscherping van het beleid onder invloed van de bezetter. De lijst met namen bevat veel Joodse namen (zoals Goldstein, Cohen, Levy, Stein, Sussenwein). Veel van deze mensen waren waarschijnlijk staatloze Joodse vluchtelingen uit Duitsland of Oostenrijk die probeerden in hun levensonderhoud te voorzien als marktkoopman. Door hen op basis van nationaliteit uit te sluiten, werden zij effectief beroofd van een legale bron van inkomst. Dit document vormt een vroeg voorbeeld van de uitsluiting van specifieke groepen uit het economische leven tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Hoewel de definitieve anti-Joodse verordeningen (zoals de ariërverklaring en het verbod op Joodse bedrijven) later in 1940 en 1941 op grote schaal werden ingevoerd, laat deze brief zien hoe bestaande regels direct na de inval strikter werden toegepast om "niet-Nederlanders" (vaak een eufemisme voor Joodse vluchtelingen) te weren.
De adressen in de lijst (zoals Rapenburgerstraat, Nieuwe Keizersgracht en de Rivierenbuurt) waren locaties met een significante Joodse populatie in Amsterdam. Dit document illustreert de medewerking van het gemeentelijk apparaat (de ambtenarij) aan het uitvoeren van uitsluitingsmaatregelen, nog voordat de grootschalige vervolging en deportaties begonnen.