Archief 745
Inventaris 745-323
Pagina 302
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke nota / adviesbrief.

5 juni 1940. Van: Waarschijnlijk een ambtenaar of opzichter van het Marktwezen (getekend door T. J. Wildeboer). Aan: De Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke nota / adviesbrief. 5 juni 1940. Waarschijnlijk een ambtenaar of opzichter van het Marktwezen (getekend door T. J. Wildeboer). De Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen alhier.

br: 21/21/1. m: '40

m. i. is tegen het verzoek van
plaatshouder 165 Uilenburg, de heer L. de Leeuw
geen bezwaar. Zijn marktgeld wordt op tijd
betaald door den heer Huisman plaatshouder
104/105.

Amsterdam 5 Juni 1940
[Handtekening: T. J. Wildeboer] * Inhoud: De nota betreft een positief advies ("m.i. [mijns inziens] is... geen bezwaar") naar aanleiding van een verzoek van een specifieke marktkoopman, L. de Leeuw. Het argument voor dit positieve advies is van financiële aard: zijn stageld ("marktgeld") wordt punctueel voldaan door een collega-plaatshouder genaamd Huisman.
* Vorm: Het document is informeel maar zakelijk opgesteld op een ongelinieerd vel papier. Het bevat een referentienummer aan de linkerzijde, wat duidt op een administratief proces.
* Sleutelbegrippen:
* Plaatshouder: Een koopman met een vaste aangewezen plek op een gemeentelijke markt.
* Uilenburg: Een bekende buurt in de Amsterdamse Jodenbuurt waar vanouds een levendige markt was.
* Marktgeld: De belasting of huur die betaald moest worden voor het recht om een standplaats te bezetten. Dit document is gedateerd op 5 juni 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting (15 mei 1940). In deze vroege fase van de bezetting functioneerde het Nederlandse ambtelijk apparaat, waaronder de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam, nog grotendeels op de oude voet.

De locatie Uilenburg en de naam L. de Leeuw zijn historisch saillant. Uilenburg was het hart van de arme Joodse buurt in Amsterdam. Veel van de standplaatshouders daar waren Joods. Hoewel deze nota een alledaagse administratieve kwestie lijkt (betaling van marktgeld), bevindt het zich op de drempel van een periode waarin Joodse marktkooplieden te maken zouden krijgen met steeds strengere beperkingen, uitsluiting en uiteindelijk deportatie. Het document getuigt van de 'normaliteit' die in de eerste maanden van de bezetting nog aan de oppervlakte bestond, waarbij zakelijke betrouwbaarheid (het op tijd betalen van marktgeld) nog het belangrijkste criterium was voor ambtelijke goedkeuring.

Samenvatting

  • Inhoud: De nota betreft een positief advies ("m.i. [mijns inziens] is... geen bezwaar") naar aanleiding van een verzoek van een specifieke marktkoopman, L. de Leeuw. Het argument voor dit positieve advies is van financiële aard: zijn stageld ("marktgeld") wordt punctueel voldaan door een collega-plaatshouder genaamd Huisman.
  • Vorm: Het document is informeel maar zakelijk opgesteld op een ongelinieerd vel papier. Het bevat een referentienummer aan de linkerzijde, wat duidt op een administratief proces.
  • Sleutelbegrippen:
    • Plaatshouder: Een koopman met een vaste aangewezen plek op een gemeentelijke markt.
    • Uilenburg: Een bekende buurt in de Amsterdamse Jodenbuurt waar vanouds een levendige markt was.
    • Marktgeld: De belasting of huur die betaald moest worden voor het recht om een standplaats te bezetten.

Historische Context

Dit document is gedateerd op 5 juni 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting (15 mei 1940). In deze vroege fase van de bezetting functioneerde het Nederlandse ambtelijk apparaat, waaronder de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam, nog grotendeels op de oude voet.

De locatie Uilenburg en de naam L. de Leeuw zijn historisch saillant. Uilenburg was het hart van de arme Joodse buurt in Amsterdam. Veel van de standplaatshouders daar waren Joods. Hoewel deze nota een alledaagse administratieve kwestie lijkt (betaling van marktgeld), bevindt het zich op de drempel van een periode waarin Joodse marktkooplieden te maken zouden krijgen met steeds strengere beperkingen, uitsluiting en uiteindelijk deportatie. Het document getuigt van de 'normaliteit' die in de eerste maanden van de bezetting nog aan de oppervlakte bestond, waarbij zakelijke betrouwbaarheid (het op tijd betalen van marktgeld) nog het belangrijkste criterium was voor ambtelijke goedkeuring.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 35

A. Klein Uilenburg
A. Koper Uilenburg
A. Lister Uilenburg (34)
A. Lopes Dias Uilenburg (35)
V. Kolm Uilenburg
B. Kloots Uilenburg
B.L. de Leeuw Uilenburg
C. de Leeuw Uilenburg
E. de Leeuw Uilenburg
F. Kramer Uilenburg
V. Leeuwen Uilenburg
G. Krijt Uilenburg
H. Kloot Uilenburg
H. Knoop Uilenburg
H. Last Uilenburg
H. Lerner Uilenburg
H. Letgever Uilenburg (1)
J. de Leeuw Uilenburg
G. Kolm Uilenburg
J. de Leeuwe Uilenburg
J. Krak Uilenburg
J. Lam Uilenburg
J. Leutken Uilenburg (32)
C. van Kleef Uilenburg 8
L. Knoop Uilenburg
B. Schuffeleers. Uilenburg (32)
M. Koster Uilenburg
G. de Klijn Uilenburg
O. Lang Uilenburg
Alle 35 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3