Archiefdocument
Origineel
A.A. Cohen. A’dam 27 Juni 1940.
M.:
Door deze verzoek ik u
vriendelijk om in aanmerking te
komen voor een voorkeur kaart
van de Zondag markt. Ik ben
door werkloosheid in het Petroleum
bedrijf gedwongen op de markt
mijn brood te zoeken. In afwachting
op een gunstig antwoord, teeken ik
Hoogachtend. A.A. Cohen. In dit schrijven verzoekt de heer A.A. Cohen om een zogenaamde 'voorkeurkaart' voor de Amsterdamse zondagsmarkt. Een dergelijke kaart gaf handelaren bepaalde rechten of een vaste standplaats. De schrijver voert een dringende economische reden aan voor zijn verzoek: hij is werkloos geraakt in de petroleumindustrie (destijds een grote werkgever in Amsterdam-Noord, denk aan de BPM/Shell) en ziet de markt als de enige overgebleven manier om in zijn levensonderhoud te voorzien ("mijn brood te zoeken"). De brief is opgesteld in een beleefde, formele stijl die typerend is voor de correspondentie met overheidsinstanties in die periode. De datering van de brief (27 juni 1940) is zeer significant. Nederland was op dat moment pas enkele weken bezet door nazi-Duitsland. De oorlogssituatie zorgde direct voor economische verschuivingen en werkloosheid in sectoren zoals de olie-industrie. De naam van de afzender, Cohen, duidt op een Joodse achtergrond. In deze vroege fase van de bezetting konden Joodse Amsterdammers nog proberen via de officiële weg hun economische positie veilig te stellen, voordat de bezetter begon met het stelselmatig uitsluiten van Joden uit het openbare en economische leven. De zondagsmarkt was van oudsher een plek waar veel kleine zelfstandigen en mensen uit de volksbuurten van Amsterdam probeerden te overleven. A.A. Cohen Marktwezen
Samenvatting
In dit schrijven verzoekt de heer A.A. Cohen om een zogenaamde 'voorkeurkaart' voor de Amsterdamse zondagsmarkt. Een dergelijke kaart gaf handelaren bepaalde rechten of een vaste standplaats. De schrijver voert een dringende economische reden aan voor zijn verzoek: hij is werkloos geraakt in de petroleumindustrie (destijds een grote werkgever in Amsterdam-Noord, denk aan de BPM/Shell) en ziet de markt als de enige overgebleven manier om in zijn levensonderhoud te voorzien ("mijn brood te zoeken"). De brief is opgesteld in een beleefde, formele stijl die typerend is voor de correspondentie met overheidsinstanties in die periode.
Historische Context
De datering van de brief (27 juni 1940) is zeer significant. Nederland was op dat moment pas enkele weken bezet door nazi-Duitsland. De oorlogssituatie zorgde direct voor economische verschuivingen en werkloosheid in sectoren zoals de olie-industrie. De naam van de afzender, Cohen, duidt op een Joodse achtergrond. In deze vroege fase van de bezetting konden Joodse Amsterdammers nog proberen via de officiële weg hun economische positie veilig te stellen, voordat de bezetter begon met het stelselmatig uitsluiten van Joden uit het openbare en economische leven. De zondagsmarkt was van oudsher een plek waar veel kleine zelfstandigen en mensen uit de volksbuurten van Amsterdam probeerden te overleven.