Bijblad (supplementair administratief formulier), Model No. 14 van de afdeling Algemene Zaken.
Origineel
Bijblad (supplementair administratief formulier), Model No. 14 van de afdeling Algemene Zaken. [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. . No. 31/34/1 19340
DOORGEZONDEN: 21/6
[Rechtsboven]
444
[Handgeschreven tekst, diagonaal doorgehaald met een kruis]
m. i. te berichten, dat Cohen
zich voor inschrijving persoonlijk
naar het Hoofdkantoor v/h
Marktwezen moet begeven.
[Paraaf] 2/7 '40
[Handgeschreven tekst onder het kruis]
opgeroepen,
opbergen
3-7-'40 [Paraaf]
delsen
[Voetnoot linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een intern administratief briefje ("bijblad") dat deel uitmaakt van een groter dossier. De aantekeningen laten een verloop in de behandeling van een zaak zien:
1. Eerste instructie (doorgehaald): Er wordt op 2 juli 1940 genoteerd dat een persoon genaamd Cohen ("m.i." kan staan voor 'met instructie' of 'mijns inziens') bericht moet worden dat hij zich persoonlijk moet melden bij het Hoofdkantoor van het Marktwezen voor een inschrijving.
2. Afhandeling: Deze instructie is doorgehaald, wat doorgaans betekent dat de actie is uitgevoerd of is vervangen door een volgende stap.
3. Statusupdate: Op 3 juli 1940 wordt genoteerd dat de persoon inmiddels is "opgeroepen" en dat het stuk kan worden gearchiveerd ("opbergen"). De naam onderaan ("delsen") is waarschijnlijk de handtekening of naam van de behandelend ambtenaar. Dit document dateert van kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (juli 1940). De combinatie van de naam "Cohen", de noodzaak tot "persoonlijke inschrijving" en de betrokkenheid van het "Marktwezen" is historisch significant. In deze periode begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen, waaronder de registratie van Joodse ondernemers en marktkooplieden. Het Marktwezen (met name in Amsterdam) speelde een centrale rol in het reguleren en later uitsluiten van Joodse handelaren. Dit briefje legt een klein bureaucratisch moment vast in het proces van de registratie en controle van Joodse burgers door de Nederlandse bureaucratie in opdracht van of onder toezicht van de bezetter. Marktwezen
Samenvatting
Het document is een intern administratief briefje ("bijblad") dat deel uitmaakt van een groter dossier. De aantekeningen laten een verloop in de behandeling van een zaak zien:
1. Eerste instructie (doorgehaald): Er wordt op 2 juli 1940 genoteerd dat een persoon genaamd Cohen ("m.i." kan staan voor 'met instructie' of 'mijns inziens') bericht moet worden dat hij zich persoonlijk moet melden bij het Hoofdkantoor van het Marktwezen voor een inschrijving.
2. Afhandeling: Deze instructie is doorgehaald, wat doorgaans betekent dat de actie is uitgevoerd of is vervangen door een volgende stap.
3. Statusupdate: Op 3 juli 1940 wordt genoteerd dat de persoon inmiddels is "opgeroepen" en dat het stuk kan worden gearchiveerd ("opbergen"). De naam onderaan ("delsen") is waarschijnlijk de handtekening of naam van de behandelend ambtenaar.
Historische Context
Dit document dateert van kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (juli 1940). De combinatie van de naam "Cohen", de noodzaak tot "persoonlijke inschrijving" en de betrokkenheid van het "Marktwezen" is historisch significant. In deze periode begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen, waaronder de registratie van Joodse ondernemers en marktkooplieden. Het Marktwezen (met name in Amsterdam) speelde een centrale rol in het reguleren en later uitsluiten van Joodse handelaren. Dit briefje legt een klein bureaucratisch moment vast in het proces van de registratie en controle van Joodse burgers door de Nederlandse bureaucratie in opdracht van of onder toezicht van de bezetter.