Brief (doorslag op doorslagpapier)
Origineel
Brief (doorslag op doorslagpapier) 12 september 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Utrecht) extra
VP/HG.
den Heer G.W. Klein,
Turfstraat 1,
U T R E C H T .
31/38/2 M. 12 September 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 2 dezer bericht ik
U, dat de door U bedoelde marktplaats niet vrij is, weshalve Uw
verzoek niet voor inwilliging in aanmerking kan komen. Indien U
van plaats wenscht te veranderen, gelieve U zich met den op de
Zondagsmarkt dienstdoenden ambtenaar te verstaan.
De Directeur, Dit document is een zakelijke, formele afwijzing van een verzoek om een specifieke marktplaats. De toon is afstandelijk en ambtelijk, wat blijkt uit woordgebruik als "weshalve", "inwilliging" en "verstaan".
De heer G.W. Klein uit de Turfstraat (Utrecht) had blijkbaar op 2 september 1940 een brief geschreven met een voorkeur voor een bepaalde plek op de markt. De directeur van de betreffende dienst laat hem weten dat deze plek al bezet is. Er wordt echter wel een opening geboden: voor een alternatieve plek kan hij op de dag zelf overleggen met de dienstdoende ambtenaar op de zondagsmarkt.
Het feit dat het een doorslag is op dun papier, geeft aan dat dit het exemplaar voor het eigen archief van de verzendende instantie was. De datum, 12 september 1940, plaatst dit document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogssituatie bleven de reguliere gemeentelijke processen en de markthandel in eerste instantie op de gebruikelijke wijze doorgaan.
De "Zondagsmarkt" in Utrecht was in die tijd een bekend fenomeen, vaak gerelateerd aan de handel in vee of algemene waren. Het adres van de ontvanger, Turfstraat 1, ligt in de wijk Wittevrouwen, wat suggereert dat de heer Klein een lokale marktkoopman of handelaar was. De administratieve precisie (met dossiernummers en initialen van de opsteller/typist) is kenmerkend voor de Nederlandse bureaucratie uit die periode. G.W. Klein
Samenvatting
Dit document is een zakelijke, formele afwijzing van een verzoek om een specifieke marktplaats. De toon is afstandelijk en ambtelijk, wat blijkt uit woordgebruik als "weshalve", "inwilliging" en "verstaan".
De heer G.W. Klein uit de Turfstraat (Utrecht) had blijkbaar op 2 september 1940 een brief geschreven met een voorkeur voor een bepaalde plek op de markt. De directeur van de betreffende dienst laat hem weten dat deze plek al bezet is. Er wordt echter wel een opening geboden: voor een alternatieve plek kan hij op de dag zelf overleggen met de dienstdoende ambtenaar op de zondagsmarkt.
Het feit dat het een doorslag is op dun papier, geeft aan dat dit het exemplaar voor het eigen archief van de verzendende instantie was.
Historische Context
De datum, 12 september 1940, plaatst dit document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogssituatie bleven de reguliere gemeentelijke processen en de markthandel in eerste instantie op de gebruikelijke wijze doorgaan.
De "Zondagsmarkt" in Utrecht was in die tijd een bekend fenomeen, vaak gerelateerd aan de handel in vee of algemene waren. Het adres van de ontvanger, Turfstraat 1, ligt in de wijk Wittevrouwen, wat suggereert dat de heer Klein een lokale marktkoopman of handelaar was. De administratieve precisie (met dossiernummers en initialen van de opsteller/typist) is kenmerkend voor de Nederlandse bureaucratie uit die periode.