Archiefdocument
Origineel
28 oktober 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke dienst in Amsterdam). Den Heer F.J. v. Oers, 2e Reedwarsstraat 37, Dordrecht. [Handgeschreven linksboven:]
Lu. de Laer
[Handgeschreven middenboven:]
verzonden 28/10
[Getypt rechtsboven:]
VP/HG.
[Getypt middenboven, onderstreept:]
den Heer F.J.v.Oers,
2e Reedwarsstraat 37,
D o r d r e c h t .
[Getypt links:]
31/40/2 M.
[Getypt rechts:]
28 October 1940.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw op 5 September jl. aan Burgemeester en
Wethouders van Amsterdam gerichten brief, welke aan mij ter verdere
behandeling werd doorgezonden, bericht ik U, dat artikel 75 van de
Algemeene Politie Verordening van Amsterdam onder meer het houden van
"vertooningen" op den openbaren weg verbiedt, waaronder Uw wijze van
werken op de markten wordt begrepen. Daargelaten of daartegen nog
andere bezwaren bestaan, is het dan ook niet mogelijk U toe te staan
om hier ter stede Uw werkzaamheden op de markten voort te zetten.
[Rechtsonder:]
De Directeur,
[Paars stempel rechtsonder:]
Accoord met door Directeur
geparafeerde minute.
De Secretaris: Het document is een formele afwijzing van een verzoek dat door de heer F.J. van Oers uit Dordrecht was ingediend bij het Amsterdamse stadsbestuur. Van Oers wilde blijkbaar zijn "werkzaamheden op de markten" in Amsterdam voortzetten. De gemeente wijst dit verzoek echter resoluut af op basis van de Algemeene Politie Verordening (APV).
De kern van de afwijzing ligt in de kwalificatie van zijn verkoopmethode als "vertooning" (vertoning). Artikel 75 van de APV verbood dergelijke publieke optredens op de openbare weg. Het feit dat de directeur expliciet vermeldt dat zijn "wijze van werken" hieronder valt, suggereert dat Van Oers mogelijk een standwerker was die zijn waren met de nodige show of luidruchtigheid aan de man bracht, iets wat door de autoriteiten vaak als overlastgevend werd beschouwd. De brief is gedateerd op 28 oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een standaard gemeentelijke kwestie lijkt te behandelen (handhaving van de APV), past de strikte naleving van regels in het tijdsbeeld waarin de bezetter en het lokale bestuur hamerden op "orde en rust" in het publieke domein.
In de jaren '30 en '40 was er in Amsterdam een constante strijd tussen de marktkooplieden (met name de luidruchtige standwerkers) en de gemeentelijke overheid, die de markten wilde rationaliseren en "verfraaien". Standwerkers uit andere steden, zoals deze meneer Van Oers uit Dordrecht, kregen vaak te maken met strikte vergunningsvoorwaarden of directe verboden om op de populaire Amsterdamse markten (zoals de Albert Cuyp of de Waterloopleinmarkt) te opereren. F.J. van Oers Politie