Archief 745
Inventaris 745-323
Pagina 336
Dossier 82
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag of minuut van een officiële brief (besluit).

28 oktober 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentedienst).

Origineel

Doorslag of minuut van een officiële brief (besluit). 28 oktober 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentedienst). [Rechtsboven, handgeschreven:]
extra

[Rechtsboven, getypt:]
VP/HG.

den Heer F.J.v.Oers,
2e Reedwarsstraat 37,
D o r d r e c h t .

[Links:]
31/40/2 M.

[Rechts:]
28 October 1940.

Naar aanleiding van Uw op 5 September jl. aan Burgemeester en Wethouders van Amsterdam gerichten brief, welke aan mij ter verdere behandeling werd doorgezonden, bericht ik U, dat artikel 75 van de Algemeene Politie Verordening van Amsterdam onder meer het houden van "vertooningen" op den openbaren weg verbiedt, waaronder Uw wijze van werken op de markten wordt begrepen. Daargelaten of daartegen nog andere bezwaren bestaan, is het dan ook niet mogelijk U toe te staan om hier ter stede Uw werkzaamheden op de markten voort te zetten.

De Directeur,

[Stempel/tekst rechtsonder:]
Accoord met door Directeur
geparafeerde minute.
De Secretaris: * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat F.J. van Oers op 5 september 1940 had ingediend bij het college van B&W van Amsterdam. Van Oers wilde blijkbaar zijn werkzaamheden op de Amsterdamse markten voortzetten of hervatten.
* Juridische grondslag: De weigering wordt gebaseerd op Artikel 75 van de Algemeene Politie Verordening (APV) van Amsterdam. Dit artikel verbood "vertooningen" op de openbare weg. De directeur stelt dat de specifieke "wijze van werken" van Van Oers onder dit verbod valt.
* Bureaucratie: Het document toont de ambtelijke weg: een verzoek aan B&W wordt ter afhandeling doorgezonden naar de relevante dienstdirecteur. De tekst onderaan bevestigt dat de uiteindelijke brief overeenkomt met de door de directeur goedgekeurde kladversie (de 'minute').
* Toon: De toon is zakelijk, afstandelijk en resoluut. Er wordt gesuggereerd dat er mogelijk nog "andere bezwaren" zijn, maar dat de APV al voldoende grond biedt voor een afwijzing. * Tijdsgewricht: De brief is gedateerd oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een strikt gemeentelijke verordening aanhaalt, vond in deze periode een algemene verstrakking van het toezicht op de openbare orde en het economisch verkeer plaats.
* Marktwezen: Amsterdamse markten kenden van oudsher veel 'standwerkers' en straatartiesten. De kwalificatie van iemands werk als een "vertooning" was een effectieve manier voor de gemeente om bepaalde vormen van ambulante handel of straatoptredens aan banden te leggen.
* Persoonsgegevens: De geadresseerde, F.J. van Oers uit Dordrecht, was blijkbaar een reizende koopman of artiest die in Amsterdam wilde werken. Gezien de datum (1940) en het onderwerp (marktverbod), is het in historisch onderzoek vaak relevant om na te gaan of dergelijke verboden een verband hielden met de vroege anti-Joodse maatregelen, hoewel deze specifieke brief daar geen expliciet bewijs voor levert en zich strikt bij de APV houdt.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat F.J. van Oers op 5 september 1940 had ingediend bij het college van B&W van Amsterdam. Van Oers wilde blijkbaar zijn werkzaamheden op de Amsterdamse markten voortzetten of hervatten.
  • Juridische grondslag: De weigering wordt gebaseerd op Artikel 75 van de Algemeene Politie Verordening (APV) van Amsterdam. Dit artikel verbood "vertooningen" op de openbare weg. De directeur stelt dat de specifieke "wijze van werken" van Van Oers onder dit verbod valt.
  • Bureaucratie: Het document toont de ambtelijke weg: een verzoek aan B&W wordt ter afhandeling doorgezonden naar de relevante dienstdirecteur. De tekst onderaan bevestigt dat de uiteindelijke brief overeenkomt met de door de directeur goedgekeurde kladversie (de 'minute').
  • Toon: De toon is zakelijk, afstandelijk en resoluut. Er wordt gesuggereerd dat er mogelijk nog "andere bezwaren" zijn, maar dat de APV al voldoende grond biedt voor een afwijzing.

Historische Context

  • Tijdsgewricht: De brief is gedateerd oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een strikt gemeentelijke verordening aanhaalt, vond in deze periode een algemene verstrakking van het toezicht op de openbare orde en het economisch verkeer plaats.
  • Marktwezen: Amsterdamse markten kenden van oudsher veel 'standwerkers' en straatartiesten. De kwalificatie van iemands werk als een "vertooning" was een effectieve manier voor de gemeente om bepaalde vormen van ambulante handel of straatoptredens aan banden te leggen.
  • Persoonsgegevens: De geadresseerde, F.J. van Oers uit Dordrecht, was blijkbaar een reizende koopman of artiest die in Amsterdam wilde werken. Gezien de datum (1940) en het onderwerp (marktverbod), is het in historisch onderzoek vaak relevant om na te gaan of dergelijke verboden een verband hielden met de vroege anti-Joodse maatregelen, hoewel deze specifieke brief daar geen expliciet bewijs voor levert en zich strikt bij de APV houdt.

Kooplieden in dit dossier 35

A. Klein Uilenburg
A. Koper Uilenburg
A. Lister Uilenburg (34)
A. Lopes Dias Uilenburg (35)
V. Kolm Uilenburg
B. Kloots Uilenburg
B.L. de Leeuw Uilenburg
C. de Leeuw Uilenburg
E. de Leeuw Uilenburg
F. Kramer Uilenburg
V. Leeuwen Uilenburg
G. Krijt Uilenburg
H. Kloot Uilenburg
H. Knoop Uilenburg
H. Last Uilenburg
H. Lerner Uilenburg
H. Letgever Uilenburg (1)
J. de Leeuw Uilenburg
G. Kolm Uilenburg
J. de Leeuwe Uilenburg
J. Krak Uilenburg
J. Lam Uilenburg
J. Leutken Uilenburg (32)
C. van Kleef Uilenburg 8
L. Knoop Uilenburg
B. Schuffeleers. Uilenburg (32)
M. Koster Uilenburg
G. de Klijn Uilenburg
O. Lang Uilenburg
Alle 35 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3