Getypte brief (doorslag).
Origineel
Getypte brief (doorslag). 25 oktober 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Marktverordening of een gelijkaardige instantie in Amsterdam). Den Heer Z. Swaab, Korte Houtstraat 11, Amsterdam-Centrum (Wijk 2). Extra
vP/G
den Heer Z.Swaab,
Korte Houtstraat 11,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
31/50/2 M 25 October 1940.
Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 18 dezer be-
richt ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwil-
liging in aanmerking kan komen. De U verleende vaste plaats
op de markt Uilenburg is met ingang van 27 October 1940 in-
getrokken. Aan achterstallig marktgeld is U uit dien hoofde
een bedrag van ƒ 1,80 schuldig.
De Directeur, De brief is een korte, zakelijke mededeling aan de heer Z. Swaab. De kernboodschap is tweeledig:
1. Een verzoek dat Swaab op 18 oktober per briefkaart deed, wordt afgewezen.
2. Zijn vaste staanplaats op de markt Uilenburg wordt per 27 oktober 1940 ingetrokken.
3. Er wordt melding gemaakt van een schuld van 1,80 gulden aan achterstallig marktgeld.
De toon is bureaucratisch en onverbiddelijk, wat wordt benadrukt door de onderstreping van het woord "niet". Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). De datum, 25 oktober 1940, is van groot historisch belang. De ontvanger, de heer Swaab, draagt een typisch Joodse achternaam en woonde in de Korte Houtstraat, in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Ook de markt Uilenburg bevond zich in dit gebied.
Hoewel de brief geen expliciete reden geeft voor de intrekking, past dit besluit in de beginfase van de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare en economische leven. Vanaf september/oktober 1940 namen de beperkende maatregelen tegen Joden toe, waaronder het ontslag van Joodse ambtenaren en de eerste stappen naar de registratie en onteigening van Joodse bedrijven. Het intrekken van marktvergunningen was een effectieve methode voor de bezetter en collaborerende instanties om Joodse marktkooplieden hun broodwinning te ontnemen. Z. Swaab
Samenvatting
De brief is een korte, zakelijke mededeling aan de heer Z. Swaab. De kernboodschap is tweeledig:
1. Een verzoek dat Swaab op 18 oktober per briefkaart deed, wordt afgewezen.
2. Zijn vaste staanplaats op de markt Uilenburg wordt per 27 oktober 1940 ingetrokken.
3. Er wordt melding gemaakt van een schuld van 1,80 gulden aan achterstallig marktgeld.
De toon is bureaucratisch en onverbiddelijk, wat wordt benadrukt door de onderstreping van het woord "niet".
Historische Context
Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). De datum, 25 oktober 1940, is van groot historisch belang. De ontvanger, de heer Swaab, draagt een typisch Joodse achternaam en woonde in de Korte Houtstraat, in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Ook de markt Uilenburg bevond zich in dit gebied.
Hoewel de brief geen expliciete reden geeft voor de intrekking, past dit besluit in de beginfase van de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare en economische leven. Vanaf september/oktober 1940 namen de beperkende maatregelen tegen Joden toe, waaronder het ontslag van Joodse ambtenaren en de eerste stappen naar de registratie en onteigening van Joodse bedrijven. Het intrekken van marktvergunningen was een effectieve methode voor de bezetter en collaborerende instanties om Joodse marktkooplieden hun broodwinning te ontnemen.