Dienstbrief (administratieve correspondentie).
Origineel
Dienstbrief (administratieve correspondentie). 2 april 1941. De Directeur der afdeeling Arbeidszaken (Pensioenbureau) van de Gemeente Amsterdam. De Directeur van den Dienst van het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel boven aan de pagina:]
№ OA/47/1 M.1941 3/4
PENSIOENBUREAU
No. 93/4 P. B.
1 Bijlage.
Amsterdam, 2 April 1941.
[Handgeschreven aantekening in de rechterbovenhoek:]
m. th. Dijkhoven
[daaronder een rode paraaf 'A']
Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen den ~~naam~~^staat^, aangevende de ambtenaren en werklieden, die ~~xxxxxxxxxx~~ in 1940 bij Uwen dienst in pensioengerechtigden dienst zijn aangesteld, en aan wie tot dusverre geen nummer van aanstelling was gegeven. Hunne namen zijn gerangschikt naar den datum van indiensttreding en voorzien van een bijbehoorend nummer.
Ik verzoek U in het vervolg bij voorstellen omtrent bevordering, ontslag, enz. van bovenaangeduide ambtenaren, steeds het hun gegeven nummer te willen doen vermelden.
De Directeur der afdeeling Arbeidszaken
(Pensioenbureau),
[Handtekening:]
Huberts
Aan den Heer Directeur van den Dienst
van het Marktwezen.
[Rechtsonder handgeschreven:]
8A.
Aantekening: Op de achtergrond zijn door de doorslag heen namen en nummers van de bijlage zichtbaar (o.a. 142 J. G. Rijstloot, 143 J. J. Baijings, 144 A. H. Klaassens). Deze brief dient als geleidebrief bij een lijst (staat) van personeelsleden die in het jaar 1940 zijn aangesteld bij de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de boodschap is administratief van aard: deze medewerkers hebben nu een officieel aanstellingsnummer gekregen voor hun pensioenadministratie. De directeur van het Pensioenbureau instrueert de directeur van de Markten om deze specifieke nummers voortaan te gebruiken in alle personele correspondentie (bevordering, ontslag).
De tekst vertoont typische kenmerken van de toenmalige ambtelijke taal, zoals de hoffelijkheidsformule "Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen". De handgeschreven correctie (van "naam" naar "staat") suggereert dat het om een lijst van meerdere personen gaat in plaats van een enkel individu. Het document dateert van april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven de gemeentelijke administratieve processen in Amsterdam, zoals de pensioenopbouw voor ambtenaren en werklieden, nauwgezet doorlopen.
De "Dienst van het Marktwezen" was een belangrijke gemeentelijke instelling die onder meer verantwoordelijk was voor de Centrale Markthallen. De namen die in de doorslag zichtbaar zijn (Rijstloot, Baijings, Klaassens), betreffen waarschijnlijk marktmeesters of arbeiders die in de loop van 1940 in dienst waren getreden. De brief illustreert de bureaucratische continuïteit binnen de gemeentelijke diensten tijdens de bezettingsjaren. G. Rijstloot H. Klaassens J. Baijings Gemeente Amsterdam Marktwezen