Financiële verklaring/staat van opbrengsten.
Origineel
Financiële verklaring/staat van opbrengsten. 5 september 1941. [Stempel/Type bovenaan midden] 46A/3/12 M. [Rechts] 5 September 1941
Behoort bij brief No. d.d. aan den Heer
Inspecteur der Successie en Registratie van den Directeur van het
Marktwezen.
V e r k l a r i n g
als bedoeld in het voorschrift van artikel 4 van het
Koninklijk Besluit van 4 Mei 1917, Stbl.384.
De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam verklaart, dat op de
nagenoemde dagen in de maand Augustus 1941 op de veiling van de
Vischmarkt te Amsterdam verkooping van aangevoerde consignatie- en
handelsvisch zijn gehouden en dat de opbrengsten dezer visch hebben
bedragen op: Rechtstreeks aangevoerd
Data Afslag door visschers
------ -------- ----------------
[Handgeschreven tabel]
1 423,52
2 332,04
5 244,50
6 116,--
7 314,85
8 490,95
9 411,46
12 549,40
13 356,15
14 510,85
15 273,16
16 523,46
19 398,37
20 505,92
21 652,99
22 949,49
23 409,46
26 631,94
27 608,70
28 456,41
29 494,30
30 392,76
TRANSPORTEEREN : ƒ 10.046,68 Dit document is een officiële verklaring van de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam, bestemd voor de belastingautoriteiten (de Inspecteur der Successie en Registratie). Het bevat een gedetailleerd overzicht van de dagelijkse veilingopbrengsten van de Amsterdamse Vischmarkt gedurende de maand augustus 1941.
De verklaring is opgesteld op basis van artikel 4 van een Koninklijk Besluit uit 1917, wat wijst op een formele rapportageplicht voor marktgelden of specifieke belastingen op de handel in vis. De tabel specificeert de bedragen voor "rechtstreeks door visschers aangevoerde" consignatie- en handelsvis. Het totaalbedrag dat wordt overgedragen ("transporteeren") naar de volgende pagina of administratieve stap is ƒ 10.046,68. Het document dateert uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogssituatie bleven civiele en gemeentelijke instellingen zoals het Marktwezen functioneren volgens bestaande Nederlandse wetgeving (zoals het aangehaalde KB uit 1917).
In deze periode was de voedselvoorziening, waaronder de visvangst en -verkoop, van cruciaal belang. Tegelijkertijd was de handel onderhevig aan steeds strengere distributieregels en toezicht door zowel de Nederlandse overheid als de bezetter. Dergelijke staten waren essentieel voor de controle op de geldstromen en de handhaving van de economische ordening tijdens de bezettingsjaren. De Vischmarkt in Amsterdam was destijds een belangrijk centrum voor de distributie van verse vis naar de stad en het achterland.