Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 109
Dossier 106
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief / Ambtelijk rapport (Pagina 3 van een groter geheel).

24 mei 1941.

Origineel

Brief / Ambtelijk rapport (Pagina 3 van een groter geheel). 24 mei 1941. Bladzijde 3
~~xxxxx~~ 24 Mei x 41
46A/6/3 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,

Op grond van hetgeen ik hierboven uiteenzette, heb ik de eer U voor te stellen goed te keuren, dat met ingang van 1 Juni a.s. 2½% respectievelijk ½% omzetbelasting aan den aanvoerder van visch op den afslag in rekening wordt gebracht.

Door dezen maatregel worden de moeilijkheden voor den afslag als gevolg van het vaststellen van maximumprijzen ook voor de toekomst volledig opgelost, terwijl het financieele nadeel voor de Gemeente, waarover ik in den aanvang van dit rapport mededeeling deed, tevens geheel wordt opgeheven.

Indien U zich met het bovenstaande kunt vereenigen, dient het besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 31 Januari 1941 no. 167 L.M.1941, waarbij ik werd gemachtigd aan de koopers van visch aan den Gemeentelijken Vischafslag in den afslag onder den naam van administratiekosten een bedrag van 2,565% in rekening te brengen van het door die koopers gemijnde bedrag van visch per 1 Juni a.s. te worden ingetrokken.

Ik geef U ten slotte beleefd in overweging omtrent een en ander het advies in te winnen van Uw Ambtgenoot voor de Financiën.

De Directeur, * Formele aspecten: Het betreft een getypt document op doorslagpapier. De tekst is zakelijk en ambtelijk van toon, kenmerkend voor correspondentie tussen een gemeentelijke dienst en het college van B&W.
* Inhoud: De directeur stelt voor om de belastingdruk bij de visafslag te verschuiven. Er wordt een omzetbelasting voorgesteld voor de aanvoerders van vis (2,5% en 0,5%). Tegelijkertijd moet een eerder besluit uit januari 1941 worden ingetrokken, waarbij kopers een administratieve heffing van 2,565% moesten betalen.
* Doel: Het harmoniseren van de gemeentelijke inkomsten met de landelijke prijsvoorschriften (maximumprijzen) en het voorkomen van exploitatietekorten voor de gemeente Amsterdam bij de visafslag.
* Kernbegrippen: Omzetbelasting, maximumprijzen, Gemeentelijke Vischafslag, administratiekosten, gemijnd bedrag. Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (mei 1941). In deze periode werden de economie en de voedselvoorziening strak gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse overheden (zoals de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening).

De introductie van de omzetbelasting (eind 1940 ingevoerd door de bezetter) en de instelling van maximumprijzen voor primaire levensbehoeften zoals vis, zorgden voor administratieve en financiële complexiteit bij de gemeentelijke instellingen. De visafslag in Amsterdam was een cruciaal punt voor de voedseldistributie. De directeur van de afslag probeert hier binnen de knellende kaders van prijsbeheersing de exploitatie sluitend te houden zonder de gemeentekas te benadelen, door heffingen te verschuiven van de koper naar de aanvoerder.

Samenvatting

  • Formele aspecten: Het betreft een getypt document op doorslagpapier. De tekst is zakelijk en ambtelijk van toon, kenmerkend voor correspondentie tussen een gemeentelijke dienst en het college van B&W.
  • Inhoud: De directeur stelt voor om de belastingdruk bij de visafslag te verschuiven. Er wordt een omzetbelasting voorgesteld voor de aanvoerders van vis (2,5% en 0,5%). Tegelijkertijd moet een eerder besluit uit januari 1941 worden ingetrokken, waarbij kopers een administratieve heffing van 2,565% moesten betalen.
  • Doel: Het harmoniseren van de gemeentelijke inkomsten met de landelijke prijsvoorschriften (maximumprijzen) en het voorkomen van exploitatietekorten voor de gemeente Amsterdam bij de visafslag.
  • Kernbegrippen: Omzetbelasting, maximumprijzen, Gemeentelijke Vischafslag, administratiekosten, gemijnd bedrag.

Historische Context

Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (mei 1941). In deze periode werden de economie en de voedselvoorziening strak gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse overheden (zoals de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening).

De introductie van de omzetbelasting (eind 1940 ingevoerd door de bezetter) en de instelling van maximumprijzen voor primaire levensbehoeften zoals vis, zorgden voor administratieve en financiële complexiteit bij de gemeentelijke instellingen. De visafslag in Amsterdam was een cruciaal punt voor de voedseldistributie. De directeur van de afslag probeert hier binnen de knellende kaders van prijsbeheersing de exploitatie sluitend te houden zonder de gemeentekas te benadelen, door heffingen te verschuiven van de koper naar de aanvoerder.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →