Officieel afschrift (kopie) van een ambtelijke correspondentie.
Origineel
Officieel afschrift (kopie) van een ambtelijke correspondentie. 29 mei 1941. No.46A/6/6 M.1941 28/7 AFSCHRIFT.
No.167 L.M.1941.
No.216/820.7. F.1941.
De Wethouder voor de Financiën heeft de eer deze
stukken te doen toekomen aan den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-,
bad- en Zweminrichtingen met mededeeling, dat
hij - Wethouder voor de Financiën - geen bezwaar
heeft tegen het voorstel, vervat in den brief
d.d. 24 Mei 1941 van den Directeur van het Markt-
wezen, waardoor met ingang van 1 Juni a.s. 2 ½%
resp. ½% omzetbelasting aan den aanvoerder van
visch op den afslag in rekening zal worden ge-
bracht, aangezien dit een mogelijk nadeel voor de
Gemeente zal afwenden.
Tegen het doen intrekken van het besluit van
Burgemeester en Wethouders d.d. 31 Jn.1941. No.
167 L.M.1941 bestaat dus evenmin bezwaar.
Amsterdam, 29 Mei 1941,
De Wethouder
w.g. Rustige.
Kennisgenomen:
De Directeur van het Marktwezen,
w.g. C.F. Sixma, wnd. Dit document is een formele mededeling van de Amsterdamse Wethouder voor de Financiën (Rustige) aan zijn collega-wethouder belast met onder andere Levensmiddelen. De kern van de zaak is een akkoord op een voorstel van de Directeur van het Marktwezen om de methodiek van de omzetbelasting bij de visafslag te wijzigen.
Per 1 juni 1941 zal er 2,5% (of 0,5% afhankelijk van de situatie) omzetbelasting direct in rekening worden gebracht bij de aanvoerder van de vis. De expliciete reden hiervoor is financieel: het moet een "mogelijk nadeel" (financieel verlies) voor de gemeente Amsterdam voorkomen. Hierdoor komt een eerder besluit van B&W van januari 1941 te vervallen. Het document is ondertekend 'w.g.' (was getekend), wat duidt op een officieel afschrift van het origineel. Het document dateert van mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond de gemeentelijke administratie onder grote druk om de financiën en de voedselvoorziening (Marktwezen en Levensmiddelen) strak te regelen.
De genoemde wethouder Rustige was in die tijd verantwoordelijk voor de Amsterdamse financiën. De heffing van omzetbelasting op de visafslag was een belangrijke inkomstenbron en reguleringsmiddel voor de stad. De verwijzing naar "visch op den afslag" betreft de Centrale Vishallen aan de De Ruyterkade. De precieze aanpassing van de percentages en de partij bij wie de belasting wordt geïnd (de aanvoerder), was een technische maatregel om de belastingopbrengst te garanderen in een tijd van schaarste en economische onzekerheid.