Officieel besluit (gepubliceerd in het Gemeenteblad van Amsterdam).
Origineel
Officieel besluit (gepubliceerd in het Gemeenteblad van Amsterdam). [Linkerpagina - Pagina 2]
Volgn. 285 2
| Soort visch | Max. marge grossier per 50 kg netto, franco station van verzending, inclusief verpakking. | Max. marge detaillist per kg à contant af detaillist. |
|---|---|---|
| Groote gul ............................. | f 3,50 | f 0,28 |
| mooten f 0,80 | ||
| Kabeljauw zonder kop ................... | „ 3,50 | f 0,30 |
| Kabeljauwfilets ........................ | „ 3,50 | „ 0,30 |
| Rog .................................... | „ 3,50 | „ 0,15 |
| Kleine schol II ........................ | „ 3,50 | „ 0,24 |
| Kleine schol I ......................... | „ 3,50 | „ 0,30 |
| Zetschol ............................... | „ 3,50 | „ 0,34 |
| Middelschol ............................ | „ 3,50 | „ 0,34 |
| Groote schol ........................... | „ 3,50 | „ 0,34 |
| Bot (zee) .............................. | „ 3,50 | „ 0,26 |
| Schar .................................. | „ 3,50 | „ 0,24 |
| Haring (versch) ........................ | „ 2,50 | „ 0,24 |
Voor verpakkingen beneden de 50 kg mag de maximum marge ten hoogste f 0,01 per kg meer bedragen.
| Soort visch | Max. marge grossier per 50 kg netto, franco station van verzending, incl. verpakking. | Max. marge detaillist per kg à contant af detaillist. |
|---|---|---|
| Slips (kleine en grove) ................ | f 0,10 | f 1.— |
| Kl. tong ............................... | „ 0,20 | „ 0,50 |
| Kl. middel tong ........................ | „ 0,20 | „ 0,70 |
| Gr. middel tong ........................ | „ 0,20 | „ 0,80 |
| Gr. tong ............................... | „ 0,20 | „ 0,80 |
| Griet tot 1 pond ....................... | „ 0,10 | „ 0,29 |
| Griet boven 1 pond ..................... | „ 0,10 | „ 0,60 |
| Tarbot tot 1 kg ........................ | „ 0,10 | „ 0,55 |
| Tarbot middel 1—3 kg .................. | „ 0,20 | „ 0,62 |
| mooten f 1,20 | ||
| Tarbot groot boven 1—3 kg ............. | „ 0,20 | f 0,76 |
| mooten f 1,50 |
In alle hierboven genoemde maximum marges is de omzetbelasting inbegrepen. Voor ingevroren visch wordt bovenstaande maximum marge
[Rechterpagina - Pagina 3]
3 Volgn. 285
voor den groothandelaar vermeerderd met invries- en bewaarkosten van ten hoogste f 1 per 50 kg per maand, met een maximum van f 2,50 per 50 kg.
ART. 3
Bovenstaande maximum marges voor grossiers en kleinhandelaren mogen ten aanzien van een zelfde partij visch slechts eenmaal berekend worden. Voor het schoonmaken en bezorgen van de visch door den detaillist mag niet meer in rekening worden gebracht dan op 9 Mei 1940 gebruikelijk was.
ART. 4
Ieder, die zeevisch aan consumenten verkoopt, is verplicht een prijslijst, waarop de verkoopprijzen staan aangegeven :
a op een duidelijk zichtbare plaats in zijn winkel en in zijn étalages aan te brengen ;
b voor zoover hij gebruik maakt van een voertuig om de visch te verhandelen, op een duidelijk zichtbare plaats op dit voertuig mede te voeren.
ART. 5
Dit besluit, hetwelk kan worden aangehaald als : Prijzenbesluit 1941 Zeevisch, wordt in de Nederlandsche Staatscourant bekendgemaakt en treedt in werking met ingang van den dag na dien van zijn afkondiging.
’s-Gravenhage, 28 April 1941.
De Secretaris-Generaal voornoemd,
H. M. HIRSCHFELD.
AMSTERDAM, 2 Mei 1941. * Economische sturing: Het document toont de verregaande overheidsbemoeienis met de prijsvorming tijdens de bezettingsjaren. Door het vastleggen van maximummarges probeerde men de inflatie en woekerprijzen voor primaire levensbehoeften in de hand te houden.
* Detailniveau: Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen verschillende vissoorten en kwaliteiten (zoals 'slips', 'tong' en 'tarbot'), en zelfs tussen de verkoop van hele vissen versus 'mooten'.
* Referentiepunt 1940: In artikel 3 wordt expliciet verwezen naar de tarieven van 9 mei 1940 (de dag voor de Duitse inval) als ijkpunt voor servicekosten zoals schoonmaken en bezorgen. Dit was een gebruikelijke methode om prijsstijgingen te blokkeren.
* Transparantie: Artikel 4 dwingt winkeliers tot prijsbewustzijn bij de consument door verplichte prijslijsten, een maatregel die ook bedoeld was om controle door inspecteurs te vergemakkelijken. Dit besluit is genomen in april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender door de Britse blokkade en de export van goederen naar Duitsland. Hans Max Hirschfeld, de ondertekenaar, was een sleutelfiguur die als hoogste ambtenaar op economisch gebied probeerde de Nederlandse economie draaiende te houden onder toezicht van de bezetter. Het vaststellen van prijzen voor zeevis was cruciaal, omdat de visserij op de Noordzee door de oorlogsomstandigheden en mijnengevaar sterk was ingeperkt, waardoor de schaarste de prijzen enorm had kunnen opdrijven.