Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 145
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een kopie of concept met handgeschreven kanttekeningen en correcties).

23 mei 1941. Van: Getekend met initialen "W.L.M.", werkzaam voor de Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de directie van de Vischmarkt).

Origineel

Ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een kopie of concept met handgeschreven kanttekeningen en correcties). 23 mei 1941. Getekend met initialen "W.L.M.", werkzaam voor de Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de directie van de Vischmarkt). [Linksboven, getypt:]
Omzetbelasting
Vischmarkt.

[Middenboven, handgeschreven in rood:]
46A/6/317

[Rechtsboven, getypt/handgeschreven:]
A’dam, 23/5 1941.
W.L.M.

[Linkermarge, diagonaal handgeschreven:]
verwijzing naar mijn brief van 20 Januari jl. No 46 A/16/1 m. van [onleesbaar] de doorberekening van de omzetbelasting [paraaf]

[Hoofdtekst:]
In aansluiting op mijn brief van 9 April jl. no. 46A/15/2 M., waarin ik U onder andere rapporteerde over de moeilijkheden, die mijn dienst ondervond in verband met de vaststelling van maximumprijzen voor zoetwatervisch, heb ik de eer U het volgende te berichten.

De nadeelen, die het bedrijf van de vischmarkt tot heden heeft ondervonden als gevolg van het vaststellen van maximumprijzen voor zoetwatervisch, waardoor het doorberekenen van de omzetbelasting in den vorm van het heffen van administratiekosten slechts tot aan het bedrag der maximumprijzen toelaatbaar ~~was~~ werd en, wanneer de visch tegen de maximumprijzen werd gemijnd, zelfs geheel achterwege moest blijven, zijn tot heden niet groot geweest. Dit houdt verband met de omstandigheid, dat de vischtijd voor de meeste zoetwatervischsoorten tot 1 Juni a.s. gesloten is. Het laat zich aanzien, dat na 1 Juni a.s. weder groote partijen zoetwatervisch ter markt zullen worden aangevoerd en dat de maximumprijzen, gezien de bijzondere tijdsomstandigheden, als regel steeds zullen worden bereikt.

[Linkermarge, ter hoogte van volgende alinea:]
I verkoopers

Voor de zeevisch zijn tot heden geen maximumprijzen voor iedere groep van ~~handelaren~~ belanghebbenden (visschers, grossier ~~of veiling~~ en detaillist) vastgesteld, doch wel maximum winstmarges (namelijk voor den grossier ~~of veiling~~ en voor den detaillist, doch niet voor den visscher).

De mogelijkheid is echter niet uitgesloten, dat in de toekomst, gezien de moeilijke contrôle op de prijzen bij dit stelsel, ook voor zeevisch maximumprijzen zullen worden bepaald. In dat geval zullen dus ook voor deze vischsoorten, bij het bereiken van den maximumprijs, geen administratiekosten in rekening mogen worden gebracht. Een en ander zou dus beteekenen, dat de omzetbelasting aan visch, waarvoor de vischafslag mede aansprakelijk is, geheel ten laste van de Gemeente zou komen.

[Linksonder, diagonaal handgeschreven kanttekening:]
[Moeilijk leesbaar ambtelijk commentaar over de gehanteerde prijzen en de opslag voor de producenten].

[Laatste alinea:]
Ik heb daarom maatregelen overwogen om de bovengeschetste nadeelen voor de Gemeente op te heffen ~~te ondervangen~~. Ik heb mij terzake, ~~voor~~ ter verkrijging van inlichtingen, gewend tot de directie van het Staatsvisschershavenbedrijf te IJmuiden, omdat dit bedrijf ten aanzien van de omzetbelasting een soort- [tekst breekt af] De kern van dit document is een financieel-administratief probleem veroorzaakt door de oorlogseconomie. De gemeente Amsterdam heft 'administratiekosten' op de visverkoop om de verschuldigde omzetbelasting te dekken. Echter, door de Duitse bezetter zijn maximumprijzen ingesteld.

Het probleem is dat wanneer de prijs van vis het wettelijke maximum bereikt, er bovenop dat bedrag geen extra kosten (zoals de opslag voor omzetbelasting) meer berekend mogen worden aan de koper. Als de vis voor de maximumprijs wordt verkocht ('gemijnd'), moet de gemeente de belasting uit eigen zak betalen, omdat de afslag wettelijk aansprakelijk blijft voor de afdracht.

De schrijver waarschuwt dat dit probleem groter zal worden zodra het zoetwatervisseizoen op 1 juni opent, omdat de vraag zo groot is dat de maximumprijzen vrijwel zeker direct gehaald zullen worden. Ook wordt gevreesd voor soortgelijke maatregelen bij zeevis. De auteur zoekt contact met IJmuiden om te zien hoe zij dit probleem daar oplossen. Het document dateert van mei 1941, een jaar na de Duitse inval in Nederland. De bezetter voerde een strakke geleide economie in om schaarste te beheersen en inflatie te voorkomen. Dit gebeurde onder andere door het vaststellen van maximumprijzen voor primaire levensbehoeften zoals vis.

Tegelijkertijd bleven de vooroorlogse belastingstructuren grotendeels intact, wat leidde tot dit soort bureaucratische conflicten waarbij lokale overheden (de Gemeente Amsterdam) in de knel kwamen tussen rijksregels en hun eigen begroting. De verwijzing naar het 'Staatsvisschershavenbedrijf te IJmuiden' duidt op de centrale rol die IJmuiden speelde in de Nederlandse visserij en de behoefte aan een uniforme aanpak van belastingtechnische complicaties tijdens de bezettingsjaren.

Samenvatting

De kern van dit document is een financieel-administratief probleem veroorzaakt door de oorlogseconomie. De gemeente Amsterdam heft 'administratiekosten' op de visverkoop om de verschuldigde omzetbelasting te dekken. Echter, door de Duitse bezetter zijn maximumprijzen ingesteld.

Het probleem is dat wanneer de prijs van vis het wettelijke maximum bereikt, er bovenop dat bedrag geen extra kosten (zoals de opslag voor omzetbelasting) meer berekend mogen worden aan de koper. Als de vis voor de maximumprijs wordt verkocht ('gemijnd'), moet de gemeente de belasting uit eigen zak betalen, omdat de afslag wettelijk aansprakelijk blijft voor de afdracht.

De schrijver waarschuwt dat dit probleem groter zal worden zodra het zoetwatervisseizoen op 1 juni opent, omdat de vraag zo groot is dat de maximumprijzen vrijwel zeker direct gehaald zullen worden. Ook wordt gevreesd voor soortgelijke maatregelen bij zeevis. De auteur zoekt contact met IJmuiden om te zien hoe zij dit probleem daar oplossen.

Historische Context

Het document dateert van mei 1941, een jaar na de Duitse inval in Nederland. De bezetter voerde een strakke geleide economie in om schaarste te beheersen en inflatie te voorkomen. Dit gebeurde onder andere door het vaststellen van maximumprijzen voor primaire levensbehoeften zoals vis.

Tegelijkertijd bleven de vooroorlogse belastingstructuren grotendeels intact, wat leidde tot dit soort bureaucratische conflicten waarbij lokale overheden (de Gemeente Amsterdam) in de knel kwamen tussen rijksregels en hun eigen begroting. De verwijzing naar het 'Staatsvisschershavenbedrijf te IJmuiden' duidt op de centrale rol die IJmuiden speelde in de Nederlandse visserij en de behoefte aan een uniforme aanpak van belastingtechnische complicaties tijdens de bezettingsjaren.

Locaties

Amsterdam ("A'dam").

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →