Officiële mededeling/circulaire van het Marktwezen Amsterdam.
Origineel
Officiële mededeling/circulaire van het Marktwezen Amsterdam. 26 mei 1941. De Directeur van het Marktwezen Amsterdam. MARKTWEZEN AMSTERDAM.
Amsterdam, 26 Mei 1941.
Aan
z.o.z.
In verband met het vaststellen van maximumprijzen voor visch en mede in verband met de bepalingen van de omzetbelastingwet 1940 zal met ingang van 1 Juni 1941 geacht worden, dat in de afmijnprijs zoowel de koopprijs als de omzetbelasting zal zijn begrepen.
Aan U zal dus worden uitbetaald de netto koopsom, dat is dus het gemijnde bedrag onder aftrek van de omzetbelasting en verder onder aftrek van afslaggelden, registratierechten etc.
De omzetbelasting bedraagt in het algemeen 2½%. Een uitzondering wordt gemaakt voor visch, die door den aanvoerder-handelaar op een afslag is gekocht en waarover dus reeds omzetbelasting is geheven. Voor deze visch is slechts ½% omzetbelasting verschuldigd. Ten einde voor deze lagere belastingheffing in aanmerking te kunnen komen is het beslist noodzakelijk dat de aanvoerder-handelaar een schriftelijke verklaring geeft, dat voor de betreffende visch reeds omzetbelasting is voldaan. Deze verklaring dient echter op den dag van de veiling en wel vóórdat de afrekening heeft plaatsvonden op het kantoor van de Vischmarkt aan de De Ruyterkade te worden ingeleverd. Aanvoerders, die hun visch in consignatie zenden, dienen er dus zorg voor te dragen, dat de onderhavige verklaring bij de zending is gevoegd. Voor visch waarvoor de verklaring te laat in mijn bezit is gekomen wordt 2½% omzetbelasting berekend.
Een model van een verklaring sluit ik hierbij in; meerdere exemplaren zijn bij de administratie van de Vischmarkt verkrijgbaar.
De Directeur, Dit document is een administratieve aanzegging aan handelaren en aanvoerders van de Amsterdamse vismarkt. De kern van de boodschap is een verandering in de prijsstructuur per 1 juni 1941: de 'afmijnprijs' (de uiteindelijke prijs bij de veiling bij afslag) wordt voortaan inclusief omzetbelasting berekend.
De brief legt uit dat de verkoper de netto koopsom ontvangt, waarbij de omzetbelasting (normaal 2,5%), afslaggelden en registratierechten door de marktmeester worden ingehouden op het gemijnde bedrag. Er is een uitzonderingsregel voor vis die al eerder verhandeld is (doorvoer): daarvoor geldt een verlaagd tarief van 0,5%, mits er een schriftelijke verklaring overlegd kan worden vóór de afrekening. De nadruk op strikte deadlines voor deze administratie duidt op een stringente handhaving van de nieuwe belastingwetgeving. De datum van het document (mei 1941) is cruciaal voor het begrijpen van de achtergrond. Nederland was op dat moment ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. De genoemde "omzetbelastingwet 1940" was een ingrijpende hervorming van het Nederlandse belastingstelsel, ingevoerd onder toezicht van de bezetter om het systeem gelijk te schakelen met het Duitse model en om inkomsten te genereren voor het bezettingsbestuur.
Daarnaast wordt er gerept over "maximumprijzen". Tijdens de bezetting werd de economie steeds meer een distributie-economie. Om inflatie en zwarte handel tegen te gaan, stelde de overheid voor vrijwel alle levensmiddelen, inclusief vis, maximumprijzen vast. De vismarkt aan de De Ruyterkade (achter het Centraal Station) was een vitaal knooppunt voor de voedselvoorziening van Amsterdam. De bureaucratisering die uit dit document spreekt, is kenmerkend voor de manier waarop de bezetter de controle over de Nederlandse economie en voedselstromen trachtte te verstevigen.