Brief (doorslag), pagina 2.
Origineel
Brief (doorslag), pagina 2. 23 april 1941 (Let op: de tekst zelf refereert aan een schrijven van 7 mei 1941, wat duidt op een mogelijke typefout in de datum van de kop of de tekst, of een datering in 1942). De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No. 10/10/8 M. d.d. 23 April 1941 aan den Heer Directeur van de Gemeentebelastingen van den Directeur van het Marktwezen.
volgende belastingen geheven wegens gebruik maken van den af-
slag en wel onder de benaming
a. afslaggelden;
b. extra-heffing van afslaggelden;
c. berging in de hal (van visch).
Volgens een uitspraak vervat in een schrijven van 7
Mei 1941 van den Inspecteur bij de Invoerrechten en Accijnzen,
waarvan een afschrift hierbij gaat, zouden bovengenoemde belas-
tingen niet aan de heffing van omzetbelasting zijn onderworpen.
Uit de aanschrijving van het Departement van Financiën valt
echter op te maken, dat deze heffingen vergoedingen zijn voor
het gebruik van den gemeentelijken vischafslag en zou voor deze
diensten wel omzetbelasting betaald moeten worden.
3e. In de aanschrijving van het Departement van Financiën wordt
als belastbaar genoemd de vergoeding voor het gebruik van het
gemeentelijke veilingsgebouw, van de plaatsen op de tribune,
van de boxen en van het buffet in dat gebouw. Het koffiehuis
op de Vischmarkt en het café-restaurant annex cantines op de
Centrale Markt, gelegen op de terreinen van deze bedrijven,
worden verpacht. De pachters betalen een vaste pachtsom aan
mijn dienst. Mijns inziens is mijn dienst geen omzetbelasting
verschuldigd voor de opbrengsten van bovengenoemde pachtsommen
daar hier sprake is van verhuring van onroerende goederen. De
veilingen op de Centrale Markt zijn gepacht door de N.V. Neder-
landsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam".
Deze N.V. betaalt aan mijn dienst voor het gebruik der veiling-
ruimten, loodsen en kantoren, alsmede voor monopolie een vaste
jaarlijksche pachtsom, benevens een percentage van de bruto
jaarlijksche opbrengst van alle door haar geveilde producten
voor zoover deze opbrengst een bepaalde som te boven gaat. De
exploitante betaalt de door haar verschuldigde omzetbelasting
over de bedragen der door haar geveilde goederen alsmede over
de door haar berekende veilingsgelden. Ten aanzien van de van
haar ontvangen pachtgelden, welke verhuring van onroerende
goederen betreffen, is naar mijn oordeel door mijn dienst geen
omzetbelasting verschuldigd.
4e. Het koelhuis op de Centrale Markt wordt door bovengenoemde
exploitante voor rekening van de Gemeente geëxploiteerd. Krach-
tens de met haar gesloten overeenkomst draagt zij maandelijks
de bruto-opbrengst der koelhuis-exploitatie na aftrek van een
vastgestelde provisie aan mijn dienst af. Door bovengenoemde
N.V. wordt de door haar verschuldigde omzetbelasting over de
koelloonen en over de door haar bewezen diensten (provisie,
loonen etc.) rechtstreeks aan den Ontvanger betaald. Zij brengt
maandelijks aan mijn dienst in rekening de terzake van de koel-
huisexploitatie gemaakte onkosten, belastingen etc. waaronder
ook de door haar betaalde omzetbelasting. Naar mijn oordeel
zou mijn dienst niet aan de heffing van omzetbelasting zijn
onderworpen over de door de exploitante aan mijn dienst afge-
dragen netto-saldi van inkomsten en uitgaven.
De Directeur, Dit document betreft een intern ambtelijk schrijven binnen de gemeente Amsterdam over een fiscaal geschil. De kern van de zaak is de vraag of de Gemeente (dienst Marktwezen) **omzetbelasting** verschuldigd is over diverse inkomstenstromen.
- Punt 1 & 2: Er is onduidelijkheid over de afslaggelden (visveiling). De Inspecteur van de Invoerrechten stelt dat dit geen omzetbelasting behoeft, terwijl het Departement van Financiën het ziet als een vergoeding voor een dienst.
- Punt 3e: De Directeur betoogt dat pachtsommen van gebouwen (zoals het café-restaurant en de veilinghallen gebruikt door de N.V. Nederlandsche Veiling) vrijgesteld zijn van omzetbelasting, omdat het hier gaat om de verhuur van onroerend goed. Hij stelt dat de N.V. zelf al belasting betaalt over de geveilde producten.
- Punt 4e: Wat betreft het koelhuis voert de directeur aan dat de exploitante (de N.V.) reeds omzetbelasting afdraagt over de loonen en diensten. Het bedrag dat de Gemeente als "netto-saldo" ontvangt, zou volgens hem niet nogmaals belast moeten worden. De brief is geschreven in april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode vond er een actieve herstructurering plaats van het belastingstelsel. De "Omzetbelasting 1940" was kort daarvoor ingevoerd (ter vervanging van de eerdere weeldebelasting) om de staatsinkomsten te verhogen en het Nederlandse systeem meer in lijn te brengen met de Duitse Umsatzsteuer.
Het document geeft inzicht in:
1. Bureaucratische frictie: De discussie tussen verschillende overheidsinstanties (Marktwezen, Gemeentebelastingen en het Departement van Financiën) over de interpretatie van nieuwe belastingregels.
2. Economische structuur: De rol van de N.V. Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam" als centrale speler in de voedselvoorziening en handel in de hoofdstad.
3. Taalgebruik: Het gebruik van de oude spelling (visch, jaarlijksche) die kort na de oorlog officieel zou worden herzien.