Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 184
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie (brief).

23 juli 1941 (gebaseerd op de handgeschreven datum linksboven). Van: Vermoedelijk de directeur van het Marktwezen (gezien de inhoud over de Vischmarkt en Centrale Markt). Aan: Den Directeur van de Gemeentebelastingen, alhier.

Origineel

Ambtelijke correspondentie (brief). 23 juli 1941 (gebaseerd op de handgeschreven datum linksboven). Vermoedelijk de directeur van het Marktwezen (gezien de inhoud over de Vischmarkt en Centrale Markt). Den Directeur van de Gemeentebelastingen, alhier. [Linksboven in rood potlood:] 6/6/8
[Linksboven in potlood:] 23/7/41 DS

Den Directeur van de Gemeentebelastingen, alhier.

Met Uw schryven van 15 Juli jl. deed U my een afschrift toekomen van de aanschryving van 3 Juli 1941 no. 1 van het Departement van Financiën betreffende toepassing van het besluit op de omzetbelasting 1940 ten aanzien van publiek-rechtelyke lichamen.

In deze aanschryving worden een aantal vergoedingen genoemd ten aanzien waarvan steeds omzetbelastingheffing dient plaats te vinden, ook al zou de dienst terzake van welke [handgeschreven tussenvoeging: zij] worden voldaan op een plaatselyke belastingverordening berusten.

Afgaande op de omschryving, die van deze vergoedingen in de bovenbedoelde aanschryving wordt gegeven, ryst by my de vraag of van enkele door myn dienst geheven belastingheffingen omzetbelasting verschuldigd is. Ik heb de eer U hieronder een opgave te verstrekken van deze heffingen aangevuld met myn oordeel omtrent de al of niet verschuldigdheid van omzetbelasting voor deze vergoedingen en het zou my aangenaam zyn Uw oordeel te mogen vernemen alvorens door myn dienst aangifte wordt gedaan.

1e. Door de bedryven van de Vischmarkt en de Centrale Markt wordt, krachtens Artikel 275 der Gemeentewet, belasting [doorgehaald: xxxx] geheven wegens het verleenen van toegang tot de marktterreinen, [handgeschreven tussenvoeging: alleen] aan houders van door den directeur van het Marktwezen afgegeven legitimatiekaarten. [Handgeschreven in de kantlijn bij punt 1: Ter verordening op de heffing steunende op]
Aangezien deze legitimatiekaarten uitsluitend worden afgegeven aan personen, die op bovengenoemde markten hun bedryf uitoefenen, kunnen [handgeschreven tussenvoeging: naar myn oordeel] deze vergoedingen (entréegelden) niet [handgeschreven tussenvoeging: naar mijn oordeel] gelyk gesteld worden met de [handgeschreven tussenvoeging in kantlijn: in de aanschryving genoemde] "vergoedingen terzake van het bezoeken van gemeentelyke musea, schouwburgen, ysbanen, badinrichtingen, stadions, enz." M.i. zal voor deze entrée-gelden geen omzetbelasting verschuldigd zyn.

2e. Op de Vischmarkt worden [handgeschreven tussenvoeging: wederom] krachtens Artikel 275 van de Gemeentewet de navolgende belastingen geheven wegens gebruik maken van den afslag en wel onder de benaming [Handgeschreven in de kantlijn bij punt 2: Ter verordening op de heffing steunende op]:
a. afslaggelden;
b. extra-heffing van afslaggelden;
c. berging in de hal (van visch)

Volgens een uitspraak vervat in een schryven van 7 Mei 1941 van den Inspecteur by de Invoerrechten en Accynzen, waarvan een afschrift hierby gaat, zouden bovengenoemde belastingen niet aan de heffing van omzetbelasting zyn onderworpen. Uit de aanschryving van het Departement van Financiën valt echter op te maken, dat deze heffingen vergoedingen zyn voor het gebruik van de...

[Linksonder stempel:] afschrift maken * Kern van het document: De afzender vraagt om opheldering over de interpretatie van een nieuwe fiscale richtlijn (het Besluit op de Omzetbelasting 1940). De centrale vraag is of specifieke marktgerelateerde heffingen (toegangsgelden voor handelaren en afslaggelden) belast moeten worden met omzetbelasting.
* Argumentatie: De afzender voert aan dat toegang tot de markt geen "recreatieve" besteding is (zoals een museumbezoek), maar een zakelijke noodzaak voor ondernemers. Daarom zou het volgens de schrijver vrijgesteld moeten blijven.
* Tegenstrijdigheid: Er is sprake van een conflict tussen een eerdere lokale uitspraak van de Inspecteur der Invoerrechten (mei 1941) en een nieuwe landelijke aanschrijving van het Departement van Financiën (juli 1941).
* Taal en Stijl: Formeel-ambtelijk Nederlands ("Ik heb de eer U...", "M.i."). De spelling is deels verouderd (bijv. "schryven", "ysbanen"). * Historische periode: Dit document stamt uit juli 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het ambtelijke apparaat bleef gedurende deze periode grotendeels functioneren volgens de bestaande hiërarchie, maar moest zich constant aanpassen aan nieuwe verordeningen en belastingwetten die door de bezetter of de gelijkgeschakelde departementen werden opgelegd.
* Fiscaalhistorisch: De "Omzetbelasting 1940" markeerde een belangrijke verschuiving in het Nederlandse belastingstelsel. Het was een cumulatief stelsel (cascadestelsel) dat gedurende de oorlogsjaren werd aangescherpt om de staatsinkomsten te verhogen.
* Lokaal bestuur: De brief illustreert de nauwe afstemming tussen verschillende gemeentelijke diensten (Marktwezen en Belastingen) over de praktische uitvoering van complexe nationale wetgeving. De verwijzing naar "Artikel 275 der Gemeentewet" toont aan dat men probeerde de nieuwe regels in te passen in het bestaande juridische kader van de autonomie van de gemeente om belastingen te heffen. Marktwezen

Samenvatting

  • Kern van het document: De afzender vraagt om opheldering over de interpretatie van een nieuwe fiscale richtlijn (het Besluit op de Omzetbelasting 1940). De centrale vraag is of specifieke marktgerelateerde heffingen (toegangsgelden voor handelaren en afslaggelden) belast moeten worden met omzetbelasting.
  • Argumentatie: De afzender voert aan dat toegang tot de markt geen "recreatieve" besteding is (zoals een museumbezoek), maar een zakelijke noodzaak voor ondernemers. Daarom zou het volgens de schrijver vrijgesteld moeten blijven.
  • Tegenstrijdigheid: Er is sprake van een conflict tussen een eerdere lokale uitspraak van de Inspecteur der Invoerrechten (mei 1941) en een nieuwe landelijke aanschrijving van het Departement van Financiën (juli 1941).
  • Taal en Stijl: Formeel-ambtelijk Nederlands ("Ik heb de eer U...", "M.i."). De spelling is deels verouderd (bijv. "schryven", "ysbanen").

Historische Context

  • Historische periode: Dit document stamt uit juli 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het ambtelijke apparaat bleef gedurende deze periode grotendeels functioneren volgens de bestaande hiërarchie, maar moest zich constant aanpassen aan nieuwe verordeningen en belastingwetten die door de bezetter of de gelijkgeschakelde departementen werden opgelegd.
  • Fiscaalhistorisch: De "Omzetbelasting 1940" markeerde een belangrijke verschuiving in het Nederlandse belastingstelsel. Het was een cumulatief stelsel (cascadestelsel) dat gedurende de oorlogsjaren werd aangescherpt om de staatsinkomsten te verhogen.
  • Lokaal bestuur: De brief illustreert de nauwe afstemming tussen verschillende gemeentelijke diensten (Marktwezen en Belastingen) over de praktische uitvoering van complexe nationale wetgeving. De verwijzing naar "Artikel 275 der Gemeentewet" toont aan dat men probeerde de nieuwe regels in te passen in het bestaande juridische kader van de autonomie van de gemeente om belastingen te heffen.

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →