Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 189
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

11 maart 1941. Van: Gemeente Amsterdam, Afdeling Belastingen (No. 229). Aan: De Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam W. Dossier: 10/10/I, 229, 80

Origineel

11 maart 1941. Gemeente Amsterdam, Afdeling Belastingen (No. 229). De Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam W. GEMEENTE AMSTERDAM

No 10/10/2 M. 1941 12/3
AFD. Belastingen
No. 229
BIJLAGEN

AMSTERDAM, 11 Maart 1941

MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.

In de rechterbovenhoek staan handgeschreven initialen/paraaf, mogelijk "Mr. H. Miller".

In antwoord op Uw schryven dd. 5 Maart 1941, No. 10/10/I M., inzake omzetbelasting, heb ik de eer U het volgende mede te deelen.

Door den Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën is in zyn Resolutie van 31 December 1940, No. 80, bepaald, dat publiekrechtelyke lichamen, voor zoover zy handelingen verrichten ter uitvoering van de aan hen als overheid opgedragen taak, niet als ondernemer moeten worden beschouwd, terwyl dit wel dient te geschieden wanneer zy aan het maatschappelyk verkeer deelnemen op denzelfden voet als niet-publiekrechtelyke lichamen.

De Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten heeft zich tot genoemden Secretaris-Generaal gewend met een lyst van een aantal diensten en leveringen, welke door de gemeenten plegen te worden verricht, met het verzoek haar mede te deelen welke daarvan onder de belasting vallen. Daarby heeft zy aanbevolen als criterium aan te nemen dat, wanneer de vergoeding voor leveringen of verrichtingen by een belastingverordening is geregeld, de gemeente niet als ondernemer in den zin van het Besluit op de Omzetbelasting 1940 zal worden beschouwd. Over deze kwestie is nog geen beslissing genomen; zoodra dit het geval is zal ik U daarvan mededeeling doen.

De Inspecteur der accynzen heeft voorloopig als gedragslyn aangenomen, dat publiekrechtelyke lichamen niet als ondernemer zullen worden beschouwd, wanneer de door hen verrichte handelingen voortvloeien uit een verordening, welke steunt op art. 275 der Gemeentewet.

Gezien

Aan den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
Amsterdam W.

Model G.A. 6
12.500-9.-'39 Dit document betreft een interne correspondentie binnen de gemeente Amsterdam over de fiscale status van overheidsdiensten onder de nieuwe belastingwetgeving. De kernvraag is wanneer de gemeente als 'ondernemer' moet worden beschouwd voor de omzetbelasting.

Er wordt een belangrijk onderscheid gemaakt tussen twee soorten overheidshandelen:
1. Overheidstaak: Handelingen die voortvloeien uit de wettelijke publieke taak. Hiervoor wordt de gemeente niet als ondernemer gezien en is dus geen omzetbelasting verschuldigd.
2. Maatschappelijk verkeer: Handelingen waarbij de overheid concurreert met private partijen ("op denzelfden voet als niet-publiekrechtelyke lichamen"). In dit geval is de gemeente wél belastingplichtig.

Het document vermeldt dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) probeert om een duidelijke scheidslijn te trekken door te stellen dat alles wat via een belastingverordening (gebaseerd op art. 275 van de toenmalige Gemeentewet) geregeld is, buiten de omzetbelasting zou moeten vallen. Op het moment van schrijven was hierover nog geen definitief besluit genomen door het Departement van Financiën. De datum van de brief, 11 maart 1941, plaatst dit document in de eerste jaren van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1940 voerden de bezettingsautoriteiten ingrijpende wijzigingen door in het Nederlandse belastingsysteem, waaronder het 'Besluit op de Omzetbelasting 1940', dat gebaseerd was op het Duitse systeem.

De Secretarissen-Generaal van de departementen speelden in deze periode een cruciale rol; zij bleven in functie om het land te besturen onder toezicht van de Duitse Reichskommissar. De genoemde "Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën" was destijds L.J.A. Trip (tot maart 1941) of diens opvolger.

De geadresseerde, de Directeur van het Marktwezen aan de Jan van Galenstraat, bevond zich op het terrein van de Centrale Markthallen (de huidige Food Center Amsterdam). Het is logisch dat juist deze dienst vragen had over omzetbelasting, aangezien zij veel diensten verleenden aan marktkooplieden en handelaren die op het grensvlak van overheidstaak en commerciële dienstverlening lagen. H. Miller L.J.A. Trip Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

Dit document betreft een interne correspondentie binnen de gemeente Amsterdam over de fiscale status van overheidsdiensten onder de nieuwe belastingwetgeving. De kernvraag is wanneer de gemeente als 'ondernemer' moet worden beschouwd voor de omzetbelasting.

Er wordt een belangrijk onderscheid gemaakt tussen twee soorten overheidshandelen:
1. Overheidstaak: Handelingen die voortvloeien uit de wettelijke publieke taak. Hiervoor wordt de gemeente niet als ondernemer gezien en is dus geen omzetbelasting verschuldigd.
2. Maatschappelijk verkeer: Handelingen waarbij de overheid concurreert met private partijen ("op denzelfden voet als niet-publiekrechtelyke lichamen"). In dit geval is de gemeente wél belastingplichtig.

Het document vermeldt dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) probeert om een duidelijke scheidslijn te trekken door te stellen dat alles wat via een belastingverordening (gebaseerd op art. 275 van de toenmalige Gemeentewet) geregeld is, buiten de omzetbelasting zou moeten vallen. Op het moment van schrijven was hierover nog geen definitief besluit genomen door het Departement van Financiën.

Historische Context

De datum van de brief, 11 maart 1941, plaatst dit document in de eerste jaren van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1940 voerden de bezettingsautoriteiten ingrijpende wijzigingen door in het Nederlandse belastingsysteem, waaronder het 'Besluit op de Omzetbelasting 1940', dat gebaseerd was op het Duitse systeem.

De Secretarissen-Generaal van de departementen speelden in deze periode een cruciale rol; zij bleven in functie om het land te besturen onder toezicht van de Duitse Reichskommissar. De genoemde "Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën" was destijds L.J.A. Trip (tot maart 1941) of diens opvolger.

De geadresseerde, de Directeur van het Marktwezen aan de Jan van Galenstraat, bevond zich op het terrein van de Centrale Markthallen (de huidige Food Center Amsterdam). Het is logisch dat juist deze dienst vragen had over omzetbelasting, aangezien zij veel diensten verleenden aan marktkooplieden en handelaren die op het grensvlak van overheidstaak en commerciële dienstverlening lagen.

Genoemde Personen 2

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →