Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 249
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie (memo/verslag)

9 juni 1941

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie (memo/verslag) 9 juni 1941 [Rechtsboven, in kader:]
9/6 1941

[Centraal boven:]
Mr Aleva.
[Rode onderstreping]
Zuiderzeesteunwet
[Dubbele rode onderstreping]

moet over afslag geveild
worden anders krijgen visschers
IJsselmeer geen bedrijfstoeslag

Van Zuiderzeesteunwet
Durgerdam enkele kleine
visschers, die veiling niet
kunnen bezoeken. Verkochten
ver boven max. prijzen.
4 visschers. afslag Monnikendam
werd vervoer door Helmig.
Durgerdam is gem. afslag M'dam
Dist Insp. Prijsbeh. stelt op prijs
gemeente daar afslag exploiteert.

[In de linkermarge:]
Dir.

Durgerdam - vroeger ook een en is
opgeheven wegens geen aanvoer.
verplichting veilen kan nu
niet bestaan, want bedrijfstoeslag
is vervallen zegt Mr. Aleva.
echter Visscherij centrale en binnen belasting De notitie betreft een casus rond de handhaving van visserijregels tijdens de bezettingsjaren. De kern van het probleem is de koppeling tussen de bedrijfstoeslag (een subsidie voor vissers) en de verplichting om vis via de officiële afslag te verkopen.
* Problematiek: Kleine vissers uit Durgerdam omzeilen de afslag in Monnikendam (vroeger had Durgerdam een eigen afslag, maar die is opgeheven). Ze verkopen hun vangst direct tegen prijzen die boven de vastgestelde maximumprijzen liggen.
* Logistiek: De afstand naar de afslag in Monnikendam is een drempel, ook al wordt het vervoer door ene Helmig verzorgd.
* Juridisch strijdpunt: Er is discussie over de rechtsgrond voor verplicht veilen. Mr. Aleva stelt dat als de bedrijfstoeslag vervalt, ook de plicht tot veilen onder de Zuiderzeesteunwet juridisch wankel wordt. De notitie eindigt met een verwijzing naar de rol van de Visscherijcentrale (het controle-orgaan tijdens de oorlog) en een mogelijk resterende fiscale verplichting ("binnen belasting"). Dit document is een treffend voorbeeld van de economische ordening tijdens de Duitse bezetting (juni 1941). De overheid probeerde via de Visscherijcentrale en de Rijksbureaus de voedseldistributie en prijzen volledig te beheersen om zwarte handel tegen te gaan. De Zuiderzeesteunwet (oorspronkelijk uit 1925 om gedupeerde vissers na de afsluiting te compenseren) diende in deze periode als instrument voor het verstrekken van toeslagen, waarbij de overheid deze steun gebruikte als 'wortel' om vissers in het gereguleerde systeem (de afslag) te dwingen. Mr. P.C. Aleva was als secretaris van de steuncommissie een sleutelfiguur in de uitvoering van dit beleid. De vermelding van de District Inspecteur Prijsbeheersing onderstreept de focus op het handhaven van de vastgestelde prijzen in een tijd van toenemende schaarste. P.C. Aleva Prijsbeheersing (Inspecteur)

Samenvatting

De notitie betreft een casus rond de handhaving van visserijregels tijdens de bezettingsjaren. De kern van het probleem is de koppeling tussen de bedrijfstoeslag (een subsidie voor vissers) en de verplichting om vis via de officiële afslag te verkopen.
* Problematiek: Kleine vissers uit Durgerdam omzeilen de afslag in Monnikendam (vroeger had Durgerdam een eigen afslag, maar die is opgeheven). Ze verkopen hun vangst direct tegen prijzen die boven de vastgestelde maximumprijzen liggen.
* Logistiek: De afstand naar de afslag in Monnikendam is een drempel, ook al wordt het vervoer door ene Helmig verzorgd.
* Juridisch strijdpunt: Er is discussie over de rechtsgrond voor verplicht veilen. Mr. Aleva stelt dat als de bedrijfstoeslag vervalt, ook de plicht tot veilen onder de Zuiderzeesteunwet juridisch wankel wordt. De notitie eindigt met een verwijzing naar de rol van de Visscherijcentrale (het controle-orgaan tijdens de oorlog) en een mogelijk resterende fiscale verplichting ("binnen belasting").

Historische Context

Dit document is een treffend voorbeeld van de economische ordening tijdens de Duitse bezetting (juni 1941). De overheid probeerde via de Visscherijcentrale en de Rijksbureaus de voedseldistributie en prijzen volledig te beheersen om zwarte handel tegen te gaan. De Zuiderzeesteunwet (oorspronkelijk uit 1925 om gedupeerde vissers na de afsluiting te compenseren) diende in deze periode als instrument voor het verstrekken van toeslagen, waarbij de overheid deze steun gebruikte als 'wortel' om vissers in het gereguleerde systeem (de afslag) te dwingen. Mr. P.C. Aleva was als secretaris van de steuncommissie een sleutelfiguur in de uitvoering van dit beleid. De vermelding van de District Inspecteur Prijsbeheersing onderstreept de focus op het handhaven van de vastgestelde prijzen in een tijd van toenemende schaarste.

Genoemde Personen 2

P.C. Aleva Prijsbeheersing (Inspecteur)

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peer A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla A.G.F. (Groenten): Wortel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →