Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 263
Dossier 37
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven nota of memo, vermoedelijk van economische of ambtelijke aard.

Origineel

Handgeschreven nota of memo, vermoedelijk van economische of ambtelijke aard. 2 /

Indien men prijzen te beheeren
publiek wil beheerschen dan
[doorgestreept] dat wil in dit geval
zeggen verlagen dus moet
dit door vaststelling v.
prijzen verkoop onder
hand omdat deze belangen
zijn geholpen bij hooge

1.75 '40-'41 gem. f 0.35
0.75 36-37 f 0.15

[In de linker marge:]
1 2m /
koers /
wordt

Bij dergelijke stijging
valt het voordeel dat
verkregen wordt door
omzetverhoging
echter totaal in het
niet.

Tarief 5% bij 0.35 is 1 3/4 ct
bij 0.15 is 3/4 ct
verhooging als gevolg Tarief
is slechts 1 ct per [kg?]
verhooging prijs is f 0.20 De auteur van deze notitie vergelijkt de economische situatie van voor de oorlog (1936-1937) met die van de beginjaren van de bezetting (1940-1941). De kern van het betoog is een mathematische onderbouwing van de relatieve impact van belastingen (tarieven) op de eindprijs van een product.

De berekening laat zien dat:
1. De marktprijs is gestegen van f 0,15 naar f 0,35 (een stijging van 20 cent).
2. Een tarief van 5% over deze prijzen resulteert in een belasting van respectievelijk 3/4 cent en 1 3/4 cent.
3. De feitelijke verhoging door het tarief is dus slechts 1 cent.

De conclusie onder de kop "Bij dergelijke stijging..." stelt dat het voordeel van een eventuele omzetverhoging "totaal in het niet" valt bij de enorme prijsstijging van het product zelf. De schrijver probeert hiermee aan te tonen dat de prijsstijging voor de consument niet te wijten is aan het tarief, maar aan de gestegen basisprijs. Het document moet geplaatst worden in de context van de Nederlandse oorlogseconomie (1940-1941). Tijdens de bezetting kreeg Nederland te maken met toenemende schaarste en inflatie. De overheid (onder toezicht van de bezetter) probeerde de prijzen te beheersen via diverse rijksbureaus om woekerprijzen tegen te gaan en de distributie van goederen te waarborgen.

De discussie over "prijzen beheeren" en "publiek beheerschen" suggereert dat dit een interne overweging is van een beleidsmaker of handelaar die de effecten van prijsinterventies afweegt. De genoemde prijzen (in centen per eenheid) zouden kunnen verwijzen naar basisbehoeften zoals suiker, granen of brandstof, waarbij kleine fluctuaties in tarieven grote politieke of maatschappelijke gevolgen konden hebben.

Samenvatting

De auteur van deze notitie vergelijkt de economische situatie van voor de oorlog (1936-1937) met die van de beginjaren van de bezetting (1940-1941). De kern van het betoog is een mathematische onderbouwing van de relatieve impact van belastingen (tarieven) op de eindprijs van een product.

De berekening laat zien dat:
1. De marktprijs is gestegen van f 0,15 naar f 0,35 (een stijging van 20 cent).
2. Een tarief van 5% over deze prijzen resulteert in een belasting van respectievelijk 3/4 cent en 1 3/4 cent.
3. De feitelijke verhoging door het tarief is dus slechts 1 cent.

De conclusie onder de kop "Bij dergelijke stijging..." stelt dat het voordeel van een eventuele omzetverhoging "totaal in het niet" valt bij de enorme prijsstijging van het product zelf. De schrijver probeert hiermee aan te tonen dat de prijsstijging voor de consument niet te wijten is aan het tarief, maar aan de gestegen basisprijs.

Historische Context

Het document moet geplaatst worden in de context van de Nederlandse oorlogseconomie (1940-1941). Tijdens de bezetting kreeg Nederland te maken met toenemende schaarste en inflatie. De overheid (onder toezicht van de bezetter) probeerde de prijzen te beheersen via diverse rijksbureaus om woekerprijzen tegen te gaan en de distributie van goederen te waarborgen.

De discussie over "prijzen beheeren" en "publiek beheerschen" suggereert dat dit een interne overweging is van een beleidsmaker of handelaar die de effecten van prijsinterventies afweegt. De genoemde prijzen (in centen per eenheid) zouden kunnen verwijzen naar basisbehoeften zoals suiker, granen of brandstof, waarbij kleine fluctuaties in tarieven grote politieke of maatschappelijke gevolgen konden hebben.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →