Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 268
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte rapportage (pagina 2) met tabel.

Origineel

Getypte rapportage (pagina 2) met tabel. -2-

Heffingen ter zake van aanvoer zee- en zoetwatervisch op de Vischmarkt te Amsterdam.

Jaar Art.23 Verordening op de heffing: Afslaggelden Art.23 Verordening op de heffing: Extra heffing voor consignatiezendingen Art.21 sub 2e Verordening op de heffing: Aanvoergelden Art.21 sub 1e Verordening op de heffing: Vaartuigen
1930 ƒ 9.848,65 ƒ 71,45 ƒ 6.695,98 ƒ 769,10
1931 " 7.854,80 " 20,44 " 6.286,40 " 1.024,90
1932 " 9.479,07 " 43,32 " 5.809,76 " 1.165,90
1933 " 9.576,98 " 104,21 " 7.993,- " 782,30
1934 " 10.383,60 " 200,90 " 9.177,91 " 627,50
1935 " 11.254,33 " 213,86 " 7.032,64 " 415,=
1936 " 11.336,87 " 302,82 " 7.081,96 " 337,95
1937 " 10.805,58 " 202,91 " 7.123,13 " 286,75
1938 " 8.960,88 " 232,68 " 6.074,66 " 217,70
1939 " 9.779,58 " 400,78 " 5.542,80 " 189,55
1940 " 88682,55 " 677,48 " 3.954,51 " 442,10

Terwijl in normale omstandigheden de zeevisch vrijwel uitsluitend door Urker visschers rechtstreeks uit zee op den afslag wordt aangevoerd, is deze aanvoer thans geheel weggevallen, omdat de Urkers niet op zee visschen; de aanvoer van zeevisch is dan ook sterk teruggeloopen en bepaalt zich momenteel tot een geringe aanvoer van enkele grossiers-inzenders.

In bijlage dezes heb ik de eer over te leggen een vergelijkend overzicht van de in den afslag verkochte zeevisch, benevens de bruto-opbrengst per soort over de periode 1 Mei 1936 - 30 April 1937 (een normaal jaar); 1 Mei 1939 - 30 April 1940 (een jaar, waarin de gevolgen van den oorlog reeds voor de visscherij voelbaar werden) en 1 Mei 1940 - 30 April 1941 (het jaar, waarin de zeevisscherij vrijwel werd stilgelegd). Uit dit overzicht blijkt, dat de aanvoer van zeevisch, welke gedurende de eerstgenoemde periode 1.261.977 kg. bedroeg is teruggeloopen in de laatstgenoemde periode tot 172.746 kg., dus tot ongeveer 1/7 gedeelte. De opbrengst daarentegen verminderde van ƒ 197.227,97 in de eerste periode tot ƒ 59.432,18 in de laatstgenoemde periode, dus tot ongeveer 1/3 gedeelte. Ik kan dan ook niet ontken_ * Economische impact: Het document kwantificeert de drastische terugval van de visserijsector in Amsterdam door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
* Data-vergelijking: Er wordt een scherp contrast geschetst tussen een "normaal jaar" (1936-1937) en de periode waarin de zeevisserij vrijwel volledig stil kwam te liggen (1940-1941). De aanvoer in kilo's daalde met ongeveer 86% (van 1,2 miljoen naar 173 duizend kilo).
* Urker visserij: De tekst benadrukt dat de Urker vissers, die cruciaal waren voor de directe aanvoer uit zee naar de Amsterdamse afslag, gestopt waren met vissen op zee.
* Opmerkelijke waarde: In de tabel bij het jaar 1940 staat bij Afslaggelden "88682,55". Gezien de overige jaren lijkt dit een typefout voor 8.682,55, aangezien een vertienvoudiging niet logisch is bij een dalende aanvoer. Dit document is waarschijnlijk opgesteld rond medio 1941 door een functionaris van de Amsterdamse vismarkt of een gemeentelijke dienst. De Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting zorgden voor grote restricties op de Noordzee (mijnengevaar, vorderingen van schepen, verboden zones), waardoor de vloot uit Urk en andere vissersplaatsen niet meer kon uitvaren. Dit leidde tot acute voedseltekorten en een instorting van de inkomsten uit marktgelden en heffingen voor de stad Amsterdam. De vetgedrukte en omcirkelde tekstgedeelten wijzen op een ambtelijke revisie waarbij de kerncijfers van de malaise werden gemarkeerd.

Samenvatting

  • Economische impact: Het document kwantificeert de drastische terugval van de visserijsector in Amsterdam door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
  • Data-vergelijking: Er wordt een scherp contrast geschetst tussen een "normaal jaar" (1936-1937) en de periode waarin de zeevisserij vrijwel volledig stil kwam te liggen (1940-1941). De aanvoer in kilo's daalde met ongeveer 86% (van 1,2 miljoen naar 173 duizend kilo).
  • Urker visserij: De tekst benadrukt dat de Urker vissers, die cruciaal waren voor de directe aanvoer uit zee naar de Amsterdamse afslag, gestopt waren met vissen op zee.
  • Opmerkelijke waarde: In de tabel bij het jaar 1940 staat bij Afslaggelden "88682,55". Gezien de overige jaren lijkt dit een typefout voor 8.682,55, aangezien een vertienvoudiging niet logisch is bij een dalende aanvoer.

Historische Context

Dit document is waarschijnlijk opgesteld rond medio 1941 door een functionaris van de Amsterdamse vismarkt of een gemeentelijke dienst. De Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting zorgden voor grote restricties op de Noordzee (mijnengevaar, vorderingen van schepen, verboden zones), waardoor de vloot uit Urk en andere vissersplaatsen niet meer kon uitvaren. Dit leidde tot acute voedseltekorten en een instorting van de inkomsten uit marktgelden en heffingen voor de stad Amsterdam. De vetgedrukte en omcirkelde tekstgedeelten wijzen op een ambtelijke revisie waarbij de kerncijfers van de malaise werden gemarkeerd.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →