Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 273
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Bijlage bij een ambtelijke brief.

13 juni 1941. Van: Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Aan: Wethouder voor de Levensmiddelen.

Origineel

Bijlage bij een ambtelijke brief. 13 juni 1941. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Wethouder voor de Levensmiddelen. Bijlage I, behoorende bij brief No. 46A/23/2 H. d.d. 13 Juni 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

HEFFINGEN TER ZAKE VAN AANVOER ZEE- EN ZOETWATERVISCH OP DE VISCHMARKT TE AMSTERDAM.

Jaar Art. 23 Verordening op de heffing - Afslaggelden Art. 23 Verordening op de heffing - Extra heffing voor consignatiezendingen Art. 21 sub 2e Verordening op de heffing - Aanvoergelden Art. 21 sub b Verordening op de heffing - Vaartuigen
1930 $f$ 9.848,65 $f$ 71,45 $f$ 6.695,98 $f$ 760,10
1931 " 7.854,80 " 20,44 " 6.286,40 " 1.024,90
1932 " 9.479,07 " 43,32 " 5.809,76 " 1.165,90
1933 " 9.576,98 " 104,21 " 7.993,-- " 782,30
1934 " 10.383,60 " 200,90 " 9.177,91 " 627,50
1935 " 11.254,33 " 213,86 " 7.032,64 " 415,--
1936 " 11.336,87 " 302,82 " 7.081,96 " 337,95
1937 " 10.805,58 " 202,91 " 7.123,13 " 286,75
1938 " 8.960,88 " 232,68 " 6.074,66 " 217,70
1939 " 9.779,58 " 400,78 " 5.542,80 " 189,55
1940 " 8.682,55 " 677,48 " 3.954,51 " 442,10

Samenvatting

Dit document bevat een kwantitatief overzicht van de inkomsten uit diverse heffingen op de Amsterdamse vismarkt. De cijfers laten een relatieve stabiliteit zien in de "Afslaggelden" (tussen de 8.000 en 11.000 gulden). Opvallend is de significante stijging van de "Extra heffing voor consignatiezendingen", die van slechts 71 gulden in 1930 groeit naar ruim 677 gulden in 1940. De "Vaartuigengelden" vertonen juist een dalende lijn gedurende de jaren 30, met een dieptepunt in 1939, gevolgd door een lichte stijging in 1940.

Historische Context

De datum van het document (juni 1941) plaatst de rapportage in het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De noodzaak voor een dergelijk overzicht kan voortkomen uit de herstructurering van de voedselvoorziening en marktregelingen onder de bezetter. Het jaar 1940 markeert een kantelpunt; de aanvoergelden dalen scherp, wat waarschijnlijk te wijten is aan de beperkingen op de visserij op de Noordzee als gevolg van de oorlogsvoering en mijnengevaar. De stijging van consignatiezendingen suggereert een verschuiving in hoe vis op de markt werd aangeboden in de vroege oorlogsjaren.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →