Bijlage bij een ambtelijke brief.
Origineel
Bijlage bij een ambtelijke brief. 13 juni 1941. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Wethouder voor de Levensmiddelen. Bijlage I, behoorende bij brief No. 46A/23/2 H. d.d. 13 Juni 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
HEFFINGEN TER ZAKE VAN AANVOER ZEE- EN ZOETWATERVISCH OP DE VISCHMARKT TE AMSTERDAM.
| Jaar | Art. 23 Verordening op de heffing - Afslaggelden | Art. 23 Verordening op de heffing - Extra heffing voor consignatiezendingen | Art. 21 sub 2e Verordening op de heffing - Aanvoergelden | Art. 21 sub b Verordening op de heffing - Vaartuigen |
|---|---|---|---|---|
| 1930 | $f$ 9.848,65 | $f$ 71,45 | $f$ 6.695,98 | $f$ 760,10 |
| 1931 | " 7.854,80 | " 20,44 | " 6.286,40 | " 1.024,90 |
| 1932 | " 9.479,07 | " 43,32 | " 5.809,76 | " 1.165,90 |
| 1933 | " 9.576,98 | " 104,21 | " 7.993,-- | " 782,30 |
| 1934 | " 10.383,60 | " 200,90 | " 9.177,91 | " 627,50 |
| 1935 | " 11.254,33 | " 213,86 | " 7.032,64 | " 415,-- |
| 1936 | " 11.336,87 | " 302,82 | " 7.081,96 | " 337,95 |
| 1937 | " 10.805,58 | " 202,91 | " 7.123,13 | " 286,75 |
| 1938 | " 8.960,88 | " 232,68 | " 6.074,66 | " 217,70 |
| 1939 | " 9.779,58 | " 400,78 | " 5.542,80 | " 189,55 |
| 1940 | " 8.682,55 | " 677,48 | " 3.954,51 | " 442,10 |
Samenvatting
Dit document bevat een kwantitatief overzicht van de inkomsten uit diverse heffingen op de Amsterdamse vismarkt. De cijfers laten een relatieve stabiliteit zien in de "Afslaggelden" (tussen de 8.000 en 11.000 gulden). Opvallend is de significante stijging van de "Extra heffing voor consignatiezendingen", die van slechts 71 gulden in 1930 groeit naar ruim 677 gulden in 1940. De "Vaartuigengelden" vertonen juist een dalende lijn gedurende de jaren 30, met een dieptepunt in 1939, gevolgd door een lichte stijging in 1940.
Historische Context
De datum van het document (juni 1941) plaatst de rapportage in het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De noodzaak voor een dergelijk overzicht kan voortkomen uit de herstructurering van de voedselvoorziening en marktregelingen onder de bezetter. Het jaar 1940 markeert een kantelpunt; de aanvoergelden dalen scherp, wat waarschijnlijk te wijten is aan de beperkingen op de visserij op de Noordzee als gevolg van de oorlogsvoering en mijnengevaar. De stijging van consignatiezendingen suggereert een verschuiving in hoe vis op de markt werd aangeboden in de vroege oorlogsjaren.