Dienstbrief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Dienstbrief (ambtelijke correspondentie). 18 juni 1941. Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen (Afdeling Omzetbelasting) te Amsterdam, gevestigd in het Oost Indisch Huis. Dienst van het Marktwezen, Vischafslag, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Stempel/kenmerk rechtsboven:] Nº 46A/28/1 M.1941 19/6
INSPECTIE DER
INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN
(AFD. OMZETBELASTING)
TE AMSTERDAM
OOST INDISCH HUIS
Telefoon 38511
AMSTERDAM, den 18 Juni 1941.
No. 1/5882
ONDERWERP:
Leveringen van visch
naar het Duitsche
douanegebied.
Aan den
Dienst van het Marktwezen
Vischafslag
Jan van Galenstraat 14
Amsterdam.W. [Handgeschreven paraaf/handtekening over de adresregels: h.v.M. [onleesbaar]]
Voor zooveel noodig deel ik U mede, dat met ingang van 1 Mei 1941 veilingen omzetbelasting dienen te voldoen voor visch enz. welke zij, al dan niet in opdracht, naar het Duitsche Douanegebied uitvoeren.
Tot het Duitsche douanegebied behooren niet: het Generaal-Gouvernement Polen, Helgoland en de gebieden van de Duitsche vrijhavens Emden, Bremen, Bremerhaven, Hamburg, Cuxhaven, Kiel, Stettin en Memel. Wel behooren tot dat gebied: het protectoraat Bohemen en Moravië en de voormalige gebieden Elzas-Lotharingen, Luxemburg, Eupen en Malmedy en Moresnet.
Voor uitvoer naar landen, niet vallende onder het Duitsche douanegebied blijven de bepalingen der regeling, getroffen voor de vischveilingen van kracht.
A/aw
coll. β [handgeschreven]
De Inspecteur der inv. en acc.,
[Handtekening: Haverman (?)]
[Rechtsonder handgeschreven:] 46 A 14 Deze brief is een formeel besluit van de belastinginspectie in Amsterdam betreffende de fiscale behandeling van de visexport tijdens de Duitse bezetting. De kern van de instructie is dat visveilingen met terugwerkende kracht (vanaf 1 mei 1941) omzetbelasting moeten afdragen over producten die naar het Duitse douanegebied worden uitgevoerd.
Het document is administratief van aard, maar bevat een gedetailleerde geografische afbakening van wat de bezetter op dat moment beschouwde als het "Duitsche douanegebied". Het maakt een strikt onderscheid tussen geannexeerde of nauw verbonden gebieden (zoals het Protectoraat Bohemen en Moravië en de "herwonnen" gebieden zoals Eupen-Malmedy) en gebieden die wel onder Duits gezag stonden maar douanetechnisch buitenland bleven (zoals het Generaal-Gouvernement in Polen en bepaalde Duitse vrijhavens). De brief dateert van juni 1941, een jaar na de start van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode vond een verregaande economische gelijkschakeling plaats. De Nederlandse economie werd volledig ingezet ten dienste van de Duitse oorlogsvoering. De export van voedselmiddelen, waaronder vis, was strikt gereguleerd en essentieel voor de Duitse voedselvoorziening.
De genoemde locatie, het Oost Indisch Huis (de voormalige zetel van de VOC), deed tijdens de bezetting dienst als kantoor voor de belastingdienst. De ontvanger, de Vischafslag aan de Jan van Galenstraat, maakte deel uit van de Centrale Markthallen in Amsterdam, die in 1934 waren geopend. De handgeschreven aantekeningen en stempels duiden op de administratieve verwerking door verschillende ambtenaren binnen de gemeentelijke of rijksdienst. De complexiteit van de genoemde gebieden weerspiegelt de voortdurend veranderende grenzen van het Derde Rijk in de vroege oorlogsjaren.