Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 336
Dossier 10
Jaar 1941
Stadsarchief

Administratieve notitie / bijblad.

Origineel

Administratieve notitie / bijblad. [Kader linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. No. 46 H/28/1 1941
DOORGEZONDEN: 12/8

[Hoofdtekst]
Aan H. Cohen te berichten, dat uit onze
administratie niet is na te gaan hoe groot de
besommingen in de jaren 1938 en 1939 zijn
geweest. Alleen over het jaar 1940 is de besomming
bekend n.l. f 925,75 bruto. Onder aftrek
van 5% afslag gelden werd het laatstgenoemde bedrag
in 1940 aan hem uitbetaald.

N.B.
De besommingen in de jaren 1938 en 1939 kunnen
slechts met groote moeite uit de duplicaat-kwitanties
worden samengesteld. Dit is een zeer tijdroovend werk,
dat niet op korten termijn kan geschieden.

[Linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een intern administratief schrijven uit augustus 1941. De kern van de boodschap is dat de administratie moeite heeft om historische financiële gegevens te reconstrueren voor een zekere H. Cohen.

  • Financiële gegevens: Voor het jaar 1940 is een exact bedrag bekend: 925,75 gulden bruto. Hierop is een "afslag" (inhouding) van 5% toegepast voordat het werd uitgekeerd.
  • Administratieve achterstand: Er wordt expliciet vermeld dat de gegevens voor 1938 en 1939 niet direct beschikbaar zijn. Om deze te achterhalen, zouden handmatig "duplicaat-kwitanties" (kopieën van betaalbewijzen) moeten worden doorgezocht, wat als zeer tijdrovend wordt omschreven.
  • Terminologie: Het woord "besommingen" duidt op de bruto-inkomsten uit beroepsuitoefening, een term die in die tijd veelvuldig werd gebruikt voor de verdiensten van bijvoorbeeld musici, artsen of zelfstandige professionals. Gezien de datum (augustus 1941) en de naam "Cohen", moet dit document geplaatst worden in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

In deze periode werden Joodse burgers door de bezetter stelselmatig geregistreerd en financieel gecontroleerd. Instellingen zoals de Nederlandsche Kultuurkamer of de belastingdienst hielden nauwlettend toezicht op de inkomsten van Joodse professionals. De 5% inhouding ("afslag") kan een specifieke bezettingsbelasting of een verplichte afdracht zijn die in die tijd werd ingevoerd.

Het feit dat men terugvraagt naar inkomsten van vóór de oorlog (1938-1939) suggereert een diepgaand onderzoek naar het vermogen of de verdiensten van deze persoon, mogelijk in het kader van de onteigening van Joods bezit of de verplichte aanmelding van vermogen bij de bank Lippmann, Rosenthal & Co. (Liro). De administratieve "moeite" die wordt beschreven, illustreert de enorme bureaucratische druk die dergelijke onderzoeken met zich meebrachten.

Samenvatting

Dit document is een intern administratief schrijven uit augustus 1941. De kern van de boodschap is dat de administratie moeite heeft om historische financiële gegevens te reconstrueren voor een zekere H. Cohen.

  • Financiële gegevens: Voor het jaar 1940 is een exact bedrag bekend: 925,75 gulden bruto. Hierop is een "afslag" (inhouding) van 5% toegepast voordat het werd uitgekeerd.
  • Administratieve achterstand: Er wordt expliciet vermeld dat de gegevens voor 1938 en 1939 niet direct beschikbaar zijn. Om deze te achterhalen, zouden handmatig "duplicaat-kwitanties" (kopieën van betaalbewijzen) moeten worden doorgezocht, wat als zeer tijdrovend wordt omschreven.
  • Terminologie: Het woord "besommingen" duidt op de bruto-inkomsten uit beroepsuitoefening, een term die in die tijd veelvuldig werd gebruikt voor de verdiensten van bijvoorbeeld musici, artsen of zelfstandige professionals.

Historische Context

Gezien de datum (augustus 1941) en de naam "Cohen", moet dit document geplaatst worden in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

In deze periode werden Joodse burgers door de bezetter stelselmatig geregistreerd en financieel gecontroleerd. Instellingen zoals de Nederlandsche Kultuurkamer of de belastingdienst hielden nauwlettend toezicht op de inkomsten van Joodse professionals. De 5% inhouding ("afslag") kan een specifieke bezettingsbelasting of een verplichte afdracht zijn die in die tijd werd ingevoerd.

Het feit dat men terugvraagt naar inkomsten van vóór de oorlog (1938-1939) suggereert een diepgaand onderzoek naar het vermogen of de verdiensten van deze persoon, mogelijk in het kader van de onteigening van Joods bezit of de verplichte aanmelding van vermogen bij de bank Lippmann, Rosenthal & Co. (Liro). De administratieve "moeite" die wordt beschreven, illustreert de enorme bureaucratische druk die dergelijke onderzoeken met zich meebrachten.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →