Getypte officiële brief (mogelijk een doorslag).
Origineel
Getypte officiële brief (mogelijk een doorslag). 29 augustus 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Amsterdamse Vischmarkt). Den Heer J. Cohen, p/a J. Vischschoonmaker, Afrikanerplein 15 III, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven linksboven:]
Verzonden 29/8 -'41
[Handgeschreven rechtsboven:]
Hr Mulder ter kennis.
[Getypt rechtsboven:]
VD/HG.
[Adresgegevens:]
den Heer J. Cohen,
p/a J.Vischschoonmaker,
Afrikanerplein 15 III,
Amsterdam- Oost.
Wijk 20.
[Kenmerk en datum:]
46A/38/2 M.
29 Augustus 1941.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 21 dezer deel ik U mede, dat uit de administratie van de Vischmarkt niet, dan na een zeer tijdroovend werk, is na te gaan hoe groot Uw besommingen in de jaren 1938 en 1939 zijn geweest. Slechts over het jaar 1940 is Uw besomming bekend namelijk ƒ 925,75 bruto.
De Directeur, De brief is een zakelijke reactie op een informatieverzoek van de heer J. Cohen. Cohen had gevraagd naar zijn 'besommingen' (bruto-opbrengsten of verdiensten) uit de jaren 1938, 1939 en 1940, waarschijnlijk in relatie tot zijn werkzaamheden op of voor de Vischmarkt. De directeur antwoordt dat het achterhalen van de cijfers voor 1938 en 1939 te tijdrovend is, maar geeft wel het bedrag voor 1940 op: 925,75 gulden bruto.
Opvallend is het adres: Afrikanerplein 15 III. De heer Cohen verblijft daar "p/a" (per adres) bij iemand met de achternaam Vischschoonmaker, wat een directe link suggereert met het vakgebied. Dit document stamt uit augustus 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Jodenvervolging is hier essentieel. Het Afrikanerplein ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een buurt die in deze periode een hoog percentage Joodse inwoners had.
In 1941 werden Joodse burgers door de bezetter steeds verder geïsoleerd en beroofd van hun bestaansmiddelen. Er waren diverse verordeningen die Joden verplichtten hun vermogen en inkomsten op te geven (zoals verordening 148/1941). De aanvraag van de heer Cohen voor zijn inkomensgegevens over de afgelopen jaren was zeer waarschijnlijk niet vrijwillig, maar een noodzakelijke stap voor een verplichte opgave aan de autoriteiten of de 'Liro-bank' (Lippmann, Rosenthal & Co.), die door de nazi's werd gebruikt om Joodse bezittingen te administreren en te confisqueren. De weigering van de directeur om oudere gegevens op te zoeken vanwege de "tijdroovende" aard ervan, illustreert de afstandelijke, bureaucratische afhandeling van dergelijke verzoeken in die tijd. Cohen verblijft (De heer) J. Cohen J. Vischschoonmaker Liro