Handgeschreven ambtelijke notitie of memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of memo. 15 oktober 1941. „Onder „verdeelvissch” ook
andere onder de regeling
te brengen vischsoorten
dan aal en snoekbaars te
rangschikken.
Deze interpretatie is in
overleg met mr. Reitsma
d.d. 15 Oct. '41 vastgelegd.
[paraaf]” De tekst is een korte, instructieve notitie betreffende de interpretatie van distributievoorschriften tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Centraal staat de term "verdeelvissch" (verdeelvis), wat duidt op vis die onder de officiële rantsoenering of distributie viel.
De schrijver stelt vast dat de regeling niet beperkt blijft tot aal (paling) en snoekbaars, maar dat ook andere vissoorten als 'verdeelvis' geclassificeerd moeten worden. Dit had directe gevolgen voor vissers, vishandelaren en consumenten, aangezien deze producten voortaan enkel tegen inlevering van distributiebonnen of binnen vastgestelde quota verhandeld mochten worden. De beslissing is officieel bekrachtigd ("vastgelegd") na overleg met een juridisch geschoold persoon (aangeduid met de titel 'mr.'), de heer Reitsma. Het document dateert van oktober 1941, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland toenam en het distributiestelsel steeds verder werd uitgebreid. De overheid (met name het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd) probeerde de grip op de voedselproductie te verstevigen.
Visserijproducten waren een belangrijke bron van eiwitten, maar een groot deel van de vangst werd gevorderd voor de Duitse Wehrmacht of geëxporteerd naar Duitsland. Door meer vissoorten onder de definitie van 'verdeelvis' te brengen, kon de bezetter en de collaborerende administratie de handel beter controleren en illegale verkoop (zwarte handel) proberen in te dammen. De genoemde Mr. Reitsma was waarschijnlijk een hoge ambtenaar of jurist bij het Departement van Landbouw en Visscherij of een gelieerd Rijksbureau. Rijksbureau Wehrmacht
Samenvatting
De tekst is een korte, instructieve notitie betreffende de interpretatie van distributievoorschriften tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Centraal staat de term "verdeelvissch" (verdeelvis), wat duidt op vis die onder de officiële rantsoenering of distributie viel.
De schrijver stelt vast dat de regeling niet beperkt blijft tot aal (paling) en snoekbaars, maar dat ook andere vissoorten als 'verdeelvis' geclassificeerd moeten worden. Dit had directe gevolgen voor vissers, vishandelaren en consumenten, aangezien deze producten voortaan enkel tegen inlevering van distributiebonnen of binnen vastgestelde quota verhandeld mochten worden. De beslissing is officieel bekrachtigd ("vastgelegd") na overleg met een juridisch geschoold persoon (aangeduid met de titel 'mr.'), de heer Reitsma.
Historische Context
Het document dateert van oktober 1941, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland toenam en het distributiestelsel steeds verder werd uitgebreid. De overheid (met name het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd) probeerde de grip op de voedselproductie te verstevigen.
Visserijproducten waren een belangrijke bron van eiwitten, maar een groot deel van de vangst werd gevorderd voor de Duitse Wehrmacht of geëxporteerd naar Duitsland. Door meer vissoorten onder de definitie van 'verdeelvis' te brengen, kon de bezetter en de collaborerende administratie de handel beter controleren en illegale verkoop (zwarte handel) proberen in te dammen. De genoemde Mr. Reitsma was waarschijnlijk een hoge ambtenaar of jurist bij het Departement van Landbouw en Visscherij of een gelieerd Rijksbureau.