Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een gelieerde afdeling van de gemeente Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven, rechtsboven:] Inspecteur [?]
[Getypt linksboven:] VD/HG.
[Handgeschreven, midden boven:] Verzonden 23/12
[Getypt links:]
46A/39/17 M.
1
[Getypt rechts:]
23 December 1941.
[Getypt links:]
Artikel in "het Nationale
Dagblad" inzake verdeeling
van visch.
[Getypt rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 22
dezer om advies ontvangen krantenuitknipsel uit het Nationale
Dagblad van 20 December jl. (No.1194 L.M.1941) heb ik de eer
U te berichten, dat de plannen tot ariseering van de Visch-
markt aan de De Ruyterkade, waarbij, zooals U bekend is,
een apart, afgescheiden gedeelte der markt voor de Joodsche
handelaren zal worden bestemd, zich in een vergevorderd sta-
dium van voorbereiding bevinden.
Van de 268 personen, die op de verdeellijst voor
zoetwatervisch zijn geplaatst (en waarop het onderhavige
krantenartikel blijkbaar betrekking heeft) zijn 65 personen
(dit is ± 24%)van Joodschen bloede. In totaal ontvangen deze
268 handelaren per keer 6.200 kg. visch; de 65 Joden ont-
vangen hiervan 1.600 kg., of ruim 25%. Deze 65 Joodsche
kleinhandelaren verkoopen niet alleen hun visch aan Joodsch
publiek op de voor hen aangewezen Joodsche hulpmarkten; er
bevinden zich namelijk ook winkeliers en venters onder, wien
tot nu toe niet is verboden om aan het niet Joodsche publiek
te verkoopen.
Ik meen er hierbij op te moeten wijzen, dat de te
Amsterdam geldende regeling der zoogenaamde "verdeelvisch"
dezerzijds is voorbereid in overleg met de Nederlandsche
Visscherijcentrale, waarbij door deze Centrale onder andere
als richtlijn werd aangegeven, dat op de verdeellijst alle
straathandelaren moesten worden geplaatst, die in de basis-
jaren 1939 en 1940 in visch hadden gehandeld en wel tot een
hoeveelheid, overeenkomende met hun omzet in deze jaren. Te
dien einde is door de Visscherijcentrale een Commissie in
het leven geroepen, die, onder leiding van mijn dienst, met
het samenstellen van deze verdeellijst is belast, in welke
Commissie ook het Front van Nering en Ambacht is vertegen-
woordigd.
De Directeur, In deze brief rapporteert een Amsterdamse ambtenaar aan de wethouder over de voortgang van anti-Joodse maatregelen in de vishandel. De kernpunten zijn:
- Segregatie op de markt: Er wordt gesproken over de "ariseering" van de vismarkt aan de De Ruyterkade. Dit hield in dat Joodse handelaren fysiek werden afgescheiden van niet-Joodse handelaren.
- Statistische verantwoording: De schrijver weerlegt blijkbaar kritiek uit Het Nationale Dagblad (de krant van de NSB) door met cijfers aan te tonen dat de visverdeling naar rato gebeurt. Ongeveer 24% van de handelaren is Joods en zij ontvangen 25% van de vis.
- Beperking van de afzet: De brief vermeldt dat Joodse handelaren hun waar moeten verkopen op specifieke "Joodsche hulpmarkten". Opvallend is de opmerking dat het sommigen (winkeliers/venters) op dat moment nog niet expliciet verboden was aan niet-Joden te verkopen, wat impliceert dat verdere inperking aanstaande was.
-
Institutionele collaboratie: De regeling is tot stand gekomen in overleg met de Nederlandsche Visscherijcentrale en het Front van Nering en Ambacht (een nationaalsocialistische organisatie voor de middenstand). Dit document stamt uit december 1941, een periode waarin de Duitse bezetter de Jodenvervolging in Nederland intensiveerde door middel van economische uitsluiting en fysieke segregatie.
-
Ariseering: Dit was de term voor het "zuiveren" van het economische leven van Joodse invloeden. Joodse bedrijven werden onteigend of geliquideerd, en handelaren werden beperkt in hun bewegingsvrijheid.
- Segregatie: De instelling van "Joodsche markten" (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat) was bedoeld om Joden volledig te isoleren van de rest van de Amsterdamse bevolking.
- Het Nationale Dagblad: Het feit dat een ambtelijke brief reageert op een artikel in dit NSB-blad, toont aan hoe groot de druk van de nationaalsocialistische pers was op het lokale bestuur om radicalere maatregelen tegen Joden te nemen.
- Bureaucratie: Het document illustreert de kille, administratieve wijze waarop de Amsterdamse ambtenarij meewerkte aan het uitvoeren van discriminerende maatregelen, waarbij de nadruk lag op logistieke "correctheid" en cijfers.