Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 373
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / brief.

22 december 1941 (met administratieve aantekening van 23/12/41).

Origineel

Ambtelijke correspondentie / brief. 22 december 1941 (met administratieve aantekening van 23/12/41). Artikel in
"Het Nationale Dagblad"
z. z. verdeeling van
visch.

A'dam, 22/12 1941
W. L. M.
23/12/41
[Stempel: P / 35 / 17]

Onder terugzending van het met uw kantbrief dd. 22 dezer om advies ontvangen krantenuitknipsel uit het Nationale Dagblad van 20 Dec. jl (no 1194 L. M. 1941) heb ik de eer u te berichten, dat de plannen tot ariseering van de vischmarkt aan de De Ruyterkade, waarbij, zooals U bekend is, een apart, afgescheiden gedeelte der markt voor de Joodsche handelaren zal worden bestemd, zich in een vergevorderd stadium van voorbereiding bevinden.

Van de 268 personen, die op de verdeellijst voor zoetwatervisch zijn geplaatst (en waarop het onderhavige krantenartikel blijkbaar betrekking heeft) zijn 65 personen (d. i. ± 24%) van Joodschen bloede. In totaal ontvangen deze 268 handelaren per keer 6260 kg. visch; de 65 Joden ontvangen hiervan 1600 kg, of ruim 25%.

Deze 65 Joodsche kleinhandelaren verkoopen niet allen hun visch op de voor hen aangewezen Joodsche hulpmarkten; er bevinden zich nl. ook winkeliers en venters onder, wien tot nu toe niet is verboden om aan het niet Joodsche publiek te verkoopen.

Ik meen er hierbij op te moeten wijzen, dat de te A'dam geldende regeling der zgn. "verdeelvisch" dezerzijds is voorbereid in overleg met de N. V. C., waarbij door deze Centrale als richtlijn werd aangegeven, dat op de verdeellijst alle standhandelaren moesten worden geplaatst, die in de basis jaren 1939 - 1940 ... Dit document is een illustratief voorbeeld van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste aspecten zijn:

  1. Arisering en Segregatie: De term "ariseering" (arisering) wordt expliciet gebruikt om het proces aan te duiden waarbij de openbare ruimte (de vismarkt aan de De Ruyterkade) wordt gezuiverd van Joodse invloeden. Er wordt gesproken over een fysieke afscheiding van Joodse handelaren.
  2. Kwantificering van vervolging: De ambtenaar hanteert een kille, statistische benadering. Het exact berekenen van percentages "Joodschen bloede" en de bijbehorende quota vis (24% van de personen krijgt 25% van de vis) toont aan hoe diep de rassenwetten in de ambtelijke distributieketen waren doorgedrongen.
  3. Inperking van bewegingsvrijheid: Er wordt melding gemaakt van "Joodsche hulpmarkten". Dit waren afgezonderde markten waar Joden verplicht werden hun waar te verkopen. De opmerking dat het hen "tot nu toe" niet verboden is aan niet-Joden te verkopen, wijst op de naderende totale isolatie van de Joodse bevolking.
  4. Rol van instanties: De "N.V.C." (waarschijnlijk de Nederlandsche Visch-Centrale) fungeerde hier als de centrale regeringsinstantie die de richtlijnen voor distributie bepaalde op basis van gegevens uit de vooroorlogse "basisjaren". De brief is geschreven in december 1941. Dit was een jaar waarin de anti-Joodse maatregelen in Nederland na de Februaristaking drastisch werden verscherpt. De verwijzing naar "Het Nationale Dagblad" is relevant omdat dit het officiële orgaan van de NSB was; zij oefenden vaak druk uit op het ambtelijk apparaat om de anti-Joodse maatregelen strenger of sneller uit te voeren. De vismarkt aan de De Ruyterkade (nabij het Centraal Station) was een belangrijk economisch knooppunt in Amsterdam. Door de Joodse handelaren hier te isoleren of te verwijderen, werd hen hun levensonderhoud ontnomen.

Samenvatting

Dit document is een illustratief voorbeeld van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste aspecten zijn:

  1. Arisering en Segregatie: De term "ariseering" (arisering) wordt expliciet gebruikt om het proces aan te duiden waarbij de openbare ruimte (de vismarkt aan de De Ruyterkade) wordt gezuiverd van Joodse invloeden. Er wordt gesproken over een fysieke afscheiding van Joodse handelaren.
  2. Kwantificering van vervolging: De ambtenaar hanteert een kille, statistische benadering. Het exact berekenen van percentages "Joodschen bloede" en de bijbehorende quota vis (24% van de personen krijgt 25% van de vis) toont aan hoe diep de rassenwetten in de ambtelijke distributieketen waren doorgedrongen.
  3. Inperking van bewegingsvrijheid: Er wordt melding gemaakt van "Joodsche hulpmarkten". Dit waren afgezonderde markten waar Joden verplicht werden hun waar te verkopen. De opmerking dat het hen "tot nu toe" niet verboden is aan niet-Joden te verkopen, wijst op de naderende totale isolatie van de Joodse bevolking.
  4. Rol van instanties: De "N.V.C." (waarschijnlijk de Nederlandsche Visch-Centrale) fungeerde hier als de centrale regeringsinstantie die de richtlijnen voor distributie bepaalde op basis van gegevens uit de vooroorlogse "basisjaren".

Historische Context

De brief is geschreven in december 1941. Dit was een jaar waarin de anti-Joodse maatregelen in Nederland na de Februaristaking drastisch werden verscherpt. De verwijzing naar "Het Nationale Dagblad" is relevant omdat dit het officiële orgaan van de NSB was; zij oefenden vaak druk uit op het ambtelijk apparaat om de anti-Joodse maatregelen strenger of sneller uit te voeren. De vismarkt aan de De Ruyterkade (nabij het Centraal Station) was een belangrijk economisch knooppunt in Amsterdam. Door de Joodse handelaren hier te isoleren of te verwijderen, werd hen hun levensonderhoud ontnomen.

Locaties

Amsterdam (A'dam).

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →