Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 391
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag), pagina 2.

6 oktober 1941. Van: De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Aan: De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen.

Origineel

Getypte brief (doorslag), pagina 2. 6 oktober 1941. De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. Bladzijde 2 van brief No. 46A/40/7 M. d.d. 6 October 1941
aan den Heer Wethouder voor de levensmiddelen van den Direc-
teur van het Marktwezen.

In dit verband moge ik U er op wijzen, dat ook
ten aanzien van de artikelen aal en snoekbaars, waarbij
- in tegenstelling met de mosselen - de groothandel wel een
economische functie vervult, de Visscherijcentrale den
groothandelaren de zelfstandige beschikking over de door hen
elders gekochte visch uit handen heeft genomen, zulks zoo-
wel ter verzekering van den aanvoer naar Amsterdam en de
mogelijkheid, dat deze aanvoer aan de Amsterdamsche bevol-
king ten goede komt als ter bevordering van een zoo goed
mogelijke verdeeling van de visch onder den kleinhandel
(vide hieromtrent ook mijn rapport d.d. 26 September jl.
No. 46A/59/4 M.).

De thans tot stand gekomen regeling acht de Vis-
scherijcentrale voorhands voldoende waarborgen te geven
voor een juisten afzet der mosselen. Mochten zich omstan-
digheden voordoen, waardoor kans op stagnatie in den aan-
voer of afzet zou ontstaan dan zal uiteraard bij de Vis-
scherijcentrale op scherpe maatregelen kunnen worden aange-
drongen.

Op grond van het bovenstaande meen ik, dat er
geen aanleiding bestaat aan het verzoek van adressant tege-
moet te komen.

De Directeur, Deze pagina vormt het slot van een ambtelijke correspondentie over de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. De kern van het betoog is de centralisatie van de vismarkt.

De Directeur van het Marktwezen legt uit dat de Visscherijcentrale de controle over de handel in aal en snoekbaars heeft overgenomen van de groothandel. Hoewel de groothandel bij deze vissoorten (anders dan bij mosselen) wel een nuttige functie heeft, wordt hun autonomie ingeperkt om de aanvoer naar de stad te garanderen en een eerlijke distributie over de detailhandel (de winkeliers) te waarborgen.

Voor mosselen wordt de huidige regeling als afdoende beschouwd, maar er wordt gedreigd met strengere maatregelen als de aanvoer stokt. De brief eindigt met een negatief advies op een verzoek van een niet nader genoemde 'adressant' (waarschijnlijk een groothandelaar die klaagde over de inperking van zijn vrijheid). Het document dateert uit oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan voedsel toe en werd de economie steeds strakker geleid door distributie-instellingen.

De Visscherijcentrale was een dergelijk overheidsorgaan dat de grip op de markt moest verstevigen om de zwarte handel tegen te gaan en ervoor te zorgen dat de schaarse middelen de burgerbevolking bereikten. De brief illustreert de verschuiving van een vrije markteconomie naar een strak geleide distributie-economie onder toezicht van het gemeentebestuur en de bezetter. Het toont ook de bureaucratische afhandeling van bezwaarschriften van handelaren die door deze nieuwe regels in hun broodwinning werden getroffen.

Samenvatting

Deze pagina vormt het slot van een ambtelijke correspondentie over de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. De kern van het betoog is de centralisatie van de vismarkt.

De Directeur van het Marktwezen legt uit dat de Visscherijcentrale de controle over de handel in aal en snoekbaars heeft overgenomen van de groothandel. Hoewel de groothandel bij deze vissoorten (anders dan bij mosselen) wel een nuttige functie heeft, wordt hun autonomie ingeperkt om de aanvoer naar de stad te garanderen en een eerlijke distributie over de detailhandel (de winkeliers) te waarborgen.

Voor mosselen wordt de huidige regeling als afdoende beschouwd, maar er wordt gedreigd met strengere maatregelen als de aanvoer stokt. De brief eindigt met een negatief advies op een verzoek van een niet nader genoemde 'adressant' (waarschijnlijk een groothandelaar die klaagde over de inperking van zijn vrijheid).

Historische Context

Het document dateert uit oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan voedsel toe en werd de economie steeds strakker geleid door distributie-instellingen.

De Visscherijcentrale was een dergelijk overheidsorgaan dat de grip op de markt moest verstevigen om de zwarte handel tegen te gaan en ervoor te zorgen dat de schaarse middelen de burgerbevolking bereikten. De brief illustreert de verschuiving van een vrije markteconomie naar een strak geleide distributie-economie onder toezicht van het gemeentebestuur en de bezetter. Het toont ook de bureaucratische afhandeling van bezwaarschriften van handelaren die door deze nieuwe regels in hun broodwinning werden getroffen.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →